Trudy Dijkshoorn – Fijnstof

Eenzame sokken

door Maurice Broere




Fijnstof heeft de laatste tijd een nogal negatieve connotatie, omdat het zorgt voor allerlei luchtwegaandoeningen. Wat drijft een dichter ertoe zijn bundel deze titel mee te geven? In het titelgedicht van de bundel vond ik de volgende strofe: ‘Fijnstof uit hitsige scootertjes grijpt om zich heen / En stapelt zich op in liefde, nevel en bijnieren.’ Naast de negatieve invloed op de gezondheid heeft het dus een bijeffect op de liefde. Misschien moeten we zeggen dat het hier de nostalgie van de jeugd wakker maakt. Zoals blijkt uit de gedichten die gaan over prille liefde en verloren relaties en omdat het niet altijd duidelijk was wat het betekende en zich soms kwaadaardig in ons nestelde.

De bundel Fijnstof is verdeeld in de afdelingen: ‘De stad in karton’, ‘Zoals de hazen bij Hekkum lopen’, ‘Liefde is sprokkelwaar’ en ‘Duikvlucht’. Achterin staan nog twee bladzijden met notities. Op de omslag staat onder de titel een heldergroen, bedruppeld klavertjevier. Wat het negatieve imago van de titel toch wat ombuigt naar een gezond milieu en geluk.

Uit ‘De stad in nat karton’:

Bloemenbuurt

Oude liefde op linkerzij fietst vanaf het Graspad
voorbij behangen met emmers verf aan het stuur
en je nieuwe – heb ik het echt goed gezien? –
vriendin achterop.

Waren wij niet de besten, het mooiste stel van de straat
de winnaars van de Bloemenbuurt en wilde jij niet net
de slingers opbergen toen het feest pas echt begon?

Werd liefde na een woestijnronde bruut geparkeerd op een troosteloze B-weg.

Jij werd mijn klaproos en zoals ik later zag ben jij het
die de vaart er flink inhoudt en zwiert zij op de pakjesdrager
steeds verder voor me uit.

Demp het Damsterdiep en leg pioenrozen op mijn graf.

Zoals in de hele bundel ontbreekt in dit vers het eindrijm, wel maakt Dijkshoorn veelvuldig gebruik van assonantie en alliteratie, waardoor de gedichten rijk aan klank zijn en prettig in het gehoor liggen. Het vers schetst een heerlijk tafereeltje. De dichter ziet haar oude liefde voorbij fietsen met emmers verf aan het stuur, op de bagagedrager zit zijn nieuwe vlam. Dit roept bij haar beelden op uit vervlogen tijden, waarin zij met hem schitterde als mooiste stel uit de wijk, maar het bleek niet zo voorspoedig, want net toen het echt leuk werd, vertrok hij. Mooi in dit verband de zin: ‘Werd liefde na een woestijnronde bruut geparkeerd op een troosteloze B-weg.’
Hij werd haar klaproos, een bloem die na het plukken vrijwel onmiddellijk zijn blaadjes laat vallen. Ik ken de geografische situatie niet, maar opvallend is wel dat in de buurt van het gedempte Damsterdiep het Graspad en het Pioenpark liggen, die in de Bloemenbuurt te vinden zijn. Ik zat een beetje met de laatste zin, maar misschien betekent het zoveel als: sluit het verleden af. Pioenrozen staan voor liefde, geluk, voorspoed en bloeiende romantiek. Het einde van een relatie betekent ruimte voor een nieuwe.

Uit ‘Zoals de hazen bij Hekkum lopen’:

Het had een zondag

Het had een zondag moeten zijn
met heetgebakerde pompoentaart en een blauwgeruit kleedje
in het park voorzien van dorstlessende thee en koffie uit een thermoskan.

Salades kun je dromen, ook de wegwerpborden, de liefdes die je misliep.
Maar niet het knagende lege, waar de dag je volgt en volgt en volgt
wekkers weer te vroeg afgaan en routine in wurgtouw om je nek hangt.

Onder de stenen huizen pissebedden.
Daar schuilen de hapklare brokjes voor vogels, muizen en ander mini-spul.
Plichtsgetrouw ruimen ze enkelingen en onaardigheden op.

Niemand die ze ziet. Niemand die ze mist.

Ze schetst een situatie zoals die er had kunnen zijn met heerlijkheden in een zorgvuldig geënsceneerde picknick. Dan volgt een omslag en de twijfel. Je kunt van alles dromen, maar de kater van de leegte de volgende dag en de routine van alledag die weer begint, valt zwaar. Dan volgt een metafoor waarin pissebedden figureren, die voer voor vogels zijn, maar daaraan ontsnappen door zich schuil te houden onder stenen. In die onzichtbare wereld weten ze zich te voeden en niemand die ze mist. Ik denk dat de metafoor duidelijk maakt, dat je het leed van anderen die liefde en gezelligheid missen, niet ziet.

Uit ‘Liefde is sprokkelwaar’:

Enkele sok

Ik heb een la met afgedwaalde sokken
ze zijn de was te boven, schoon en sober
maar wel enkel en alleen.

Het groeit, fleurt en puilt.
Ook zachte drang en puzzelwerk
weten de berg nauwelijks te keren.

Alles blijft enkel en alleen.

Een zeer herkenbaar tafereeltje voor iedereen die zich weleens met de was bezighoudt. Sokken dragen we in paren, omdat we nu eenmaal twee voeten hebben. In de was leiden ze een gescheiden leven en als ze weer droog zijn na de was, komt de uitdaging om ze weer bij elkaar te brengen. Het resultaat na afloop van de selectie dat je met een aantal exemplaren blijft zitten die niet gepaard kunnen worden. Een verwijzing naar sommigen die eens een paar vormden dat niet meer doen en een gescheiden, misschien wel een eenzaam leven leiden.

Naast de thematiek van eenzaamheid, gebroken liefdes, openbaar vervoer, zien we het Groningse land voorbij komen in mooie observaties. ‘You know we’ve got to find a way / To bring some lovin’ here today’ van Marvin Gaye is het motto van de bundel. Iedereen moet in het leven zijn eigen weg vinden en er wat van maken. De verzen hebben een mooie klankkleur door het ingehouden gebruik van rijm. Kortom, een interessant debuut van een dichter van wie we meer moois kunnen verwachten.

____

Trudy Dijkshoorn (2022). Fijnstof. Uitgeverij kleine Uil, 80 blz. € 18,50. ISBN 9789493170933

Geplaatst in Recensies.