Wat Maakt Een Gedicht Goed? (11)

door Inge Boulonois

Wat maakt een gedicht goed

Voor gedichten met een lichte, speelse toon bedacht  Drs. P de term plezierdichten, waarmee hij exclusief light verse in vaste vorm bedoelde. Hoewel light verse ook de vorm van een vrij vers kan hebben – denk aan Buddingh’s Pluk de dag  – beperk ik me hier, door de verlangde beknoptheid, tot gebonden light verse.

Dit literaire genre stoelt op de kunst van versificatie: het gieten van taal in sonnet, ollekebolleke, pantoum etc. Voor verstechniek is kennis van versvormen en elementaire bouwstenen als eindrijm, metrum en strofe-indeling onmisbaar. Door deze concrete, objectieve eigenschappen is de vraag wat een goed (lightverse-)gedicht is, los van de inhoud, wel makkelijker te beantwoorden dan bij een vrij vers.

De rijmuitgang dient volrijm te zijn (dicht/licht). Een originele rijmvondst verhoogt de kwaliteit van een vers. Zo dichtte Kees Stip eens: ‘En zo begaven beiden zich/Met uitgedachte smoezen/Apart naar wijlen Ninus toe/Om daar te rendez-voezen’. Bij voorkeur is eindrijm niet te nadrukkelijk of gekunsteld aanwezig, tenzij – zoals bij het citaat van Stip – het een verrassende trouvaille bevat.

Metra bestaan uit een vaste afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen; de meest voorkomende zijn jambe, trochee en dactylus. De versmaat  moet zo goed mogelijk kloppen en zo weinig mogelijk stoplappen/vulwoorden bevatten.

Taal en inhoud dienen eenduidig en helder te zijn. Light verse is niet bedoeld als niche voor spontane associaties en filosofisch geëpateer. Bij voorkeur wordt trefzekere, elegante taal gebruikt in een stijlregister dat aansluit bij de inhoud. Van de pointe wordt puntigheid verwacht.

En dan is er vanzelfsprekend nog de lichtvoetigheid. Die kan variëren van verfijnde geestigheid tot doorsneemoppenkwaliteit. Gevoel voor humor is primair een subjectieve aangelegenheid, een kwestie van smaak.

Kortom: bij versificatorisch vakmanschap komt heel wat kijken.  Of, zoals Von Goethe het noch ein bisschen auf den punkt formuleerde: ‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’. 

 

Inge Boulonois is dichter en lightversedichter, recensent, redacteur van Het vrije vers.

 

 

foto (c) Alja Spaan, 23 januari 2018

Geplaatst in Column.