Dinie Sophie Fintelman – Een uitzicht waar iets over viel te zeggen.

Van binnen naar buiten

door Hans Franse




Een aantal jaren geleden reed ik door het land van Maas en Waal, rechts lag de rivier in al zijn grootsheid, links het land. Het was een beetje heiige herfstochtend, ik zag het landschap wel en tegelijkertijd ook niet. Door de ochtendnevel probeerde een aarzelende zon wat meer licht te brengen. Het was een bijna mystieke ervaring. Ik realiseerde me dat ik, terwijl ik dit land toch goed kende, eigenlijk het landschap zelf opnieuw vormgaf, vanuit mijn emoties en geheugen. Het landschap werd toen van binnen naar buiten geschapen. Ik kon er iets over zeggen, maar dat waren aarzelende suggesties, geleidelijk uit een verborgen reservoir van beelden en indrukken naar buiten komend. Toen ik in de file voor de pont in Wamel naar Tiel wachtte, zag ik overkant van de rivier niet. Ook dat anders zo weidse, maar nu versluierde rivieruitzicht maakte ik zelf af. Het riep vergelijkingen op van onbereikbaarheid, van verdwijnen in het niets. De pont werd de boot van Charon , de vergelijking met de dood lag voor de hand. Het was een rustige ochtend in een bijna mystieke sfeer, waarin ik mijzelf in het landschap plaatste.

‘(…) Als gevoel eerst komt / letten we niet op / de grammatica van dingen (…)’ zegt de dichteres.

Ik vertel deze ervaring omdat de sfeer van de bundel Een uitzicht waar iets over viel te zeggen mij aan de stilte van deze ochtend lang geleden deed denken, en omdat twee gedichten mij naar het land van Maas en Waal brachten, zij het dat de dichteres Dinie Sophie Fintelman over haar uitzicht situeert in juli. Het betreft de gedichten ‘juli’ en ‘acrofobie’ (pag.31 en 32).
Het is geen extraverte poëzie met veel fiorituren en wilde beeldspraken. Het is vooral een poëzie die de stilte erkent, het wit in het papier mee laat spreken en zich traag beweegt van binnen naar buiten.

in de file

In de file stonden we
in de file
stonden we
en ik vroeg me af
of je me vertellen kon
wat aardse schoonheid is

de middag stolde

de radio stond aan
Reinbert de Leeuw speelde Eric Satie
we hoorden de stilte
tussen de noten
het onbeweeglijk wit
Het licht werd vager
de verte karig
en ik dacht dat alles zo hoorde

Diegenen die deze opnames van de ons helaas ontvallen Reinbert de Leeuw kennen weten dat hij deze werken extra langzaam speelde, noot voor noot zijn waarde gevend, de stilte ertussen accentuerend (in zoverre je stilte kunt accentueren). Ik denk dat de dichteres hier op de Gymnopédies duidt. Haar poëzie kenmerkt zich ook door een bescheiden muzikaliteit, wat vooral blijkt uit herhalingen en klanksamenhangen in de woorden.

Wat ook opvalt is het gebruik van hoofdletters en leestekens, het gedicht begint met een hoofdletter, het is het begin van de zin, de namen worden met hoofdletters geschreven, er is geen punt aan het einde van de zin die gedicht is geworden; het gedicht verloopt in het wit van de pagina. Het is als bij de muziek van Satie: er zijn vaak geen maatstrepen en de componist herhaalt akkoorden en thema’s, waardoor zijn muziek inniger wordt en tenslotte uitloopt in een grote stilte. Zo karakteriseer ik ook de sfeer en vaak ook de inhoud van deze poëzie.

De bundel bestaat uit zeven afdelingen, slechts de laatste heeft een naam: Curaçao. De andere onderdelen zijn genummerd. De poëzie in dat onderdeel is anders van karakter. Ik zou haast zeggen uitbundiger in vergelijking met wat in 1 t/m 6 behandeld wordt. De gedichten in die andere onderdelen vertonen een bepaalde samenhang in de thematiek. Het is aan de lezer die te vinden. Zo viel me in ‘2’ op dat het thema ‘onderweg’ zou kunnen zijn. In ‘3’ proefde ik iets van onmacht, angst en verval. Uit een gedicht in dat onderdeel komt ook de titel van de bundel voort.

Aylesham UK

Ik was in de heuvels
waar een dorp is gebouwd

een dorp als een hoefijzer voor
mannen die van ver kwamen
met beslagen paarden
met bikkels met beitels
om Zwart Goud op te graven
met dwingende winterse koren
zingend over ondoordringbaar steen

hier hoorde ik restanten
van een vergeten taal
wat ervan overbleef
een glottisslag een sjwa

’s avonds keek ik uit
over achteloze velden
zag een spoorlijn in de verte
een verlaten kolenmijn
een uitzicht waar iets over viel te zeggen
iets wat recht deed aan het haveloze taalveld
van de mannen

Iets wat bleef

De laatste twee gedichten van deze afdeling gaan over een mogelijk slecht-nieuwsgesprek bij een neuroloog en een beeldend gedicht over een mammografie.

(…) ik ben twee borsten
later zitten ze op hun plek
en raak ik langzaam heel
iemand zegt de foto’s zijn gelukt
u krijgt bericht

De gedichten zijn niet ín een bepaalde dwingende dichtvorm geschreven, ze verlopen met het ritme van de taal in een soort parlando waarin naar klankovereenkomsten wordt gezocht om de poëtische binding tot stand te brengen. Dat lukt niet bij alle gedichten. Toch levert het geheel een mooie innige bundel op, waarvan ik sommige gedichten meerdere malen herlezen heb.

De bundel is nr. 60 in de door uitgeverij Liverse uitgegeven Bordeauxreeks. In mijn recensies prijs ik sommige uitgeverijen voor hun bemoeienissen met de poëzie, het blijft een moeilijk veld waarin erg veel wordt geschreven, maar de kwaliteit vaak te wensen overlaat. Ik vind deze bundel mooi. Liverse is er voor de poëzie. De Dordtse uitgeverij doet belangrijk werk en dat mag wel eens gezegd worden.
____

Dinie Sophie Fintelman (2021). Een uitzicht waar iets over viel te zeggen. Liverse, 88 blz. € 14,95. ISBN 9789492519658

Geplaatst in Recensies.