Wat Maakt Een Gedicht Goed? (68)

door Monica Boschman

Wat maakt een gedicht goed

‘Wat maakt jou goed?’ vroeg ik aan een goed gedicht.
Het zei: ´Dat ik precies zeg wat ik te zeggen heb.’
‘Hé, het is voor Meander, geef het wat vlees op de botten.’
Het keek me aan en gaf deze woorden:

‘De dichter liet mij voorgaan. Ze heeft geluisterd en gekeken, geschrapt en geschoven, de tijd genomen. Ze nam geen genoegen met mijn buitenkant, drong door tot de kern van elk woord, de verbinding tussen de woorden, in betekenis en klank. Zo leerde ze me kennen, zag welke vorm me paste. Ze gaf me een naam.

Ik druk uit wat ik in taal kan uitdrukken, al weet ik niet waar de woorden en het wit vandaan zijn gekomen. Toen ik voor haar lag zoals ik werkelijk ben, liet ze me met rust. Alsof ze wist dat ik zonder haar de wereld in kon stappen. Als schepping met een ziel – dat klinkt pathetisch. Laat ik het anders zeggen: Ik stond te popelen om op papier of op een scherm te verschijnen, een pijltje te gooien naar de binnenwereld van een ander.

Ik geef leven, steeds opnieuw. Misschien begrijpt de ander mij niet helemaal, maar verstaat hij door mij zichzelf iets beter. Ik heb geen THT, ga mee zolang mijn letters leesbaar zijn. Ik ben een sterk gedicht omdat mijn taal op het begrip vooruitloopt. Bij elke nieuwe lezing win ik aan zeggingskracht en zeggenschap – ook voor de dichter – zonder dat er een letter aan mij verandert.

Een goed gedicht spreekt alleen voor zichzelf en heeft niets meer aan zichzelf toe te voegen. In die zin ben ik mijn boekje hier ver te buiten gegaan. Voor Meander, zei je dat? Vooruit, dan herhaal ik het nog een keer, met het oog op mijn publicatie: Ik ben een goed gedicht.’

 

Monica Boschman is dichter.

foto (c) Alja Spaan, augustus 2016, expositie Claudy Jongstra

Geplaatst in Column.