Wat Maakt Een Gedicht Goed? (24)

door Herbert Mouwen

Wat maakt een gedicht goed?

Een gedicht moet mij blijven verrassen, wanneer ik het lees en herlees. Een goed gedicht roept bij mij steeds nieuwe verwondering op, het heeft blijvende zeggingskracht. Ik krijg dan een persoonlijke relatie met het gedicht. Wat een gedicht goed maakt? Daar kom ik niet echt achter, al gaat het bij mij om de inhoud die betekenis krijgt in combinatie met de gebruikte beeldtaal en de muzikaliteit. De vraag ‘Wat maakt een gedicht goed?’ veronderstelt de autonome positie van een gedicht, maar wie maakt een gedicht goed? De dichter die het schrijft, de lezer die het leest of beiden? Kortom, de vraag is niet eenvoudig te beantwoorden.

De magie van een goed gedicht geeft zich nooit volledig prijs. Dat is het mooie aan een goed gedicht. Bij het luisteren naar poëzie vindt dit proces op dezelfde wijze plaats als bij het lezen. Uiteraard is een gedicht een product van zijn tijd waarin het geschreven en gepubliceerd is, maar goede gedichten kunnen de gebondenheid aan een bepaalde tijd overstijgen en op latere momenten nieuwe of andere betekenissen krijgen.

Een paar voorbeelden van gedichten die mij blijven fascineren: ‘Regen’ van J.H. Leopold, ‘Het lied der dwaze bijen’ van Martinus Nijhoff, ‘als een ding’ van Gerrit Kouwenaar en ‘er is alles in de wereld het is alles’ van Lucebert. Graag luister ik naar de dichtstem van H.H. ter Balkt, Ester Naomi Perquin, Babs Gons.

De vormaspecten van het gedicht zijn voor mij secundair. Die mogen niet gekunsteld of te overheersend zijn ten opzichte van de inhoud en moeten door de dichter ‘verstopt’ en op creatieve wijze verwezenlijkt worden. Ze hebben een verbindende functie van de woorden en de versregels binnen het gedicht en bevorderen de hechtheid en muzikaliteit van de tekst.

 

 

Herbert Mouwen is toneelregisseur, theater- en poëzierecensent, dichter en verhalenschrijver.

 

foto (c) Alja Spaan, Hermitage, 13 augustus 2018

 

Geplaatst in Column.