Wendela de Vos – Niet mijn huis

Lavendelgeur, aardse bedwelming en dingen die voorbijgaan

door Paul Roelofsen




Even terug naar 2017 toen Wendela de Vos debuteerde met Waar leg ik mijn hart. Die bundel trof me door het sterke inlevingsvermogen van de dichter in een geschiedenis die niet de hare was maar die van bewoners van een vissersdorp in Jutland, waar stormen en woelig zeewater de huizen langzaam deden verdwijnen onder het duinzand. Een strijd met de elementen die de dorpelingen verloren.
In Niet mijn huis treft men hetzelfde thema aan, zij het dat niet de weersomstandigheden maar het verlopen van de tijd, de vergankelijkheid, een gelukkige periode afsluit. Het huis in de titel verdwijnt weliswaar niet onder het zand maar wordt uiteindelijk verkocht.
Er zijn meer overeenkomsten, de liefde in al haar facetten, zowel voor de mens als diens omgeving, speelt in beide de hoofdrol. Het verschil is dat aan Niet mijn huis een persoonlijke geschiedenis ten grondslag ligt, wat de gedichten intenser maakt.
De bundel is opgedragen aan de moeder van Wendela de Vos. Zij kocht destijds een bouwval in een gehucht in de Haute Provence en Wendela bracht daar vanaf haar zeventiende de zomers door. (Terzijde; mijn vrouw en ik kochten in 1970 eveneens een middeleeuwse ruïne in Zuid-Frankrijk en onze kinderen brachten daar vanaf hun vroege jeugd hun vakanties met ons door, wat hun groei een ontplooiing sterk beïnvloedde en wat voor mij aan Niet mijn huis een extra dimensie geeft). De bundel begint met gedichten die de karakteristieken en de ambiance beschrijven van het plaatsje waar de moeder woont. Zij zijn soms opgedragen aan de dorpsbewoners.

Voor de vrouw van het postkantoor

*Valse musette

Wilt u met me dansen, meneer
in de tent op de kermis
met het houten plankier en de roze pilaren

Uw hand op mijn heup
waar de stof van mijn jurk
los komt van mijn huid

Wilt u mij sturen tussen de paren
op een zoet suikerbries
anijsadem langs mijn gezicht

(…)

Wilt u mij begeren, meneer
in de tent op de kermis
met het houten plankier en de roze pilaren

Hoe ongekunsteld en licht, hoe mediterraan, hoe kenmerkend voor ‘la douce france’. Lang niet alle gedichten ademen overigens deze sfeer. Er wordt ook pijn geleden, de eenzaamheid komt ter sprake en natuurlijk de dood en het kerkhof. In Frankrijk nemen met name in de dorpen en gehuchten de kerkhoven een gewijde plaats in, waar de overledenen intiemer worden geëerd dan in het koele noorden van Europa. Alleen al aan de verzorging van de graven kan men dit opmaken.

*Noem alle namen van de grafstenen
voordat ze voorover zakken
voordat de groeven poreus of dichtgekruimeld zijn met tijd
noem alle namen weer en weer
dat ze er zijn en waren
dat ze erbij hoorden
er toe doen achter de stenen omheining
noem alle namen
laat ze zweven op de damp boven de velden de rook
stuiteren op de hagel van augustus
noem alle namen
op de muren van de kerk gekrast
in de zachte steen van de fontein
in het glas van de telefooncel
in het hout van de kerkbanken
noem ze weer en weer dat ze hebben bestaan

(…)

Een indrukwekkend relaas, eenvoudig van taal maar met rake typeringen: ‘voordat de groeven poreus of dichtgekruimeld zijn met tijd’. Ik struikel niet zelden over neologismen in een gedicht, maar ‘dichtgekruimeld’’ past hier perfect. Bij de titel van de bundel, Niet mijn huis, kan men zich afvragen van wie het dan wel is. (Ja, van de moeder, maar niet alleen van haar).

*Dit huis is niet van mij
geen steen heb ik gehakt
dakpan gebakken
ik tilde slechts
liep heen en weer
verplaatste legde neer

Dit huis is niet van mij

Niet meer dan van de schorpioen
de schimmel op de muur
de mieren en hun eieren met zorg gelegd
in kieren boven de latei

Mijn voetstappen zijn dichtgewaaid
zodra ik om de bocht
kan zwaaien naar het huis
dat mij al niet meer ziet
sinds ik de luiken sluit

Een originele invalshoek, die aangeeft dat bezit een relatief begrip is. Wel weet ik uit ervaring dat men zich meer met zijn woning verbonden voelt wanneer men deze zelf heeft gebouwd of, in dit geval, verbouwd. En ja mieren en schimmels ‘verbouwen’ voortdurend de huizen waarin ze verblijven en zouden als zij konden beschouwen deze zeker beschouwen als hun huizen.

Verder lezend in de bundel blader ik van het ene naar het andere hoogtepunt, zwakke gedichten kom ik niet tegen, soms een iets te opzichtige alliteratie ( worstelende woorden, ritselende ruimte), dat is alles. Voldragen poëzie door een tot wasdom gekomen schrijver.
Er zit duidelijk een verhaal in de gedichten; men kan ook zeggen dat het in wezen één lang gedicht is, dat naarmate het vordert onherroepelijk afstevent op de dementie en het overlijden van de moeder, en tenslotte op de verkoop van het huis, dat laatste niet zonder de volgende opwelling van de dichter terwijl de notaris de overdrachtspapieren in orde maakt; ‘een vroeger ik schreeuwt in ongeloof / maait om zich heen en roept zonder geluid om hulp: / zet terug maak ongedaan red mij / van mijn ondoordachte daad’. (Niet mee bemoeien natuurlijk, maar ik word dermate meegesleept door dit gedicht, dat ik het toch doe; het van de hand doen van wat je zo dierbaar is; onbegrijpelijk).

Ik sluit af met een gedicht waarin met name de laatste regel op navrante maar ook geestige wijze aangeeft waarom die verkoop niet goed doordacht was:

*Liefst hadden we je meegenomen
je vederlichte lichaam opgevouwen in een plastic tas
een bed gegraven in de stenig gele grond
je weer voorzichtig uitgevouwen neergelegd
met uitzicht op het dorp de kerk
de onbarmhartig hete zon
je vel laten wegbranden en alles waar de pijn zich
vastgeklonken had
en dan met zand en gras je toegedekt
en hopen dat je nooit zou worden opgegraven
ten behoeve van een zwembad

Ik begrijp dat de moeder niet is begraven in de tuin van haar huis, maar niettemin.

Last but not least; deze ontroerende bundel krijgt nog meer cachet door de tere tekeningen van Katelijne Brouwer.
____

Wendela de Vos (2022). Niet mijn huis. Uitgeverij U2pi, 58 blz. € 15,00 euro. ISBN 978908759931

Geplaatst in Recensies.