Bloemlezing – Ik wil de slak zijn die haar huis draagt

Aantrekkelijke bundel voor het onderwijs

door Janine Jongsma




Ik wil de slak zijn die haar huis draagt valt meteen op door de kleurrijke cover van illustrator Melvin. Ook de inhoud is speels en aantrekkelijk en dat is niet voor niets. Deze bloemlezing is bedoeld om de jeugd in aanraking te brengen met poëzie in het secundair onderwijs in Vlaanderen. En om het maar even heel oneerbiedig te zeggen: geen oude meuk in deze bundel, maar gedichten die zijn gepubliceerd in de afgelopen twee jaar. Om dicht bij de belevingswereld van pubers te blijven, heb je moderne poëzie nodig.

In het voorwoord zeggen Carl De Strycker en Dirk Terryn:

‘Uit ervaring weten wij dat er heel wat poëzie enthousiaste leerkrachten zijn die hun leerlingen graag in aanraking brengen met gedichten. Anders dan het clichébeeld wil (‘Poëzie is moeilijk! Poëzie is saai!’), zijn kinderen en jongeren veelal blij wanneer ze met gedichten aan de slag gaan, want poëzie is het genre bij uitstek waarin taal speels en mooi mag zijn in plaats van louter functioneel. Poëzie is taal die feestviert. Poëzie is plezier!’

Uit mijn eigen ervaring uit het verleden, met leerlingen werken aan een poëzieproject, weet ik dat beiden volkomen gelijk hebben. Niets is leuker dan jongeren te enthousiasmeren voor het spelen met taal. Als ze dat feestje onder de knie hebben dan borrelt er spontaan talent naar boven en zijn hun vondsten vaak zeer verfrissend. Tegenwoordig heeft Nederland voor het onderwijs De schooldichter en ook die brengt poëzie naar de jeugd. Een heel mooi initiatief.

Sinds 2014 werkt het Poëziecentrum samen met CANON Cultuurcel om kinderen in het basisonderwijs kennis te laten maken met poëzie. Zij bekronen de beste kinderpoëziebundel van de lage landen met de Gouden Poëziemedaille. Een kinderjury deelt Poëziesterren uit. In 2021 zetten zij de eerste editie op van de Poëziesterren voor het secundaire onderwijs. Men koos voor elke graad vijf gedichten die aansluiten bij de leefwereld van jongeren. Die werden voorgelegd aan 25000 (!) leerlingen en daar rolden twee winnaars uit. De winnaar van de eerste graad was spoken word-dichter Babs Gons:

Precies goed

Soms wil je gewoon je hoofd op de aarde leggen,
je vuist naar de hemel heffen,
de tranen laten komen en zeggen:
het is zeker omdat ik zwart, wit, vrouw,
dik, dun, te groot, te klein,
te lief, onaardig,
omdat ik lelijk, eerlijk,
direct, poëtisch, welbespraakt,
te zichtbaar, onzichtbaar,
kwetsbaar,
arm, trots en confronterend ben?
Daarom zeker!

En dat de aarde je dan met haar zachte handen
heel voorzichtig omhoog duwt,
je op de wang kust en fluistert:
het is omdat je zo ontzettend mens bent.
Niet te veel, niet te weinig, gewoon genoeg mens.
Net zo mens als andere mensen.
Precies goed.

Jongeren herkennen zich in dit gedicht. Het taalgebruik is eenvoudig, maar de boodschap erachter biedt troost wanneer je een onzekere puber bent. De personificatie van de aarde met ‘haar zachte handen’ (moeder natuur) verloopt ongekunsteld en begrijpelijk. Als jongere mag je zijn wie je bent, we zijn allemaal mensen, dat is wat blijft hangen als positieve uitkomst.

De tweede graad koos een gedicht van Paul Demets uit zijn bundel De aangelanden.

Prikkels

Dagen van Spotify, dagen
van licht dat swipet,
van vriendschapsverzoeken, dagen

dat ik moet weten hoe iedereen
heet op al hun locaties.

Zoek mij in weiden en bossen.
Op een landweg.
‘Uitgezonderd aangelanden.’

Ik wil de slak zijn die haar huis draagt
en niet weet dat ze thuis is.

Dit spreekt jongeren rechtstreeks aan, zij leven met Spotify en sociale media, maar ook de jeugd heeft daar soms gewoon geen zin in en wil rust. Te veel prikkels werkt immers averechts. Die laatste poëtische zin gaat nog een stapje verder dan even rust. Dat is een eeuwig vertoeven in de natuur, de complete rust.

Een gedicht van Bart Moeyaert:

Opstel

Een opstel is bewaard gebleven.
Het heet eenvoudig Wat een dag!

Ik schreef over de bal, de boterham die
in het zand viel, de busreis weer naar huis.

Uit alles sprak dat ik vandaag
niet te geloven had genoten.

Daar werd ik onlangs treurig van.
Vooral dan door het uitroepteken.

Er is een tijd geweest dat ik van
blijdschap in mijn handen klapte.

En dat een bal, gevallen brood,
een busreis onvergetelijk leken.

Een schot in de roos is dit gedicht. Wanneer je als puber secundair onderwijs volgt, dan moet je aan de bak wat betreft leren en huiswerk maken. Het gaat gepaard met gezucht en gesteun. Dit gedicht brengt ook de puber meteen terug naar zijn basisschooltijd, waar hij op dat schoolreisje ging, in die bus en met die boterhammen en die bal. Terug naar wereld van toen, die zo heerlijk ongecompliceerd was nog.

Illustrator Melvin heeft bij dit gedicht een levendige tekening gemaakt.
(klik op de afbeelding om deze te vergroten)

In deze bloemlezing staan 39 gedichten die geschikt zijn voor de jeugd. Van Esther Jansma tot Alfred Schaffer en van Peter Verhelst tot Maud Vanhouwaert, we zien vele bekende dichters die hieraan hun medewerking hebben verleend.

Ik hoop van harte dat deze bundel in het onderwijs een prominente plek krijgt, voor kinderen om in te lezen, iets in op te zoeken of om te gebruiken voor een poëzieproject. Over tien jaar zou een – nu gloednieuwe exemplaar – beduimeld in iedere schoolkast moeten liggen vanwege intensief gebruik. Niet alleen in Vlaanderen graag, maar ook in Nederland om poëzie meer bij de jeugd onder de aandacht te brengen! Aan de samenstellers van deze bundel zal het niet liggen, zij hebben er een aantrekkelijk geheel van gemaakt.
____

Bloemlezing (2021). Ik wil de slak zijn die haar huis draagt. Samengesteld door Poëziecentrum i.s.m. CANON Cultureel. Uitgeverij PoëzieCentrum, 64 blz. € 15.00. ISBN 9789056551094

Geplaatst in Recensies.