Peter Theunynck – Hoogliederen

Hoe dicht komt de dichter bij de liefde?

door Kamiel Choi




In deze bundel komen ze allemaal voorbij, de bekende geliefden uit de literatuur- maar ook de sport- en wereldgeschiedenis. Het is een mooi vormgegeven bundel met op het eerste gezicht veelbelovende gedichten. De titel Hoogliederen is ambitieus: het Hooglied uit de Bijbel wordt gevierd als een van de hoogtepunten uit de erotische literatuur. Dit zijn de eerste regels van Hooglied 1:

Kus me! Kus me toch met je verrukkelijke mond!
Want jouw liefde is heerlijker dan wijn.

Je ruikt heerlijk naar parfum.
En je naam klinkt verrukkelijk.
Daarom houden alle meisjes van je.

Neem me mee! Laten we snel naar je kamer gaan, mijn koning!
Laten we blij zijn en plezier maken!
Dat jij van mij houdt, is heerlijker dan wijn!
Het is geen wonder dat alle meisjes van je houden.

Wikipedia zegt over het Hooglied: ‘Het Hooglied is grotendeels vormgegeven als een tweespraak in dichtvorm tussen twee geliefden, waarvan de vrouw een herderin uit Sulem is. Man en vrouw zingen om de beurt hun liefde voor elkaar, hun verlangen naar elkaar en prijzen de schoonheid van de geliefde. Ze doen meeslepende uitspraken over menselijke liefde en erotiek. Er is vrijwel geen actie waarneembaar, het gaat eerder om het veranderende samenspel van verlangen en vervulling, van scheiding en vereniging.’

Wat mogen we verwachten van een hedendaagse bundel met de titel Hoogliederen? Theunynck heeft getracht om variaties op het hooglied te componeren voor een bonte stoet geliefden uit de wereldgeschiedenis, of is het niet alleen een variatie op de herderin uit Sulem (Taylor Swift, Patroclus, Euridice), maar ook op de vorm: in de plaats van de tweespraak in dichtvorm treedt een koele poëtische vertelstem.

De passie in deze gedichten kan als gevolg van de historische afstand alleen geprojecteerde passie zijn, of de auteur projecteert een hem bekende geliefde op de historische figuren. Maar wanneer we de bundel zo lezen alsof er een abstracte geliefde wordt bezongen, lijkt de historische aankleding overbodig. Wanneer we de gedichten echter als poging lezen om voorbij de journalistieke benadering de erotische ervaring invoelbaar te maken, daarvoor zijn de gedichten te kort. Wanneer je goed en wel in de sfeer van Abélard en Héloïse zit, heeft de bundel het alweer over Marilyn Monroe of la dama bianca.

Heeft de auteur de gedichten en de geliefden met opzet niet genoeg ruimte te geven, opdat wij lezers ze als een stoet voorstellen, en de bundel als een caleidoscoop van liefde. Maar wordt een caleidoscoop, wanneer we eruit voordragen, niet een kakofonie, een heksenketel vol geliefde fragmenten, borrelend in de hoop dat er een brouwsel ontstaat dat de 21e-eeuwer als liefdeselixer kan dienen?

Maar laat ik niet zo negatief zijn. Wanneer we niet kritisch roeren komt de oersoep van de liefde tot stilstand en komen er prachtige fragmenten bovendrijven, zoals dit gedicht Ziggy Stardust (blz. 42), een van de fijnste gedichten uit deze bundel waarin de liefde een kosmische fantasie wordt:

Zijn fiets is met vlaggen en wimpels versierd,
een muts voor de winter, brieven, brieven en kaartjes

voor later. Zijn golvende haar is het gras aan de rand
van een kruispunt in Deurne. Hij woont er afgelegen

in het stof van de sterren, met spinnen van Mars,
een kat uit Japan in zijn zakken. Hij verschijnt er

bij het ontbijt in het wakkere oog van zijn vader,
praat met de mond van zijn moeder de nacht om.

Het liefste bewoon ik haar lach, zegt hij. Ik zit
bij het raam, buiten de greep van gierende banden.

In het gedicht Héloïse (blz. 32) lezen we: ‘Jij sneed mij uit jou. Dat was mijn levensgevaarlijke / redding. Ik schreef je een leven lang brieven / om aan mijn dood van jou te ontkomen.’

Deze beschrijving van de beroemde liefde tussen Abélard en Héloïse is mij te vluchtig voor een hooglied, en voegt niets toe aan Franklin P. Adams of Alexander Pope.

In Happy birthday, Mr. President (blz. 36) wordt het beroemde optreden van Marilyn Monroe voor JF Kennedy beschreven in keurige korte prozazinnen. Als poëzielezer verwacht je een pointe of ommezwaai, een betoverend beeld dat de vertelstem even doet aarzelen, maar dit blijft uit. De liefde lijkt hier iets dat we objectief kunnen analyseren, van een veilige afstand.

Een hele afdeling is gewijd aan Fausto Coppie en zijn de buitenechtelijke met Giulia Occhini (la Dama Bianca, de witte dame, door een journalist zo genoemd omdat ze een witte jurk droeg), in de jaren vijftig een schandaal in het katholieke Italië.

De kwaliteit van de bundel is, zoals de kwaliteit van de liefde, wisselend. We treffen clichézinnen aan als ‘Je hemellichaam landde / in mijn hemisfeer. De avond klonk ons aan elkaar’ (blz. 10). Er is een gedicht over Harvey W(einstein) (blz. 38) dat naar mijn idee het allerlaatste onderwerp voor een hooglied zou zijn. Sommige gedichten zijn cryptisch of gekunsteld, zoals de beschrijving van Fausto’s reis naar Zuid-Amerika (waar hij met zijn zwangere geliefde heen reisde om de schandalen in Italië te ontlopen): ‘Mijn eerbaarheid namen ze mee, / Jij zocht vergeefs je pedalen. // We scheepten in en baarden / een kind in Buenos Aires. // Waar zou ik nu heen moeten varen? / Wat kan ik nog baren voor jou?’. Maar op blz. 65 staat een gedicht dat wél leest als een hooglied, waaruit ik tot slot citeer:

Anna Salomé

Zijn het je ogen? Die vijvers van licht in alle seizoenen.
Is het de nachtegaal dip in het woud van je stem.
Zijn toonladders hangt hij zo graag in de avond.

Is het de traagzame gratie van de zwanen?
De sierlijke hals van je armen, deinend in dagelijks water?

Hoe kreeg je ooit voor elkaar
dat alle exotische vogels je willen bewonen?

Zijn het je handen?
Waar leerden ze de taal van honing en brood?
Wie wijdde ze in in het slang van tulpen en rozen?

De gedichten zijn helder maar, op een enkele uitzondering na, niet vernieuwend. Sommige gedichten zijn heel treffend, andere lijken overbodig. De bundel heeft een encyclopedische pretentie en lijkt een compleet overzicht te willen geven van de liefde. In die zin lijkt hij, net als volgens velen de liefde zelf, te streven naar volmaaktheid. Maar wat blijft zijn een paar mooie poëtische beelden die je bij grondig doorbladeren van deze bundel kunnen overvallen.
____

Peter Theunynck (2022). Hoogliederen. Wereldbibliotheek, 96 blz. € 22,99. ISBN 9789028452404

Geplaatst in Recensies.