Guido Lauwaert – van de straat geraapt

Banale poëtische reflecties van een oude man

door Wim Platvoet



Guido Lauwaert (Mechelen, 30 mei 1945) is een Vlaams acteur, regisseur, auteur en organisator. In die laatste hoedanigheid is hij erg belangrijk geweest voor het literaire leven in Vlaanderen. Zo zette hij de Poëziewinkel (het latere PoëzieCentrum in Gent) op en stichtte het theatergezelschap Laden & Lossen. Zijn literair werk bestaat vooral uit teksten die zijn geschreven voor het toneel. Uit de hierboven genoemde opsomming kun je dan ook opmaken dat zijn hart bij het toneel ligt. Zo heeft hij literaire teksten voor het toneel bewerkt, zoals Lijmen en Reis naar het einde van de nacht, die hij zelf op het toneel bracht en hij heeft ook de aanzet gegeven tot de Nachten van de poëzie. Hij wordt dan ook vooral beschouwd als een toneelman, eerder dan als een literair schrijver. Zijn biografie en levenswerk is wel opgenomen in de Theaterencyclopedie, maar niet in het onvolprezen overzicht van de bio- en bibliografieën van Vlaamse schrijvers van 1830 tot heden. Maar dit laatste kan nog komen. De laatste jaren legt hij zich toe op het schrijven van zijn memoires, waarvan inmiddels in 2018 het eerste deel is verschenen: Alvorens alles vervaagt, waarin hij op een levendige wijze verslag doet van zijn literaire zwerftochten en zijn veel geroemde toneelvoorstellingen. Ook heeft hij in 2021 twee dichtbundels gepubliceerd: Doolhofoogst en de hier te bespreken bundel. In een lovende recensie schrijft Johan Braeckman, hoogleraar wijsbegeerte UGent en lid van de humanistische denktank Kwintessens, over Doolhofoogst: ‘Ik hoor vooral de stem van de ouder wordende Lauwaert, die in elk gedicht tot de essentie wil komen van wat hij nog zeggen wil.’ Helaas is dit niet mijn ervaring bij het lezen van Lauwaerts laatste bundel.

Bevat van de straat geraapt gedichten die van de straat zijn geraapt? De eerste gedichten wekken in ieder geval niet die indruk. Ze hebben persoonsnamen als titel, er is sprake van een dochter, die ‘me door en door’ kent, en gaandeweg worden de gedichten schijnbaar persoonlijker: ‘mijn partner deed voor een klusje eerder beroep op de buurman dan op mij en leeft nu met hem samen.’ Deze mededeling is gegoten in een vrije regelval waardoor ze suggereert een gedicht te zijn, hetgeen wordt versterkt door de typering van de bundel: ‘Gedichten’, maar erg poëtisch willen deze ontboezemingen niet worden. Ze blijven alledaagse verhaaltjes van een oude man die vol ressentiment op zijn leven terugblikt. Vol zelfkennis (of is het zelfironie) schrijft Lauwaert: ‘In poëzie kan ik niet zeggen / wat ik te zeggen heb’. Waarom poëzie cursief gezet is, is mij een raadsel.

In de poëtische pogingen overheerst de inhoud. Wat ik als lezer met die inhoud te maken heb, is mij volkomen onduidelijk. Wat moet ik met volledig mislukte regels als: ‘blij is de boer geen kip te zijn / jaloers is hij wel / wanneer hij kijkt naar zijn vrouw / terwijl de haan een ruime keuze heeft // altijd is er wel een kip zonder kuren’: kip – haan – kip? Jaloers ben ik niet op deze dichter, die het Overspel (zo de titel van een van de langste gedichten) banaliseert met de volgende regels: ‘zij opende voor hem haar benen / maar binst dat hij een ritje reed / dacht zij aan een vloerkleed / dat zij afgeprijsd gezien had in de stad’. Laat de (mannelijke en vrouwelijke) lezer alsjeblieft hier buiten.

De dichter (drie gedichten achter elkaar is er sprake van ‘de oude man’) voelt zich ook niet meer thuis in deze wereld en kan niet anders dan tamelijk reactionair reflecteren op enige kernmerken van de moderne tijd, zoals mobieltjes en mailadressen. Er rest hem slechts de verzuchting: ‘keer weer naar mijn / voltooid verleden tijd’. Hij kan nog slechts toevallige straatscènes beschrijven, of alledaagse scènes die zich thuis afspelen, zonder dat in die beschrijving iets van enige diepgang te ontdekken is. Ze ‘verwekken gedachten / waar ik niets aan heb’. Dat geldt ook voor de ‘critici [die] zich buigen / over mijn huiswerk / om na te gaan / of het enige waarde heeft // waarde – wat is waarde’, zoals Lauwaert in het laatste gedicht van de bundel schrijft. Tja, de vraag stellen is hem beantwoorden…

____

Guido Lauwaert (2021). van de straat geraapt. Uitgeverij C. de Vries-Brouwers, 88 blz. € 19,90. ISBN 9789061740902

Geplaatst in Recensies.