“Waar acteren en poëzie schrijven elkaar raken is dat je de wereld probeert te bekijken door een andere blik”

Lieke Gorter (32) studeert Poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam en zit in het derde jaar. In 2013 is zij afgestudeerd als actrice aan de HKU. In 2018 haalde ze nogmaals haar bachelor in acteren aan het RITCS in Brussel. Theater is dus haar achtergrond. Onlangs won ze de tweede prijs in de 13e editie van de Gedichtenwedstrijd met het gedicht HUIS. Naast schrijven houdt zij zich bezig met haar andere passies: mode & interieurstyling.
Annet Zaagsma sprak met haar.

foto (c) Maarten Boswijk

 

Gefeliciteerd met de tweede prijs in de Gedichtenwedstrijd! Naast het winnende gedicht staat ook je gedicht ‘Tegendruk’ in de bundel met de beste honderd gedichten van deze wedstrijd. Tot nu toe heb je nog geen ander werk gepubliceerd. Wat betekent het winnen van deze prijs voor jou?
Een enorme glimlach op m’n gezicht! Het is vooral een aanmoediging om nog meer achter mijn werk te gaan staan. Ik was heel lang huiverig om m’n werk met de buitenwereld te delen. Het winnen van deze prijs en de positieve reacties op mijn gedichten hebben me er meer vertrouwen in gegeven dat mijn gedichten iets teweeg kunnen brengen bij mensen.

Het juryrapport van de Gedichtenwedstrijd roemt het gebruik van je ‘… metaforen voor een wereld die nog betrekkelijk veilig was. Zo wordt er steeds op twee niveaus geredeneerd: het kleine, persoonlijke leven en de niet te omvatten buitenwereld vol dreigingen vormen elkaars spiegel.’ Herken je in deze beschrijving wat je in dit gedicht hebt willen leggen? Is het een thema dat vaker in je werk voorkomt?
Het zoeken naar geborgenheid, de leegte en onveiligheid bij het ontbreken ervan is een thema dat vaker terugkomt in mijn werk. Zo ook in HUIS. Ik herken het in de beschrijving van het gedicht maar het is niet zo dat ik dat er doelbewust in heb willen leggen toen ik het schreef. Het ontstaat. De betekenis ligt uiteindelijk ergens tussen het schrijven en het lezen in.

Is één van je gedichten (door een lezer of een jury) wel eens totaal anders opgevat dan je bedoeld had? Hoe ga je daarmee om?
Op zaterdag volg ik les aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. In de klas delen we gedichten met elkaar die nog in een vroeg stadium zijn, elke week een nieuw gedicht. Het is wel eens voorgekomen dat een gedicht van mij anders opgevat werd dan mijn bedoeling was of dat ik te veel van de lezer vroeg (bijvoorbeeld door te abrupte sprongen in de beelden te maken). Dan ga ik opnieuw naar mijn gedicht kijken, waar ligt dat aan?
Soms maakt het me niet uit als iets in mijn gedicht net wat anders opgevat wordt. Uiteindelijk brengt de lezer ook zijn eigen wereld met zich mee. Volgens mij moet je niet te veel controle willen hebben over de leeservaring van de ander en je erbij neerleggen dat de ruimte tussen wat de schrijver op papier zet en de lezer onstabiel is.

Naast dichter ben je ook actrice en theater is je achtergrond qua opleiding. Wat zijn voor jou de verschillen en overeenkomsten tussen poëzie schrijven en acteren? Wat doe je het liefst?
Op het moment ben ik niet zoveel meer bezig met acteren maar ik vind dit een interessante vraag! Ik ben destijds met de Schrijversvakschool begonnen omdat ik enorme behoefte had om mijn eigen beelden, verhalen op papier te zetten. Ook had ik een drang naar autonomie, ik wilde minder afhankelijk zijn van anderen. Nu heb ik enkel mijn laptop of pen en papier nodig en ik kan gaan schrijven. Heerlijk!
In die twee dingen zit voor mij het grote verschil (hoewel er ook acteurs zijn die zelf hun voorstelling schrijven en maken, daar ligt dat natuurlijk weer anders). De twee vakken raken elkaar waar je de wereld probeert te bekijken met een andere blik. Je vormt de werkelijkheid om, zet taal en beelden onder spanning om op die manier iets over te brengen.
Hoewel je als acteur repetitief te werk gaat, zoek je er ook naar hoeveel je van jezelf in een rol kunt leggen. Ik geloof erin dat je als publiek de acteur wilt kunnen zien maar niet téveel want je wilt ook geloven dat hij op dat moment iemand anders is. Zoals het lyrisch-ik ook een bepaalde afstand heeft tot de schrijver. Je wilt bij het lezen van een gedicht voelen dat de stem authentiek is maar ook de ruimte krijgen als lezer om het met jezelf te verbinden.

Hoe komen jouw gedichten tot stand? Hanteer je graag strakke regels en voorschriften zoals bij het schrijven van een scenario of voel je je meer thuis bij de vrijere vormen van poëzie?
Ik hou ervan te denken dat een gedicht zijn eigen regels maakt! Dat werkt voor mij. Ik begin gewoon met schrijven zonder te weten waar het over gaat. Het is alsof ik rondloop in een droom waar alles traag en mistig is en ik probeer me te focussen, de details te pakken te krijgen die belangrijk zijn.
Dat betekent niet dat alles zomaar kant-en-klaar op papier verschijnt hoor. Ik schaaf veel bij, schrap, herschrijf, besteed veel aandacht aan de enjambementen. Zo lees ik bijvoorbeeld altijd alles hardop zodat ik hoor waar het ritmisch niet klopt. Welke vorm het uiteindelijk aanneemt laat ik van het gedicht afhangen.

Wat zijn qua poëzie je plannen voor de komende tijd?
Na de zomer begint alweer mijn laatste jaar aan de Schrijversvakschool, je gaat dan onder individuele begeleiding naar een mogelijke bundel toewerken. Veel schrijven dus. Verder ga ik mijn werk een aantal keer voordragen, o.a. bij Dichters in de Prinsentuin. Daar heb ik ook veel zin in. Voor wie interesse heeft, benader me vooral!

Drie gedichten

Blik

Op het dak van de caravan liggen we moe
van wachten de zon een laken
over onze gedachten, heeft geen aandacht

voor de piepende leidingen in ons hoofd
kalk kalk en hoe witter de schedel hoe zwarter
het water dat in ons neerdaalt druppelt

op het gebutste blikje hart
wie van ons drie durft nog te klimmen

in kaalgeknipte herinneringen, ons gevoel verward
met iepenziekte. Nu denken we
aan onszelf als witte kubus stil

liggen op het dak van ons verlangen
niks blikt terug maar naar binnen
de afwas ongedaan, bedden half opgemaakt

drie kinderen onbewaakt in het dorre veld
hier is geen mens, de dag kruipt laag
als onkruid langs gebarsten ruiten en onze huid
Nachtvangst

De stilte van mijn opa, hoe zijn adem soms
besloot te stoppen. Alles wat hij niet zei
schaduwen dansend over de vloer

het was een ontwijken
en begrijpen dat je in de nacht vangt
wat je overdag moet temmen

drie dagen lang zag ik hem alleen op zijn rug
hoe in een wervelkolom geheimen knellen
de fierheid van een soldaat, de angst

voor open water
Metroperron

Klik Klik

de Tl-buis knippert zo onregelmatig dat mijn ogen
van pupil wisselen. Ik lig zonder vacht
onder het plastic bankje

hoe kan huid zo verharen
hoe kan huid zo vergeten

eerst was ik een schoonmaakster
toen een actrice. Of is mijn huid gemaakt
van blauw licht en zijn mijn aderen
in elke vermomming moeilijk te vinden

op mijn blote voeten schuifel ik over de tegels, ontwijk
de mensen en waai als een wegwerpbeker
toevallige hoeken in. Daar vind ik mijn huis

elke tien minuten andere mensen, elke tien minuten
donkere ogen achter beslagen ruiten. Zoek het hartje
met de twee namen en je pupillen zullen lichter zijn

volg de blauwe lijn, dan kom je vanzelf
op je eindbestemming. Stap achterin
gebeuren de opvallendste dingen, springen uitroeptekens

uit ogen en scheurt het leer op plekken
waar ellebogen elkaar verdrukken. Ik hoest onophoudelijk
de leegte uit mijn lijf

een man legt zijn hand op mijn ribbenkast, daar
waar alle metro’s op elkaar botsen: wie zijn ribben
niet draagt blijft gebutst. Voorzichtig

recht ik mijn rug en hoop dat zijn hand niet
in het blauwe licht verdwijnt

 

Geplaatst in Interviews.