Wat Maakt Een Gedicht Goed? (55)

door Dinie Sophie Fintelman

 

 

Wat Maakt Een Gedicht Goed?

Of ik een gedicht goed vind merk ik vrijwel meteen en pas later komt het waarom. Soms door herlezing, soms door analyse. Maar de eerste indruk is voor mij essentieel. Overtuigt het gedicht? Ben ik bereid me over te geven aan wat er staat? Wil ik geloven wat er staat, ook al lijkt het niet logisch? Laat ik de verbeelding toe?

In de literatuurwetenschap gebruikt men de term disbelief. De term is van toepassing op elk soort verhaal dat er niet naar streeft om realistisch te willen zijn. Het gaat om de bereidheid van de lezer om zijn scepticisme aan de kant te schuiven en mee te gaan in het verhaal. Ik gebruik deze term ook voor poëzie. Poëzie kan realistisch zijn met aandacht voor het alledaagse. Goed te begrijpen maar ook dan moet ze overtuigen. En in niet realistische poëzie die soms onlogisch lijkt, moet de logica binnen de context van het gedicht duidelijk zijn. Ik moet erin kunnen geloven: de verbeelding toelaten, me laten verrassen, verrijken. Me mee laten voeren.

De laatste tijd lees ik af en toe poëzie van Les Murray. Een aantal gedichten is geschreven vanuit het perspectief van dieren. Het gedicht “PIGS” is geschreven vanuit het perspectief van varkens. De schrijver citeert niet de varkens in dit gedicht. De varkens zelf zijn aan het woord. Ze kijken terug naar hun “natuurlijke” staat van voor de bio-industrie.

Varkens hebben geen mensentaal ter beschikking. En toch: het perspectief overtuigt. Hoe dat kan is op zich een wonder, afgezien van het varkiaans taalgebruik. Ik geloof de varkens. Sterker nog ik laat me meeslepen en mijn weerzin tegen de bio-industrie wordt er alleen maar groter door. Zo werkt goede poëzie!

 

 

Dinie Sophie Fintelman (Appeltern, 1951, Groede) publiceerde gedichten bij Liverse, Dordrecht: BotsAan de roekelozen, en Een uitzicht waar iets over viel te zeggen.

afbeelding uit Dieren zijn ook mensen, Janosch (Belz Verlag 1981)

 

 

Geplaatst in Column.