Wat Maakt Een Gedicht Goed? (43)

door Margreet Schouwenaar

 

Wat Maakt Een Gedicht Goed?

Een gedicht krijgt levensadem als de dichter een paard beschrijft zoals de lezer nog niet eerder een paard zag. Een gedicht maakt nieuw, verrast, verwondert, raakt en geeft de lezer een weide waar hij kan zoeken naar dat waarvan hij niet wist dat hij het nodig had.
Dat is denk ik vooral het geheim van een goed gedicht: de ervaring van de lezer dat hij leest wat hij nog niet wist, maar wel kende. Eureka, en dat in enkele regels waarin alles mogelijk is. Er kan tussen wateraders een raam in de lucht hangen (Deckwitz) , tegenstrijdigheden worden verenigd, kangoeroes kijken door de vensters (Rodenko) en de lezer tracht te voelen, te begrijpen, te interpreteren. En dat alles gedragen door een taal die in een ritme, stroom, in slagregens, of een bescheiden drup, in verscholen rijm, in denderende klanken laat opstaan wat eerder niet bestond: Ik denk even aan The Raven (1845) van Edgar Allen Poe
And the silken, sad, uncertain rustling of each purple curtain
Thrilled me- filled me with fantastic terroirs never felt before.
Gedichten leven, ademen, herinneren, nemen mee, vinden lezers, laten achter, blijven bij en staan klaar om gevonden te worden. O ja en voor ik het vergeet: een goed gedicht maakt waar!

 

Margreet Schouwenaar (1955) is dichter en kinderboekenschrijfster.

foto (c) Alja Spaan, juli 2013

 

 

Geplaatst in Column.