Iduna Paalman – Bewijs van bewaring

Opengebroken tijd

door Herbert Mouwen




Iduna Paalman debuteerde in 2019 met de dichtbundel De grom uit de hond halen. Ze won de Poëziedebuutprijs, kreeg een eervolle vermelding van de Grote Poëzieprijs en de Volkskrant riep haar uit tot literair talent van 2020. Iduna Paalman heeft een bijzondere voorkeur voor het vertellen van oude en onbekende verhalen. In Bewijs van bewaring, haar tweede bundel, vertelt ze in strofische gedichten en prozagedichten geschiedenissen van vrouwen die vergeten of miskend zijn. Iduna Paalman onderzoekt hierin de historische betekenis van deze vrouwen aan de hand van vragen als: waarom zijn deze vrouwen vergeten en vinden we eventueel nog restanten van hun leven terug in onze tijd? Het gedicht ‘Vragen aan de minnares’ bevat een opsomming van vragen die de dichter al dan niet aan zichzelf stelt. Wanneer het gaat om de overkoepelende thematiek van de bundel springt deze vraag eruit: ‘Wat is erger: niets van je geschiedenis kunnen teruglezen of er / überhaupt geen hebben?’ Wellicht is een mogelijk antwoord de laatste versregel van het openingsgedicht ‘Tussenkomst’: ‘ik breng iets teweeg voor wie het zich herinnert.’ En in ‘Spelregels’ schrijft ze: ‘wie historicus is heeft iets uit te leggen’. Iduna Paalman studeerde Duitse taal en cultuur en Duitslandstudies.

Voorafgaand aan het zesdelige gedicht ‘Wortels’ dat ontstaan is aan de hand van de dagboeken van Geertruida Kapteyn-Muysken, die ‘publiciste, vrijdenkster’ was en leefde van 1855 tot en met 1920, geeft Iduna Paalman vijf bewijzen in dichtvorm: een bewijs van ‘toelating’, van ‘onvermogen’, van ‘bekwaamheid’, van ‘vakmanschap’ en van ‘bewaring’. In dit laatste gedicht vraagt de je-figuur zich het volgende af:

je hebt een voorgeschiedenis, je vraagt je af: welke leugens
schragen welke plank en lig ik daarop te slapen?

Je schaft een kluis aan die a) zwaar b) warm c) doorzichtig is
je vraagt je af waarom iedereen zo weldadig in het nu leeft terwijl

alles wat achterbleef, wie strikt het samen wie neemt het
bungelend mee

De dichter gaat na het volgende tweedelige gedicht ‘Complot’ (‘We beginnen schoon.’) aan de slag: ‘het hoofdstuk start als je er klaar voor bent, verwar / je ontspanning gerust met verbijstering, (…)’ Eerlijk gezegd blijf ik ook na herlezing de bewijsgedichten en het daarop volgende gedicht ‘Complot’ enigszins duister vinden, zeker als ze als basis dienen voor het onderzoekend karakter van de bundel, waarin o.a. enkele vergeten historische vrouwen hun plaats in de geschiedenis krijgen. Het gedicht ‘Wortels’ gaat over Geertruida Kapteyn-Muysken. Zij is een interessante figuur die vertaalster Martha van Vloten kende en later contact kreeg met de Tachtigers. Ze nam tussen 1878 en 1880 privélessen in de literatuur, filosofie, sociologie en geschiedenis bij de bekende neerlandicus Willem Doorenbos en propageerde krachtig het kunnen doorstuderen van vrouwen. Zijzelf kon werken aan haar ontwikkeling, omdat haar man veel op reis was voor zijn werk. Het zesde en laatste gedicht van ‘Wortels’ eindigt met de veelzeggende versregels: ‘ik dank de reislust van mijn man, mijn hoofd werd een brood / en iedereen kon ervan eten’. ‘Wortels’ is geschreven op basis van de dagboeken van Kapteyn-Muysken, die behoren tot de Collectie Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging te Amsterdam. Paalmans gedichten bevatten cursief gedrukte citaten uit haar dagboeken.

In ‘Het proces’, dat een reeks is van vier gedichten, nl. een aanklacht, een proef, een uitspraak en een terechtstelling, denk ik uiteraard aan Franz Kafka, ook vanwege een van de motto’s van de bundel: ‘Und wie lange dauern doch derartige Prozesse, besonders in letster Zeit!’ De dichter neemt ons in het laatste gedicht mee naar de ‘onthoofding van Anna Göldi’, de laatste vrouw die wegens moord in 1782 als heks werd geëxecuteerd. Staat er in het eerste gedicht nog ‘Welkom in ons rechtssysteem’, het cynische van deze uitnodiging wordt duidelijk in het laatste gedicht wanneer het gaat over ‘een gerechtelijke dwaling hoewel dat pas tweehonderd / jaar wordt bekend, de dwaling toegeven kost altijd meer tijd / dan de dwaling begaan hoelang de dwaling ook duurt’. De rake quote over ‘de dwaling toegeven’ kan zo in elke rechtbank een plaats aan de wand krijgen. In het tweede gedicht van de cyclus ondergaat de van hekserij beschuldigde Hendrika Hofhuis (1780-1849) op eigen initiatief de heksenproef. De dichter stelt: ‘Wees je veroordeling voor: nodig zoals Hendrika Hofhuis het hele dorp uit / spring vrijwillig in het water, zink zelfstandig en kom weer boven, het delict / is bijna altijd imaginair, daar komt veel publiek op af.’

Mary Gertrude Halton (1878-1948) is de vrouw die genoemd wordt in de serie gedichten die de titel ‘Barrièremiddelen’ heeft meegekregen. Ze was o.a. gynaecoloog, activiste en suffragette, werd als eerste vrouw benoemd aan de Harvard Medical School en streed voor de bevordering en verbreiding van anticonceptie en het vrouwenstemrecht. Ook Aletta Jacobs (1854-1929), arts en eerste universitair afgestudeerde in Nederland, krijgt in dit gedicht aandacht, omdat zij ‘over geboortebeperking adviseert’ en behoort tot de eerste feministische golf: ‘In haar memoires // schrijft Jacobs over predikanten die hun vrouwen stiekem naar haar spreekuur / zonden, ook de oma van mijn moeder zegt dat van alles schijnheiligheid het giftigst is’. En dan is het toch weer een vraag die me aan het slot van het derde gedicht opvalt:

———–                       al jaren vier ik dat mijn vrijheid me blokkeert
en mijn blokkades me bevrijden is het normaal dat ik ze elke dag doorslik

dragen ze de zadels voeden ze bekken of magen
spelen ze een smerig spel, houden ze me schoon en volledig?

In het slotgedicht ‘Baanbrekend’ zitten ‘op mijn balkon’ Maria Magaretha Winckelman (1670-1720), een Duitse astronoom, die in 1702 komeet C/1702 H1 ontdekte en Maria Mitchell (1818-1889), een Amerikaanse sterrenkundige die met een telescoop in 1847 voor het eerst een komeet zag, die later onder de naam Miss Mitchell’s comet bekend werd. In eerste instantie waren het onbekende vrouwen, maar laten werden zij voor hun wetenschappelijke prestaties onderscheiden. Nu kijken ze ‘naar de nachthemel waar een licht steeds groter / en ronder, kijk zeggen ze en ze lachen / hoe gevaarlijk, hoe baanbrekend / en ze drinken en daarna zeggen ze niets’. Een rake symbolische afsluiting van deze dichtbundel.

Bewijs van bewaring is een bundel met een groot aantal gevarieerde gedichten die in het algemeen breed uitgewerkt zijn. De bundel bevat meerdere reeksen van gedichten onder één titel. Paalmans bundel is een poëtisch historisch onderzoek naar onbekende vrouwen. Vrouwen die de tand des tijds niet of slechts gedeeltelijk overleefd hebben. Als lezer moet je geregeld op zoek naar informatie om te weten te komen wat de betekenis van een bepaalde vrouw is. Wat betreft het laatste gedicht ‘Baanbrekend’ moest ik bijvoorbeeld googlen wie de twee Maria’s in het gedicht waren. Zoveel kennis van astronomie heb ik niet. Veel van de vrouwen die in de bundel besproken worden zijn pioniers op een bepaald vakgebied. Soms hadden ze in hun tijd activistische en feministische standpunten over bepaalde kwesties en invloed op de positie van vrouwen of de verbetering daarvan. De bundel van Iduna Paalman is overigens veel rijker en stelt ook andere onderwerpen aan de orde. Niet alle gedichten vind ik geslaagd. ‘Dit geldt voor iedereen’ gaat over wapenbeheersing, maar de lange uitwerking van het gedicht gaat grotendeels aan mij voorbij. Bij ‘Projectieve meetkunde’ kom ik niet verder dan een diepe zucht. Al is Bewijs van bewaring niet zo verrassend als De grom uit de hond halen, toch valt er veel mooie poëzie in te lezen. De eerste strofe van het openingsgedicht ‘Tussenkomst’ laat dat zien:

Stel, ik klap soepel en bloot uit de dag. Mijn lijf
valt voorwaarts, te ongericht om van vliegen
te spreken. Jij blij verrast door dit goed gelukte einde
de eieren op tafel, het vlees van gisteren, alles
wat overblijft: opengebroken tijd, het leven
dat zich eruit heeft bevrijd

Met zulke versregels een bundel beginnen, is voor weinig dichters weggelegd. Het gedicht eindigt met: ‘ik breng iets teweeg voor wie het zich herinnert’. Inderdaad, dat doet Iduna Paalman op geheel eigen wijze. In veel gedichten laat ze de lezer zien hoe je de tijd openbreekt.
____

Iduna Paalman (2022). Bewijs van bewaring. Querido, 96 blz. € 17,99. ISBN 9879021462608

Geplaatst in Recensies.