Oude man met knotje

door Jan Loogman

 

Wie was de man die zich zo opwond over tachtigjarige seksegenoten met hun haar in een knotje en tatoeages op hun lijf? We zaten samen op het terras, nog twee vrienden erbij. Een aangenaam non-alcoholisch biertje in onze handen. Ik kende hem al jaren, maar nu was hij me vreemd. Dat rode hoofd, die uitpuilende ogen nadat een groepje hardrijders voorbij was gekard. ‘Kunnen ze zich niet gewoon naar hun leeftijd gedragen?’ brieste de man. ‘Die absurde neiging om zich jong voor te doen terwijl intussen het vet rond hun blote buik blubbert.’ Ik ging het gesprek niet aan. Er zijn mannen bij wie een knotje flatteus is. Ik denk aan onze klusser die zijn blonde Vikingharen (‘Inderdaad, mijn ouders komen uit Denemarken, hoe weet u dat?’) strak naar achter gekamd en samengetrokken in een knotje draagt. Toen hij in de hete zon een gat in mijn dak stond te zagen, zag ik geen gram vet op zijn blote bovenlijf. Nu is hij nog geen dertig jaar, maar als hij dit lijf en dit haar nu weet te bewaren tot zijn tachtigste, waarom zou hij dan niet nog steeds bloot en met een knotje?

Al is het onwaarschijnlijk dat zijn ouderdom zonder gebreken zal komen. Ik kwam twee oude mannen tegen / met dunne halzen en met haperende voet, dicht Vasalis en natuurlijk gaat verouderen meestal die kant op. De jonge gespierde Viking zal veranderen in een slappere versie van zichzelf, waarbij geen knotje meer past en evenmin getatoeëerde lichaamsdelen. Of is dit ouderwets gedacht? Waarom de gespierde strakhuidige volharige jongeling als maatstaf nemen? Schoonheid is betwistbaar en dan nog, waarom zou enkel schoonheid zich mogen vertonen zoals zij wil?

Vroeger vond ik tatoeages lelijk. Toen namen mijn twee oudste dochters ieder een tatoeage, niet te groot, niet te opvallend. Beschaafd, dacht ik. Zoals zij zijn. Ik begon tatoeages te herwaarderen. Wel ergerde ik me nog aan de sleeves, de armbedekkende tattoos. Ook deze ergernis verdween, een geleidelijk proces is dat geweest. Hoe vaker ik – vooral op zonnige dagen – klussers, schilders, loodgieters over de vloer kreeg, hoe meer sleeves ik kon bekijken. Hoe vertrouwder zij mij werden en hoe genuanceerder mijn oordeel. Wat ook hielp, is de tattoo die mijn oudste dochter op haar bovenarm nam, een flinke zeemeermin. Ze woont in een land waar het altijd warm is. Als ik haar bezoek, kan ik niet om de meermin heen kijken.

Ik heb de indeling mooi/lelijk in de vuilbak geworpen. Er zijn mensen met goed gezette tatoeages en mensen met mislukte tatoeages.  Friemelige en uitlopende tattoos zijn jammer, maar jong en oud, dun en dik, ieder lichaam mag zich aan tatoeages wagen. Al blijft het soms schrikken, zoals die keer dat ik voor het eerst de keeper van voetbalteam Manchester City in beeld kreeg. ‘Hij heeft geen nek,’ dacht ik, totdat ik zag hoe zijn hals en nek schuilgingen onder een zwart geïnkte tattoo. Ik herademde.

Ederson (keeper Manchester City) van Express

Aangenamer dan opgewonden ergernis over een oude man met een knot, is verwondering over de knot van de oude man. Ik kneep mijn opgewonden vriend in zijn bovenarm en we liepen samen de stad in. Het leven is vurrukkulluk, citeerden wij Martin Reints en via hem Remco Campert: Je kunt het Vondelpark in lopen / alsof je nog nooit buiten bent geweest // en je kunt het Museumplein op lopen / alsof je niets te doen hebt // je kunt naar voorbijgangers kijken / alsof je naar muziek luistert // je loopt, je steekt over, en je loopt weer verder // telefoongesprekken voerende fietsers / een naar een taxi zwaaiende toerist / een over straat waaiende krant // als het zo gaat, beginnen de dingen / vanzelf licht en ontspannen te swingen.

 

Fietser in laan (avenue) van Pixabay
Appende fietser van Volkskrant

Geplaatst in Column.