Aly Freije – Een engel aan de deur

Een achterom waar nog steeds iets gaande is

door Marc Bruynseraede




Er is iets aan de hand met Aly Freije. Als ik het eerste gedicht ‘Stiltes’ lees, in haar nieuwe bundel Een engel aan de deur schrik ik van de formulering: ’Stilte steekt als een zeurende pijn’. Bevreemdend te lezen dat stilte, in deze lawaaierige wereld, waarin de afwezigheid van geluid veeleer als een balsem voor de ziel ervaren wordt, een kwellend element, een leegte blijkt te zijn.
De achterflaptekst had er mij al voor gewaarschuwd dat deze gedichten zwanger zijn van verdriet, gemis en rouw en ook een zoektocht naar evenwicht.

De briljante formulering wekt de indruk dat we hier met een dichteres van formaat te maken hebben, die weet hoe ze met taal kan omgaan. Ze mag dan kiezen voor een vrij klassieke versbouw, haar taal is rijk aan verbeelding en haar voorstelling gekleurd door het decorum van de natuur:

Wat doet het meisje aan een keukentafel
dat over ijsschotsen de overkant wil halen.
Ze trotseert gezichten, spreekt de honden toe, zingt
zigzagt langs scherpe randen, waagt de sprong.
Wat ze vindt is alweer weggeschoven
onder kruiend ijs.


Het is slechts een fragment dat uit zijn context getrokken is, maar het geeft een idee van het beeldgebruik.

Bij de presentatie van haar nieuwe bundel in Haarlem vernemen we, via een YouTube filmpje op de website van TZUM, dat de dichteres het beeld van de stilte ook ervaart als een vorm van protest tegen de Groningse achtergrond van de (ver)zwijgcultuur, waarin dingen die intiem zijn of wat dieper liggen onder het dikke deken van de zwijgzaamheid gemoffeld worden. Wat je niet ZIET of HOORT, dat IS er niet. Nogal wiedes dat dàt gaat steken.

Braak liggen de winterakkers in de polder.
In sneeuwvlokken dwarrelen ze omlaag
aflandige gezichten, het trekken van een mond.
Stilte is wit, dempt woorden
ze waaien in sporen dicht.

Ze springt in volgesneeuwde sloten
om in geheimen te verdwijnen
de sensatie hoe diep weg te zinken
in brekende sneeuwkristallen.


Bovenstaand gedicht hoort thuis onder de titel ‘Stemmen’. Het maakt meteen duidelijk dat Aly Freije naar het innerlijke, het mystieke aspireert en dat ook weerspiegelt in het uiterlijke. Het vrolijk-kinderlijke wordt een beeld van ontzetting en ontgoocheling. Het contrast tussen waarheid en schoonheid kan nauwelijks groter.

Het filmpje van de presentatie van de bundel zet de kijker echter op het verkeerde been. Om het gedicht ‘Stiltes’ voor te lezen zie je de dichteres haar schreden richten naar een kerkje. Je denkt: ‘Oei, dit wordt een kerkelijke aangelegenheid’. Maar de verwachting tot een gebed wordt niet ingelost. Wél neemt zij plaats op een bankje naast de kerk. De plaats voor de afgedwaalde zondaar die zich niet waardig acht om de eredienst bij te wonen? Welnee, het gaat om ‘het vergeefse schreeuwen’ dat niet gedempt wordt door religiositeit noch kuddebelevenis.

Idem met het gedicht ‘Vader’ dat gedebiteerd wordt tegen de misleidende achtergrond van een belegen fabrieksschouw, waartegen de verzen weerklinken: ‘Maar beschrijf maar eens de hartslag / van een vogeltje / dat plotseling stopt.’ Samen met de hartslag van het vogeltje stopt ook de lectuur van het gedicht en het begrip ervan.

De associatie van de verzen van ‘Stemmen’ en ‘Moeder’, in de gefilmde lezing, met een kerkinterieur roepen alweer een hang op naar het mistige onzegbare. Verzen kringelen als wierrookslierten omhoog.
Fotografe Annemarie van Buuren heeft de afbeelding van een opvliegende tortel op de voorplaat van de bundel geplaatst, boven de titel: ‘Een engel aan de deur’,
alsof de colporterende engel wat melancholisch verdriet, gemis en rouw in de aanbieding heeft, maar niettemin de blanke kleur van de onschuld behouden heeft.

De bundel telt 38 gedichten, in vijf afzonderlijke cycli behandeld, die zich allen in de sfeer van introspectie en het ontstijgen van het aardse tranendal bevinden.
Meest bijblijvend om zijn beeldenrijkdom is voor mij het gedicht :

Witte Saab

Vleugellam met stijve poot moet je er nooit
bij gaan liggen in een streekziekenhuis
huilt er altijd iets
tussen dusters en gesteven schorten.

Hakketakkend rijdt een witte Saab
met vliegtuigmotor het voorplein op.
Een vrouw in uniform stijgt op
vat aandachtig mijn knie
duwt vastberaden viermaal daags
tot waar het kraakt.

Iedere morgen taxiet mijn kwelgeest
met voorwielaandrijving binnen
schuiven pijn en passie tweetakt in elkaar
davert er iets door mijn lijf:
-dat zij als een zilverreiger op hoge poten
uit haar mouwschort stapt, zich voorover buigt
de charmeuse onderjurk haar borsten bevrijdt-

Als jaren later een Saab staccato
optrekt in de avond, klimt naar hoge toeren
schakelt mijn hart met terugwerkende kracht
terug, gaat in de vrijloop
wenkt mijn passie, stap ik in.


De liefhebbers van het merk Saab zullen de dichteres niet tegenspreken.

____

Aly Freije (2021). Een engel aan de deur. Uitgeverij In de Knipscheer, 58 pag. € 17,50. ISBN 97893214187

Geplaatst in Recensies.