Annemie Deckmyn – Storm na storm

Onderweg en tussen de buien door

door Maurice Broere



in het begin droomden we van een lettertype,
strak en schreefloos, passend bij onze naam.
nog voor je me vroeg samen te schrijven,
bladerden we reeds in de bemeten jaren.

hoofdletters sloegen we in de ban.
af en toe een doorhaling, een droedel
in de marge. je zette soms een punt.
ik gaf jou een spatie, de witregel bleef.

geen voetnoten. wat valt er uit te leggen?
lijm een zachte kaft met kreuken er omheen.
zo is het goed genoeg. een titel overbodig.

Zelden wordt het een recensent zo gemakkelijk gemaakt als door Annemie Deckmyn in dit gedicht. Ze geeft duidelijk aan wat haar poëtica is: een strak, schreefloos lettertype, geen hoofdletters wel interpunctie en witregels. Het enige waar ze zich niet aan houdt, is het schreefloze lettertype, want de bundel is gezet in de Elegant Garamond. In deze recensie is wel sprake van een schreefloos lettertype.
Het gedicht spreekt voor zichzelf alleen blijft het een raadsel wie we zijn. Een co-auteur kon ik niet ontdekken. Misschien is er sprake van een alter-ego een soort poëtisch geweten naast de dichter.

Storm na storm is de tweede bundel van Annemie Deckmyn. Haar debuut Alles is onderweg uit 2018 is positief ontvangen en dat schept verwachtingen. Debuteren is een, maar de draad vasthouden is wat anders.
De bundel heeft een opbouw in vier afdelingen: ‘De wolken’, ‘Donker’, ‘Storm’ en ‘Opgespat zand’. Er zit een climax in, eerst zijn er de wolken, het wordt donker dan barst de storm los en een anticlimax vormt de laatste afdeling, want wat er overblijft na dit alles is opgespat zand. We zouden het kunnen opvatten als een metafoor voor het leven met allerlei stemmingen die elkaar afwisselen en die uiteindelijk hun sporen achterlaten. Al lijkt het soms of je van storm naar storm leeft.

wanneer ik ‘s morgens kort van stof
de trap afdaal, de leuning aai,
monstert mijn oude man mij van beneden.
zijn dag heeft niet veel om het lijf.

ik zwijg in al mijn vezels, zie hem denken.
haar tred is zwaar. de leden niet meer lenig.
ze kiest omzichtiger haar stappen.
het karig grijs ooit vol en blond.

hij kijkt omhoog. ik vind hem zacht en sterk
in al zijn spreken. zijn hand rust op de stijl.
de laatste trede staan we oog in oog.

We zijn getuige van een alledaags tafereeltje. Een vrouw daalt ’s morgens nog in nachtkleding en weinig spraakzaam de trap af. Haar man die ook nog niet zo lang geleden aan zijn dag begonnen is, observeert haar al afdalend. Ze laat haar gedachten gaan en beeldt zich in wat hij denkt en ziet: een oudere vrouw, niet alles is meer wat het ooit was, de bewegingen, het haar. Ze waardeert zijn aandacht en even later staan ze oog in oog. Mooi zoals Deckmyn liefde en respect uitdrukt door weinig te zeggen en veel te suggereren. ‘Kort van stof’ en ‘niet veel om het lijf’ vind ik grappige, dubbelzinnige vondsten.

de reis was zorgvuldig uitgekiend
een wegbeschrijving nauwgezet en bij de hand.
toch reden we ons vast na korte tijd.
het scherm gaf een foute code.

eens weer op weg de juiste afrit genegeerd.
gaf uren omrijden en eindeloos gezeur.
we dreven uit elkaar, twee kleine continenten.
een nieuw land, kan dat hier nog ontstaan?

ergens grenzeloos en ver. de kaarten klopten niet
met het landschap dat we droomden. fout van de kaarten.
of te vaak door jou in de verkeerde vouw geplooid.

kies voor een andere schaal, zei je, strijk de plooien glad.
als de hemel niet bestaat, moeten we hem zelf verzinnen.

Ook weer een klassieke opbouw, twee kwatrijnen, een terzine en een distichon. De eerste strofe beschrijft een reisplanning en hoe het in de praktijk misging. Voor mijn gevoel is er sprake van twee personen. In het tweede kwatrijn gaat het weer mis met de route en niet alleen met de route, want er ontstaat ook ergernis wat tot gevolg heeft dat de sfeer er niet beter op wordt. Verwijten ontstaan vanzelf. Dan volgt het distichon met daarin een wending zoals we die kennen in een sonnet. We zijn vanuit de auto beland in een relatie waarin dromen niet uitkwamen, dingen die uitgestippeld waren niet uitkomen. Soms ging het fout door eigen toedoen. De laatste strofe geeft hoop en roept op tot verandering. Als het ideaal niet bereikbaar is, probeer dan zo ver mogelijk te komen op de weg ernaar toe.

De eerste bundel van Annemie Deckmyn heb ik niet gelezen, maar met deze heeft ze bewezen dat ze een plaats verdient in het poëzielandschap. Met strak gecomponeerde verzen die een mooie verbeelding van de werkelijkheid en het innerlijk leven van de dichter geven. De thema’s zijn niet modieus, maar gaan over de belangrijke dingen: dood, ouder worden, relaties, liefde, natuur, eenzaamheid. Opvallende motieven zijn kaarten, kompas, codes op een scherm. Ze hebben alle te maken met koers bepalen niet alleen op de weg, maar ook in het je weg vinden in de wereld met de mensen om je heen. Ze weet steeds andere lagen aan te boren, die je niet zou verwachten. Zoals al eerder vermeld is de titel een metafoor voor het leven. Er zijn stormen, maar tussen de stormen is er sprake van windstilte, tijd om na te denken en wat van het leven te maken.
____

Annemie Deckmyn (2022). Storm na storm. Uitgeverij P, 72 blz. €17,00. ISBN 97894931388810

Geplaatst in Recensies.