Wat Maakt Een Gedicht Goed? (67)

door David Troch

saus

hoe maak je dé saus, de saus waar jan met de pet
en an met de hoed van smult. je staat voor het vuur,
pot in de hand, en daar start het al: moet ze niet
koud zijn? doe je er wel goed aan dat je de saus
aan de kook brengt? geen nood, er zit nog niets
in de pot. denk eerst een poos na. zet de pot neer
en staar voor je uit. het maakt niet uit of dat lang
duurt of niet. van tel is dat de saus bij jan met de pet
en an met de hoed in de smaak valt. maar lust jan
wel wat an lust en lust an wel wat jan lust? kan zulks
wel? je kan maar je best doen. je kijkt in de kast,
je kijkt om je heen. moet er melk bij, moet ze zoet
of strooi je er flink wat zout in? ach. zei je buik
maar wat je doen moet. nu doe je maar wat. je houdt
de pot bij de kraan, zet die dan toch maar op het vuur
en je kwakt er een flard van dit en een part van dat in.
je roert. wat een brij. de brij kookt. dikt die brij wel aan
tot saus? ja. na een tijd lijkt het toch op iets. maar straks,
houdt jan het bij één hap en wil an meer en meer? of is
het jan die zijn buik rond eet en heeft an al snel spijt dat
er saus op haar tong lag? je zal het zien. klaar. dan rest er
nog de vraag: breng je de saus naar jan met de pet of
komt an met de hoed naar de saus?

 

David Troch is auteur en schrijfdocent en was stadsdichter van Gent.

afbeelding (c) Tumblr

Geplaatst in Column.