Alara Adilow – Mythen en stoplichten

Verkeerslichten als rustpunt

door Maurice Broere




Meestal bedienen schrijvers zich van een beperkt aantal thema’s, dat geldt niet voor Alara Adilow die in haar debuutbundel Mythen en stoplichten een veelheid aan motieven voorbij laat komen: homoseksualiteit, uitbuiting, misbruik, drugs, slavernij, stoplichten, transgender, alcohol en seks. Ik vermoed dat de lijst nog langer zou kunnen zijn.

De bundel heeft vier getitelde afdelingen: ‘Katabasis’, ‘Metamorfose’, ‘Geloof je in engelen Alara?’ en ‘Anabasis’. De inhoud van de afdelingen is zeer divers en de lengte varieert. Ook de gedichten variëren in lengte. De poëzie heeft een sterk associatief karakter.

Jeugd

Ik wil een hart van geluid in plaats van dit hart vol bloed.

Ik ben gevuld met kreten
van dat wat me achtervolgt sinds ik een meisje was.

Toen dacht ik dat wat me achtervolgde
iets vriendelijks was
maar toen ik ouder werd begon ik daaraan te twijfelen.

We likten aan de lolly’s.
We staken onze tongen uit
‘kijk dan, het is verkleurd,’ pochten wij
meer dan van de smaak van de lolly’s
genoten wij van de transformatie.

Dit komt uit de eerste afdeling ‘Katabasis’, wat afdaling of terugtocht kan betekenen. Terug naar vroeger? Het hart staat van oudsher voor het gevoel. Verlangen naar een hart met geluid zou kunnen duiden op het verlangen naar het verwoorden van gevoel. De tweede strofe bevestigt deze visie. De taal van vroeger achtervolgt haar. In de derde strofe blijkt dat wat eerst vriendelijk was nu twijfel oproept. Was het allemaal wel zo leuk? De vierde strofe neemt ons mee naar vroeger. Kinderen die aan lolly’s likken en genieten van de verandering van kleur. Een fascinatie voor de transformatie, misschien een vooraankondiging van wat later komt.

In de afdeling ‘Metamorfose’ is een belangrijk thema transgender. Ik zie dit gedicht als een heraut voor die thematiek.

Als ik wist

Als ik nog wist wat mijn naam was.
Als ik weet waarom jij weg was gegaan.

Ik plant mijn verdorde zorgen in de mond van morgen.
Ik ben vrolijk op alle feesten in mijn gele pak.
Ik speel de sprekende banaan. Ik voel me steeds gehaast.

Als ik wist waarom jij was weggegaan
kon ik misschien een beetje dansen.
Ik zie jouw gezicht in donkere lanen.
Jouw ogen zijn lansen; ze staren mij steeds aan.

Als ik wist waarom; als ik wist waarvoor.
Vergane kansen. Mijn jaszak zat vol met zand.
Ik slaap met zand tussen mijn lakens.

Ik heb niets anders dan
één zwakke hand die naar niets reiken kan.

Er zijn twee problemen: de eigen identiteit en de reden waarom iemand uit het leven van de dichter verdween. In de tweede strofe beschrijft ze hoe ze deze problemen voor zich uitschuift. Ze probeert die te vergeten door vertier te zoeken in dansen. Ze feest in vermomming en speelt de sprekende banaan, zodat ze niet haar ware ik hoeft te tonen door veel en nietszeggend te praten. Als ze de reden van het vertrek zou weten, zou ze misschien echt kunnen dansen en geen rol hoeven spelen, maar overal ziet ze het gezicht en de priemende ogen van de verdwenen persoon. De kans om het mysterie op te lossen doet zich niet voor. Overal is zand in de jaszak en tussen de lakens. De verbinding met de aarde? Er blijft niet veel over dan een lege hand waarin zand geen houvast vindt en die verder niets kan aanraken wat er niet is.

Mythen en stoplichten

Het lichaam gehuld in tijdelijkheden
wordt najaagt door een ziel
in een donkere zaal gevuld met kabaal van een verleden.

In de verte wieken zwaluwen over bergtoppen. Er klotst een beek
langs koele, groene stroken, er zit geen dak op deze herberg.
Ik wring mijn hart uit: regen, donderwolken, syntax
gebroken wetten, trage jazzmuziek.

Wat zal de argumenten van mijn wonden weerleggen?

Dwalend door die lange straat, met al die gezichten
alle kostuums die ik droeg, de mannen aan wie ik valse namen gaf
en de vrouwen waartegen ik loog uit schaamte.

Er is geen vuur in poëzie.
Ik heb er lang naar gezocht, gezocht naar vuur en hamers.
Ik vond enkel weerspiegelingen in troebelheid
daar kun je geen vestiging van scheppen.

Ik vond in poëzie een wentelen uitdijend, een gevoel van ontspruiten.
Alsof ik een gewas was in taal. Alsof ik meer was dan een kist
vol vertogen opgeborgen in een lichaam.

Dit is het titelgedicht van de bundel. Als ik mythe opzoek in VanDale blijken er drie betekenissen te zijn. Als eerste geeft hij verhaal over het ontstaan van de aarde enz. Dat lijkt me hier niet van toepassing de andere twee geven meer mogelijkheden: praatje zonder grond en als juist aanvaarde maar ongefundeerde voorstelling omtrent een persoon, zaak of toedracht. Vooral de laatste betekenis lijkt het meest te passen in dit verband. Jammer dat in de eerste strofe een taalfout staat, waardoor je de tekst moet aanpassen om hem begrijpelijk te maken, want in plaats van ‘najaagt’ had daar volgens mij ‘nagejaagd’ moeten staan. Het is best wel slordig dat zoiets erdoorheen slipt en het is niet de enige fout die ik aantref. Ook op bladzijde 19 en 37 trof ik fouten in de werkwoordspelling aan. Dit soort slordigheden zou een redacteur niet moeten laten passeren, zeker niet in gedichten waar het bij de interpretatie gaat om elke kleinigheid. Stoplichten is een thema dat in veel gedichten in de bundel voorkomt. Een stoplicht markeert een plaats in het verkeer waar je soms moet stoppen en als je zo’n punt nadert, moet je altijd extra alert zijn. Soms mag je door, maar voor je gevoel moet je meestal stoppen. In dat laatste geval heb je even de tijd om na te denken, even een rustpunt. In de eerste strofe wordt het lichaam niet als definitief gezien, blijkbaar kan het veranderen en ik denk dat hier niet groeien bedoeld wordt. In dat lichaam huist een ziel, waar de dichter niet zo’n gunstige kijk op heeft. Donkere zaal en kabaal hebben niet een positieve connotatie. De tweede strofe lijkt meer een gezicht op de toekomst te zijn en geeft een positiever beeld. De laatste regels geven uiting aan oude gevoelens die opzijgezet werden. Achter syntax had voor mijn gevoel een komma gemoeten. Syntax kende ik overigens niet en ook in VanDale komt het niet voor. Ik ben ervan uitgegaan dat syntaxis bedoeld is. Dan volgt een losse regel met een vraagteken. Wat verklaart de wonden die er zijn? Strofe vier zie ik als een zoektocht in het verleden en in de vijfde volgt een conclusie. Ze mist vuur in de poëzie. Er zijn enkel onduidelijkheden, waarin ze geen houvast kan vinden, maar in de laatste strofe ontdekt ze toch groei en dat ze meer is dan een lichaam waarin verhalen zitten opgesloten, want ze kan er middels de taal uit.

Een wonderlijke bundel die de lezer best moeite kost om te ontraadselen. Veel thema’s komen voorbij, misschien wel wat veel van het goede. Je krijgt de indruk dat het er allemaal in een keer uit moet. Dat zou in een volgende bundel best wel wat minder mogen. Dan zou ik ook meer aandacht aan de eindredactie schenken, want taalfouten in toch al moeilijk te doorgronden poëzie werken wel erg storend. Het blijft een veelbelovend debuut met eigentijdse thema’s.
____

Alara Adilow (2022). Mythen en stoplichten. Prometheus, 112 blz. €19,99. ISBN 97890446 43053

Geplaatst in Recensies.