Peter de Liefde – De Canon Licht Verdicht

Licht verdichte vensters

door Inge Boulonois




Van tekstdichter, kleinkunstenaar, columnist en toneelschrijver Peter de Liefde kwam onlangs, in september, een tweede lichtvoetige bundel uit: De Canon Licht Verdicht, met de ondertitel De Vaderlandse Geschiedenis Nieuw Berijmd. Op 25 november en 2 december in Theater Inter Amico te Dordrecht heeft De Liefde met zijn Kleinkunstensemble een voorstelling rond deze nieuweling. Een jaar ervoor, in 2021, verscheen zijn debuut De Wereld Licht Verversd. (Een bespreking van deze eersteling is hier te lezen.)

Het perspectief van de nieuwe bundel is kleiner; Peter de Liefde heeft de wijde wereld verruild voor het eigen landje. Het woord ‘nieuw’ in de ondertitel geeft aan dat andere dichters hem in versificatie van onze historie voorgingen.
Vorig jaar kwam de enthousiast ontvangen bundel Licht over Nederland van de helaas begin november jl. overleden lightversedichter Gezienus Omvlee uit. Uit 2018 dateert de sonnettenkransenkrans (211 sonnetten!) vaderlandse geschiedenis, een door Hilde van Beek en Bas Jongenelen bijeengebracht Gesamtwerk; tientallen dichters verleenden hier hun medewerking aan. De Canon van Nederland van de bekende dichter en Kees Stip Prijs-winnaar Jaap van den Born zag in 2006 het licht; Van den Born koos daarin voor één muzikale versvorm, het elftal. Veel ouder zijn Jan Frederik Helmers rijmende zangen, De Hollandsche natie, een boek dat in 1812 de eerste druk beleefde. Helmers dichtte in een retorische en bombastische stijl die zijn visie op het verleden van Nederland bejubelt. Voor een goed begrip: dat was in de Franse tijd.
Qua inhoud en stijl tapt De Liefde gelukkig uit een ander vaatje dan Helmers; hij schotelt ons smakelijke humor voor. Net als in zijn debuutbundel koos hij voor verschillende versvormen. In vijftig luchtige sonnetten, kwatrijnen, ollekebollekes en sonnettines maakt hij bekende staatslieden, schilders, schrijvers, uitvinders en andere historische figuren of gebeurtenissen tot voorwerp van luim en spot.

De bundel is plezierig systematisch opgebouwd: verzen belichten de vijftig vensters der vaderlandse geschiedenis uit de officiële Canon van Nederland anno 2020. Titels van gedichten en vensters zijn identiek en hebben dezelfde, chronologische volgorde. Het begint met ‘Trijntje’, de naam die het oudste menselijke skelet kreeg dat in Nederland werd gevonden. Met ‘Het Oranjegevoel’ sluit de bundel af en daarmee een tijdvak van zeven eeuwen. Onder elk gedicht bevindt zich een tijdbalkje met het jaar c.q. de periode van het onderwerp.

Willibrord, de vrome apostel van de lage landen, is nu verlucht met neologistische woordspeligheid: diens kerstening bracht ‘pinkstering en pazing’ voort. De dichter laat Maria van Bourgondië appetijtelijk rijmen op ‘filet mignon die je’. Bij een groenteboer wil iemand Lof der zotheid kopen. In het tweede vers ‘Hunebedden’ (ca. 3000 voor Chr.), een klinkend Petrarciaans sonnet, zorgt heerlijk droge humor voor de punchline.

De hunebeddenbouwer bouwt
door trouw en plichtsbesef gedreven.
Het is hem waarlijk om het even
hoeveel hij hier aan werk verstouwt.

De hunebeddenbouwer houdt
niet van de vragen over ’t leven.
Het is gewoon een hard gegeven
waarmee zo’n beddenbouwer sjouwt.

Maar krijgt hij van zijn vrouw de vraag,
“Hoe was het op je werk vandaag!”
vermoed ik dat ie zachtjes zegt,

terwijl hij naar beneden kijkt,
en doelbewust haar blik ontwijkt:
”Ach mens, ik heb een steen verlegd.”

Vanzelfsprekend maakt De Liefde regelmatig gebruik van het voor de hand liggende komische stijlmiddel van het anachronisme. In het sonnet ‘Michiel de Ruiter’ suggereert hij dat de zeeheld rustig voortleeft en uitstekend op de hoogte is van de verfilming van zijn leven eeuwen later.

Nu ik langzaamaan verbrokkel
als een krijgshistorisch voorbeeld
en postuum nog wordt veroordeeld
door een activistisch mokkel

voor gesjoemel en gesmokkel
dat heel vroeger heeft gespeeld
had het niet zo veel gescheeld
of ik stapte van mijn sokkel.

Maar ‘k bespaar u het gezeur
want slechts één op tien miljoen
heeft mijn glans en mijn grandeur

én een smetteloos blazoen
dus u zou ’t met een acteur
als Frank Lammers moeten doen.

In de ollekebollekes passeren nieuwe OB-woorden (zo noemt men de befaamde zeslettergreepwoorden op de zesde regel) als scheldnaamverbuigingskunst, vestzakhorloge-fan en anticondoomdrager. Een hilarische verklaring heeft De Liefde voor het feit dat Karel de Grote diens achternaam, ondanks de veelheid aan historische Karels, kon behouden. Zijn inventieve geest weet zelfs waaraan de Hanzesteden nu nog herkenbaar zijn en hoe Hugo de Groot in de ontsnappingskist lag. In de twee beknopte terzines van Anne Frank, een onderwerp dat qua humor precair ligt, ironiseert De Liefde op fijnzinnige wijze de Nederlandse would-be-mentaliteit.

Men wenste elk verdacht sujet
van heulen met het hakenkruis
in de beklaagdenbanken.

Maar iedereen zat in ’t verzet
of had ineens een achterhuis
met zeven Anne Franken.

Opvallend in De Liefde’s gedichten zijn de regelafbrekingen. Nogal wat dichters van vaste vormen houden niet van enjambementen en zelfs niet van wat daar ook maar enigszins naar riekt. Echter een overloop geeft inhoud vaart en helpt om eventuele starheid door eindrijm te doorbreken. Om die redenen benutten sommige dichters, zoals Nijhoff, bewust wél regelafbrekingen. Ik kan mij goed voorstellen dat podiumkunstenaars minder door zulke afbrekingen gebiologeerd danwel geobsedeerd zijn dan lightversedichters op papier. De verzen in De Canon Licht Verdicht zitten metrisch overigens gedegen in elkaar.

Opvallend verschil van De Liefde’s nieuwe bundel met zijn debuut is het formaat. Zo royaal als hij bij zijn eerste uitpakte – groot formaat, hardcover, haast 200 verzen – zo bescheiden en zuinig deed hij dat deze keer. Kwalitatief hebben de 50 gedichten er niet onder geleden. Persoonlijk hik ik wel aan tegen het zeer kleine font. Dit dient, vermoed ik, een doel want nu beslaat geen enkel gedicht meer dan een pagina. Zelfs de uitbundigheid van het laatste, langste exemplaar ‘Het oranjegevoel’ blijft netjes binnen de perken alsof het overbekende maaiveld in het geding is. Een grotere letter of groter bundelformaat dan 11 x 18 cm was mij liever geweest.

Alles bij elkaar vormt De Vaderlandse Geschiedenis Nieuw Berijmd een aangename, gevarieerde en toegankelijke bundel. Lichtvoetigheid is het middel par excellance om lucht te kloppen in de saaie, zware kost die geschiedenis kan zijn. Het is leerzaam en nuttig om wat ooit gebeurd is vanuit een nieuwe optiek te bezien. En hoe plezierig is het niet om door een verrassende clou op het verkeerde been gezet te worden! Terugkijkend kun je haast schaamte voelen voor wat ons voorgeslacht allemaal heeft uitgespookt. Zonder twijfel zullen generaties na ons met eenzelfde dedain, onbegrip en wie weet afschuw naar ons doen en laten kijken en hopelijk ook de luchtige kant ervan kunnen zien…

Door het kleine formaat past de canon mooi in een jaszak en damestas. Én in een schoen: de lichtvoetige schoen die iedereen past. Ik sluit mijn bespreking af met ‘De eerste spoorlijn’. Vier regels brengen ons ijlings als met een voortrazende trein van de negentiende eeuw naar nu, waarin, neem ik aan, Guus, na zijn uitstapje naar New York, weer op vertrouwde bodem rondtoert, al had dat voor de dichter van de bundel misschien niet gehoeven.

Schoon de trein een wonder
van de negentiende eeuw is
leef ik liever zonder
dat ‘Kedenglied’ van Guus Meeuwis.

____

Peter de Liefde (2022). De Canon Licht Verdicht. De Vaderlandse Geschiedenis Nieuw Berijmd. Bravenewbooks.nl, 63 blz. € 15,- ISBN 9789464652154

Geplaatst in Recensies.