Bianca Boer – Vaste grond

De diepte van doodgewone gedichten

door Herbert Mouwen




Van dichter, schrijver Bianca Boer verscheen Vaste grond, een dichtbundel die vooral gaat over de verschillende rollen die zij in haar leven speelt, zoals de rol van dochter, moeder, vrouw en kunstenares. De bundel is ‘voor zus & alle andere kinderen die zorgen’. Haar poëzie is zeker niet vernieuwend te noemen. De vorm van haar gedichten is herkenbaar en de meeste gedichten zijn inhoudelijk gezien anekdotisch. Ze gaan over alledaagse dingen en familiaire onderwerpen. De lezer die op zoek gaat naar fraaie beeldtaal en stilistische hoogstandjes zal teleurgesteld zijn na het lezen van deze bundel. De poëzie van Bianca heeft echter een ander karakter, hoewel ik me kan voorstellen dat lezers haar poëzie te braaf, te speels en te traditioneel vinden. Toch is er in de gedichten wel degelijk sprake van diepgang en is het perspectief van waaruit deze poëzie geschreven is bijzonder.

In de eerste afdeling van de bundel ‘Het wordt tijd’ geeft de dichter in het moedergedicht ‘Vaste grond’ in de laatste twee strofen aan waar het bij het schrijven om gaat. Het poëtisch perspectief is niet alledaags: ‘Borduren levert inzichten op’.

Borduren levert inzichten op. Het gaat zo langzaam als het gaat.
Vooruitwerken heeft geen zin, borduren is hier zijn. Jij houdt niet
van handwerken, je begrijpt niet van wie ik het heb. Papa zegt
dat hij nog altijd de jonge vrouw ziet met wie hij trouwde. Hij zegt
dat je nog steeds gehaktballen braadt.

Stel je voor dat er mensen zijn die dit lezen. Ik zal tegen ze zeggen
dat dit een liefdesgedicht is. De muren staan. Ik ben al bijna bij je.
Ik borduur nog wat vogels en verlang ernaar de straat op te gaan,
met een stok langs het hek te ratelen. Een gedicht te worden. We
moeten het over afscheid hebben. Afscheid heeft warme handen.

In dit gedicht richt de dichter zich op het nu en niet op het verleden of de toekomst: ‘Vooruitwerken heeft geen zin, borduren is hier zijn.’ De twee laatste versregels van de strofe die hieraan voorafgaat, eindigen met ‘We zijn niet meer wie we gisteren waren, / geen mens leeft terug.’ De tijd verloopt langzaam – net als borduren – en levert ingewikkelde, geconstrueerde situaties op. En ja, er komt altijd een afscheid, al hoeft dat niet pijnlijk of negatief te zijn, want het ‘Afscheid heeft warme handen.’ In dit lange gedicht dat acht strofen bevat, gaat het over het borduren van ‘de plattegrond van het huis’, waarmee borduren tevens de functie krijgt van structuren aanbrengen bij het vastleggen van herinneringen. ‘Vaste grond’ is het laatste gedicht van de afdeling en de twee afsluitende strofen hebben mij nieuwsgierig gemaakt naar het vervolg.

In ‘Snippers dag’, de tweede afdeling van de bundel, wordt de betekenis van het borduren in deze bundel verder uitgewerkt in de relatie tussen moeder en ik-figuur en die tussen ik-figuur en haar eigen kind. De titel van deze afdeling geeft aan dat de gedichten tijdsmomenten (‘Snippers dag’) bevatten, bepaalde delen van een dag. In ‘Laatst, in de ochtend’ fietst de moeder met haar jonge dochter over een plein, waar ook vuilniswagens rijden en waar ‘de zakken vol blauw aan de straat’ staan met ‘Daarin de restjes dag / die van de ramen gelekt waren.’ Moeder vult haar fietstassen ermee. Het gedicht eindigt met: ‘Daar zijn ook de vuilnismannen, op hun hielen gezeten door de wagen / waarin, ‘zie je dat mama?’, een voor een de zakken verdwijnen.’ Ook hier weer een bijzondere alledaagse metafoor voor het verlopen van de tijd: vuilniszakken die opgehaald worden. Deze afdeling bevat een aantal drie-generatie-gedichten van moeder-dochter-kind. Zeer de moeite waard is het gedicht ‘Zitten’ over de oude moeder die te maken krijgt met de harde werkelijkheid van de thuiszorg en probeert zich te verzetten: ‘een wildvreemde dwingt je overeind / laat zich niet wegjagen / wil met je de douche in’. Al lezende raak ik ervan overtuigd dat de wijze waarop Bianca Boer het leven van alledag benadert en koppelt aan haar eigen herinneringen en ervaringen niet alleen voor de lezer herkenbaar is, maar gewoon ook mooie gedichten oplevert.

In de afdeling ‘Minder mensen’ spitst de thematiek zich toe op de moeder-dochter-relatie, het thema verlies en het overlijden van de moeder. Het bed waarop moeder ligt, wordt in het gedicht ‘Kleine geluiden’ vergeleken met het schilderij van de slaapkamer in Arles van Vincent van Gogh.

Kleine geluiden

voordat je inslaapt schuif je nog wat over het matras
legt je hoofd precies op je kussen trekt je dekbed recht
al mijn hele leven doe je dat naast papa in deze kamer

Van Gogh schilderde zijn slaapkamer in Arles
drie keer het hoge ledikant de rode deken
de blauwe kan op het tafeltje in de hoek

hoe het licht van buiten op zijn houten vloer valt
op de stoel de schilderijen boven zijn bed
hoe het raam op een kier staat

Van Gogh keek gewoon om zich heen
hij schilderde wat hij zag
nog altijd zien andere mensen dat

ik maak foto’s als ik bij jullie ben, je pyjama’s
gevouwen in de kast de wuivende gordijnen
het glas op je nachtkastje het opengeslagen bed

De grammaticale samentrekking in het woord ‘je’ van de eerste strofe, die verwarrend overkomt, trekt de aandacht. Het naast elkaar zetten van de schilderijen met de gemaakte foto’s door de ik-figuur is hier geloofwaardig weergegeven. De vierde strofe die begint met ‘Van Gogh keek gewoon om zich heen’, kan toegevoegd worden aan de poëtica van Bianca Boer. Inderdaad, het is een kwestie van gewoon om je heen kijken en schilderen wat je ziet, want dat blijven de mensen zien. Deze afdeling opent ook met een gedicht over kleine geluiden. ‘Stilte is een gaatje in geluid’ is de titel en de mens moet zorgen voor het geluid, want ‘met alles wat uitsterft / verliezen we hun geluid’.

De bundel eindigt met de afdeling ‘Afscheid heeft warme handen’. Het zijn ook de laatste woorden van het geciteerde gedicht ‘Vaste grond’. Het gebeurt meer in deze bundel dat titels van gedichten of versregels worden gebruikt als titels van afdelingen. In ‘Al dat vergeten’ komt de dementie expliciet om de hoek kijken en die wordt verbonden met het daarop volgende gedicht ‘Rechtmatige eigenaars’. Het is een mysterieus gedicht over laatste herinneringen ‘op de zolder van het rouwcentrum’, zoals bijvoorbeeld ‘die schoenendozen vol kussen’. Echter, de nabestaanden weten hier niets van. Het slotgedicht ‘Tuinhek’ maakt duidelijk dat het overlijden aan dementie afschuwelijk en wreed is, zeker vanuit het gezichtspunt van de echtgenoot, want ‘je ziet zijn verdriet als hij / op bezoek gaat bij zijn vrouw / door wie hij na een huwelijk volhouden / nog geen seconde wordt gemist’. Niet alleen deze ziekte is wreed, ook de tijd van leven kan meedogenloos zijn ‘nu je de dagen verliest’.

Vaste grond is gezien de thematiek die Bianca Boer op talloze verschillende wijzen uitwerkt in haar gedichten het lezen waard, ook al zijn ze traditioneel van vorm. Toegegeven, enkele gedichten zijn te simpel, zoals ‘Plattegrond’ en ‘Jarig’, maar in het algemeen is de inhoud van Vaste grond markant te noemen. De directe beschrijvingen van de waarnemingen transformeren geregeld tot een opvallende metafoor, ook als ze doodgewone, alledaagse zaken behelzen die met eenvoudig woordgebruik gepresenteerd worden. Ook die poëzie bestaat en ‘nog altijd zien andere mensen dat’.
____

Bianca Boer (2022). Vaste grond. Atlas Contact, 64 blz. € 20,99. ISBN 9789025473198

Geplaatst in Recensies.