Rikkert Zuiderveld – Sonnetten bij de tijd

Voorbij de waan van de dag

door Inge Boulonois




Half oktober zag Sonnetten bij de tijd van de bekende dichter, liedschrijver, componist en zanger Rikkert Zuiderveld (1947) het licht. Deze bundel met tijd als thema gaat, zo vermeldt de achterkant, over leeftijd, geest en tand des tijds en zelfs actualiteit, maar ‘voorbij de waan van de dag’.

De uitgever heeft er – in samenwerking met de EO – een aantrekkelijk boek van gemaakt. Op de hardcover, in mooi passend houtachtige fond, prijken gestileerde jaarringen van een dwarsdoorsnede van een stam. Paginavullende variaties van dit gevisualiseerde tijdsverloop verfraaien eveneens de binnenkant van de bundel.

De dikke Rikkert, zijn ‘grasduining’ uit 2009, bevat al een bescheiden reeks sonnetten. Slechts enkele ervan staan weer in Sonnetten bij de tijd. De nieuweling herbergt er maar liefst 180, opgebouwd uit kwatrijnen en terzinen in jambische pentameter. Ze zijn alfabetisch op titel gerangschikt.

Rikkert Zuiderveld schrijft zowel light verse als gedichten over het geloof. In een recent interview gaf hij te kennen deze twee polen tezamen te koesteren. Ze vormen de constanten in zijn oeuvre. In zijn nieuwe boek speelt het christelijke geloof de ene keer expliciet, de andere keer verbloemd een rol. De meeste sonnetten schreef hij voor de NPO-1 radioprogramma’s ‘Dit is de dag’ en ‘Langs de lijn en omstreken’, de overige voor krant en tijdschrift, of als vrij werk. Bladerend kom ik niet alleen religieuze titels als ‘Pinksterfeest’, ‘Jeruzalem’ en ‘Hemelvaart’ tegen, maar ook profane als ‘Het meisje van Vermeer’, ‘Google’ en ‘Facebook’.

Zuiderveld laat zijn hart en hoofd spreken als hij het ergens niet mee eens is. Reflecterend over de werkelijkheid brengt hij onrecht en maatschappelijke kwesties ter sprake en reveleert tegelijk wat het geloof voor hem betekent. Gelukkig zonder prekerig moralistisch wijsvingertje. In ‘Geen bal’ laat hij zijn tegenstem horen door in de huid van iemand te kruipen die lak heeft aan de erbarmelijke arbeidsomstandigheden van migranten bij het WK in Qatar.

U daar, meneer! Uw beurt om iets te vragen,
zolang het onze mooie sport betreft.
Uw zoon is dood! Helaas! Maar u beseft:
zo’n groots project kent altijd tegenslagen.

Beschouw het als een offer aan het doel
om voetbal op een hoger plan te tillen.
Meer tijd wil ik er echt niet aan verspillen.
Of zaagt u aan de poten van mijn stoel?

Uw zoon is dood. Meneer, ik moet u stoppen,
er zijn er nog wel meer. Een triest geval.
Nu moet ik gaan: mijn vrouw is aan het shoppen

en het is duur hoor, in de aankomsthal.
Had u het plan om ons verrot te schoppen,
dat interesseert ons niet. Geen zak. Geen bal.

Hij kaart zaken aan als machtsmisbruik, eigendunk, onverschilligheid en eindeloos geredetwist. ‘De roepstem van het ijs’ hekelt de grootheidswaanzin: ‘hoe nietig is een mens / niet meer dan een bevroren stukje tijd, / een sneeuwvlok op de neus van het heelal’.

Uiteraard wordt de consumptiedrang eveneens bekritiseerd. Het tweede gedicht in de bundel, ‘Aerpels’, gaat over Van Gogh’s illustere doek ‘De aardappeleters’ waarop een familie in sober lamplicht een karig maal nuttigt. De dichter schildert met sensibele pen het ‘knoestig samenzijn’ van het rauwe boerenleven om te eindigen met ‘Ook weinig is genoeg’. Elders spreekt hij, humoristisch-wrang geformuleerd, over mensen die ‘sjouwen met obesitassen’. Je hoeft natuurlijk niet christelijk te zijn om de ongebreidelde uitbuiting van de aarde te zien. Dat er iets moet veranderen, is evident, of je dat nou als het streven naar duurzaamheid bestempelt, of als goed rentmeesterschap.

In ‘Pinksterfeest’ verwoordt de dichter zijn onbehagen over de schier eindeloze babbelzieke prietpraat. Hij voelt zich ‘een vreemdeling in eigen land’ en verzucht: ‘verlos ons van het zinloos debatteren’. In het geestige gedicht ‘Taalgevoel’ laat hij fijntjes Bommel aan het woord, die spreekt over ‘praatjesmakersland’, ‘kwezelpraat en ruw geredetwist’. Bij taalbarbarij spoort Bommel Tom Poes aan iets daartegen te doen, want het is, heerlijk in stijl van een heer van stand, ’te veel voor mijn teer gestel’.

Voor een luchtig-kritische toon in Sonnetten bij de tijd benut Zuiderveld regelmatig de stijlfiguur van ironie. Ook ‘de Grote Stille Hij’ wordt door hem bespot als ‘de broze God van de mislukkingen’. ‘Google in Groningen’, een aanklacht tegen de bouw van het tweede datacenter in de provincie Groningen, krijgt ridicule proporties door de parodiërende, karikaturale voorstelling: ‘o hemels wonder van het onvoorziene / dat God zich heeft vermomd als zoekmachine!’ Het eerste kwatrijn van ‘God is …’ luidt:

God is een dode, kaalgeplukte kip,
een stukgelezen boek van theologen,
een splinter hout in oude mensenogen,
de blinde stuurman van een rampenschip.

Ook zelfspot schuwt de dichter niet. In ‘Facebook’ – waar hij tijdens het schrijven ervan nog niet op zat – concludeert hij: ‘Ik zal mijn leven lang een sukkel blijven’. Het rakende gedicht ‘Veteranen’ gaat over vergankelijkheid, weemoed en het besef van machteloosheid.

Daar staan ze: rimpels uit een ver verleden,
blik op oneindig, denkend aan de tijd
dat zij – de dood voor ogen – langs het krijt
van deze kustlijn uit hun boten gleden.

De smaak van bloed en vuur raakt niemand kwijt,
de razernij, vergeefse smeekgebeden,
de makkers dood, verdwenen, moegestreden,
zij zien ze nog. Nee, geen verleden tijd.

Nog even en het is een eeuw geleden
dat wij door deze mannen zijn bevrijd.
Dan rimpelt alles weg, en van hun strijd

weet niemand meer een oorzaak of een reden.
Als oude mannen in hun kwetsbaarheid,
zo wankel en zo broos is onze vrede.

Juist het samengaan van het geloof met meer of minder subtiele humor, geeft Rikkert Zuiderveld een heel eigen geluid in het poëtisch landschap van deze tijd. Het geloof geeft zijn werk gelaagdheid boven de afgewogen taal. Er spreekt een innerlijke noodzaak uit. Hij trekt zich weinig of niets van vigerende poëticale trends aan, zijn woordgebruik is grosso modo traditioneel en zijn toon mild-kritisch. Soms schuren zijn gedichten en dat zou, wat mij betreft, best vaker mogen.

Zuiderveld schreef in het eerste vers, dat als motto van de bundel fungeert, dat het sonnettenkeurslijf dichters wel eens knelt. Dat lees ik aan zijn eigen verzen niet af. Ze verraden versificatorisch vakmanschap en klinken, hoe kan het ook anders bij deze componist en liedschrijver, muzikaal.

In het crU-poëzieweekgeschenk 2023 in spe wordt op tamelijk ludieke wijze het nut van een vast stramien belicht. Voor het voorwoord schreef Mark Boog: ‘Waarom iemand villanellen zou willen schrijven, is onduidelijk. Dat is op zich al een goede reden om het te doen. En dan blijkt dat het eigenlijk een genot is om in het strakke keurslijf (…) met meer of minder moeite toch voldoende ruimte te vinden, om inhoud en soms zelfs het oorspronkelijke idee te offeren aan de idiote vormeisen en vervolgens te ontdekken dat dat eigenlijk alleen maar winst oplevert (…)’.

Als slot Zuidervelds vers ‘Als God in Frankrijk’.

‘Als God in Frankrijk’ is: een koele wijn,
een zwoele zomer, kinderen met ijsjes,
een pleintje vol met kortgerokte meisjes,
hun blote voetjes in de dorpsfontein.

Ik fiets de berg op, hijgend als een paard,
tot aan de top. Dan kijk ik rond, tevreden,
en even later suis ik naar beneden,
het was het zware stoempen meer dan waard.

En dan weer lui en languit naast mijn vrouw,
ze lacht en knoopt haar zomerbloesje open.
Ik waan mij zonnekoning, hemelsblauw,

door aan mijn sterfelijkheid voorbij te lopen.
Ik denk: als God in Frankrijk wonen zou,
zou ik er ook een tweede huisje kopen.

____

Rikkert Zuiderveld (2022). Sonnetten bij de tijd. Ark Media, 192 blz. € 19,00. ISBN 9789033803291

Geplaatst in Recensies.