P.B Kempe – Vergedichten

Tijd en ruimte

door Hettie Marzak




Je leest er gemakkelijk overheen, maar de titel van het debuut van P. B. Kempe is toch echt Vergedichten in plaats van vergezichten. Deze woordspeling is geslaagd, omdat de gedichten niet alleen gaan over onderwerpen die ver weg zijn wat afstand betreft, maar ook omdat ze spelen in een tijd die ver van ons af staat. Dat is tegelijkertijd de sterkte, maar ook de zwakte van deze gedichten: Kempe heeft gebeurtenissen, maar vooral personen uit een ver verleden gestalte en stem gegeven in zijn gedichten, als een eerbetoon, maar soms zijn de personen marginaal of onbekend, waardoor het gedicht zijn doel voorbijschiet. Als je niet weet over wie het gaat, blijft de betekenis verborgen. Kempe geeft wel enige informatie achter in de bundel, maar die is niet toereikend om alle genoemde personen te introduceren bij de lezer. Natuurlijk is er Wikipedia om alle vragen te beantwoorden, maar het is storend om steeds weer van alles te moeten opzoeken. Een mens kan niet alles weten: figuren als Tesla en Nietsche zijn bekend, maar ik heb geen idee wie Trever Moezelman of Franco Battiato zijn. Kempe geeft blijk van een grote eruditie en historische kennis, maar houdt geen rekening met de lezer die minder culturele bagage heeft.
Aardig is daarentegen het gebaar dat hij maakt met het eerste gedicht uit de bundel, dat over gewone mensen gaat, die het nooit zo ver geschopt hebben dat ze tot onderwerp van een gedicht gekozen werden. Kempe kiest voor hen de veel voorkomende naam ‘Jansen’ – ‘het jong van Jan’ – als gemeenschappelijke noemer om hen te eren in een gedicht.

De gedichten zijn verdeeld over drie afdelingen met Romeinse becijfering. Er is geen chronologische opbouw: een gedicht over Postumus, die heerser was over het Gallische keizerrijk van 260 tot 269, staat in dezelfde afdeling als een gedicht over Christo, de kunstenaar die gebouwen inpakte en in 2020 stierf. Ook is er geen gemeenschappelijke reden waarom deze mensen bekend of beroemd zijn geworden. Ze komen uit allerlei maatschappelijke geledingen: staatslieden, krijgsheren, dichters, schilders, filosofen: Kandinsky, Picasso, Karel V, Pirandello, D.H. Lawrence. Tijd, maar zeker ook geografische gegevens spelen een grote rol. Een voorbeeld is een gedicht uit de tweede afdeling, het eerste uit een drieluik getiteld WWW.MIJN.AMERIKA:

I: WARHOL

Drella, man uit stad van staal,
richt zijn bewaarblik op oeroude wereld:
meer moet er zijn dan vijftien minuten!

Zijn dubbelganger, Andrej Varhola,
herinnert zich wel, voor de spiegel vol niets,
alles: van Penn tot Chelsea Hotel,

geen spons wist ooit dat Medzilaborce-
bloed om de as van zijn verloren schoen.

Om dit gedicht te begrijpen moet je wel weten dat ‘Drella’ een bijnaam was van Andy Warhol, samengesteld uit ‘Dracula’ en ‘Cinderella’ en dat zijn echte naam Andrew Warhola was, zoon van Roetheense immigranten. Medzilaborce is een Slowaakse gemeente in de regio Prešov, vlakbij het dorpje Mikova waar Warhols voorouders vandaan kwamen. ‘zijn bewaarblik’ verwijst naar Campbell’s Soup Cans die hij gebruikte voor zijn pop art en de ‘vijftien minuten’ komen voor in zijn uitspraak dat in de toekomst iedereen voor vijftien minuten beroemd zal zijn. Bovendien was hij ontwerper van schoenen.

Een ander, makkelijker toegankelijk gedicht is geschreven bij een zwart-wit foto van Marcel Lefrancq uit 1938, waarop een man met een hoed staat te roken, geleund tegen een boom met op de achtergrond een groot wit huis:

PARC DE MONS LA NUIT

Is hij Verlaine, die bepeinst,
na wijwater en brood
in cel 2-52, dood
en leven met het lood
uit loop waarvoor hij niet is teruggedeinsd?

Is hij Rimbaud, Ardenner schim
door Henegouwen op de dool
met breuk in lier en zool,
op weg naar eender pool
om te verzwinden achter eender kim?

is hij Vincent, al afgewend
van kansel en van kerk,
gedachten op het zwerk
gericht bij nacht, een kraaienvlerk
of sterrenstaart als teken reeds herkend?

Een van de mooiste gedichten uit deze bundel, vooral de laatste strofe waarin twee van Van Goghs schilderijen zitten verwerkt. Maar toch vooral omdat ik weet wie Vincent, Verlaine en Rimbaud waren en hun geschiedenis ken en iets van hun persoonlijke emoties terug kan vinden. Achtergrondinformatie is onontbeerlijk bij het lezen van deze bundel.

Opvallend is dat Kempe vaak het lidwoord voor een persoonlijk voornaamwoord weglaat; het doet soms wat oubollig aan. Sommige gedichten bevatten eindrijm, binnenrijm en een strakke vorm, andere juist niet: het maakt de bundel gevarieerd en afwisselend. Het ontbreekt hem ook niet aan nuchtere humor, maar toch zijn de gedichten wat afstandelijk en voornamelijk beschrijvend. Kempe verstaat het vak van dichter en kent alle kneepjes, maar er springt te weinig uit zijn gedichten dat een beroep doet op emoties. Het zijn knappe gedichten, maar de gesuggereerde afstand in tijd en plaats wordt niet overbrugd.

In eerste instantie dacht ik bij het lezen van Kempes gedichten aan Kavafis, die zich in zijn poëzie terugdacht in de Griekse geschiedenis vanaf de val van Troje tot de ondergang van het Byzantijnse Rijk. Ook Kavafis’ werk is sober van emotie en haast prozaïsch te noemen. Maar Kavafis voerde vaak een ooggetuige op in zijn gedichten, die de lezer de mogelijkheid geeft om zich te identificeren en mee te leven. Deze ooggetuige ontbreekt bij Kempe, waardoor het geschetste tafereel niet tot leven komt. Dat gezegd hebbend is het volgende gedicht van een eenvoudige schoonheid:

————————————————-     –Nooit ben ik alleen.
————————————————Er zijn immers woorden.
———————————————————   —Jean Cocteau

DE VRIJE HAND

Hij doopt zijn stalen schrijfgerei
niet in de inkt doch in het leven,

sponst het bord zorgvuldig zwart,
plaatste de vulling zonder beven,

kneedt zich een tablet van klei,
scherpt het oergeduldig krijt

en richt zijn griffel op het hart
van de onbeschreven tijd.

De laatste versregel verwijst naar de ondertitel van de bundel: reis door onbeschreven tijd. Jean Cocteau (1889 – 1963) was een Franse kunstenaar van het surrealisme, die filmmaker was, toneel schrijver, romanschrijver, maar vooral dichter.

Het laatste gedicht uit de bundel heeft een geografische plaatsnaam als onderwerp en is getiteld: NOORDPOLDERZIJL, UITZIEND OP DE JONGSTE DAG. Van het verleden brengt de dichter ons terug naar het heden – Noordpolderzijl bestaat immers nog – en zelfs naar de toekomst, naar de jongste dag als allen geoordeeld zullen worden.
____

P.B. Kempe (2021). Vergedichten. Uitgeverij Anderszins, 60 blz. €17,50. ISBN 9789492994288

Geplaatst in Recensies.