Wat Maakt Een Gedicht Goed? (42)

door Tom Willems

 

poëzie
is de toevallige glimlach
van het zwartharige meisje
in een simca 1200 UX 54697
die ik waarschijnlijk
zeer zeker of het
moest al heel toevallig zijn
nooit meer zal zien

Wanneer ik probeer een antwoord te vinden op de vraag wat een gedicht goed maakt, denk ik aan bovenstaande regels uit het gedicht ‘Poëzie’ van Frans Kuipers. Niet omdat in die regels het antwoord ligt besloten, maar omdat Kuipers het lef heeft in zijn gedicht een Simca 1200 UX 54697 te noemen. Een goed gedicht heeft iets specifieks nodig, zoals Kuipers’ Simca.
Een goed gedicht is nooit een puzzel waar voor enig begrip woordenboek of kennis van de biografie van de dichter nodig is. Een goed gedicht is bij eerste lezing een schop in het oog. Er is gelijk een schok van herkenning, begrip. Maar dat begrip is niet identiek aan het begrip van bijvoorbeeld rekenen. Dat een plus een twee is, is uitlegbaar. Een goed gedicht is dat niet. Een goed gedicht gaat een leven mee, wordt tijdens iedere lezing begrepen, maar dat begrip verdwijnt vaak na het uitspreken van het laatste woord.
Een goed gedicht bevat minstens een twijfelzaaier. Een twijfelzaaier is een woord, regel of couplet waarvan de lezer denkt ‘heb ik dat nou goed gelezen?’ zoals de openingsregels van ‘Ontmoeting’ van Gerrit Kouwenaar: ‘Soms is men zo oud dat men zijn bezit niet meer bezit’. Een twijfelzaaier verdient het om er nog eens op te kauwen voor er verder wordt gelezen.
Tot slot heeft een goed gedicht een twist, zoals ‘Hommage a qui’ van Hans Vlek:

Als ik sterf dan
liefst zoals Sarah Bernardt.
Theatraal, groots, ontroerend.
En dan weer opstaan
voor de bloemen.

Maar bovenal heeft een goed gedicht schijt aan alle regels, ook bovenstaande. Het goede gedicht is een anarchist.

 

 

Tom Willems is schrijver, lezer & luisteraar.

f(c) Alja Spaan, december 2012

 

Geplaatst in Column.