Jana Arns – Ten minste houdbaar tot

Spreken in beelden

door Janine Jongsma



Jana Arns (1983) komt alweer met haar vijfde bundel: Ten minste houdbaar tot. Op de binnenflap staat dat ze haar woorden giet in ‘eigenzinnige beelden die je geregeld in het gezicht slaan’. Dat vind ik nogal overtrokken, al schrijft ze zeker eigenzinnig. Ik volg Jana Arns al vanaf het begin want ik hou van haar directe poëzie. Ze schrijft altijd coherent en wars van sentiment. Ze schept een afstand tussen lezer en gebeurtenis. Schrijnende onderwerpen komen dan harder binnen.

De mooi vormgegeven bundel heeft zes afdelingen: ‘La Reine D’alcool’, ‘Slaapwandelpaden’, ‘Suite Paternelle’, ‘Coupe Natuur’, ‘Lover’s Block’ en ‘Decrescendo’ die allemaal worden ingeleid met een paar regels. Halverwege staat een aantal kunstzinnige foto’s waarop we de dichter zien, vergezeld door een bepaalde vorm van tekst. Precies zoals op de cover. De bundeltitel komt van het gelijknamige gedicht uit de bundel.

Al bij het lezen van het eerste gedicht denk ik: waarom opnieuw het gebruik van woordgrapjes? Meerdere recensenten hebben er eerder op gewezen dat het niet werkt. Zoals in deze zin: ‘Heb ik weer die hond te voeden / met natte brokken uit mijn keel’. En in het volgende gedicht: ‘Jullie wandelen in het peukenbos. / Er hangen filters in de lucht’. Het is te makkelijk en niet doeltreffend, Arns kan goed zonder.

Uit de kameropera Suite Paternel heeft Arns vijf passages verdicht. Deze afdeling heet naar die gelijknamige opera. Na de dood van een vader rouwen drie zussen ieder op hun eigen manier.

Oudste zus

Op paginawitte muren
schrijf ik hun script, plaats
“mezelf” tussen aanhalingstekens.

Zij halen de hoepels uit mijn rokken,
beklimmen de ladders van geleende kousen,
slieren van mijn glijbaanbenen.

Geen telraam berekent de dag
dat zij uit het kinderslot vallen,

elders brokken maken
dan in het stucwerk van mijn jeugd.

Ik wacht tot hun schouwspel afzwakt
om luidkeels in te vallen. Dan.

De oudste zus offert zich op voor haar jongere zusjes. Zij staat met haar eigen leven in de wachtstand. In strofe twee zie je de zusjes op haar schoot klimmen en van haar benen glijden. Strofe drie zegt op mooi poëtische wijze dat niet te voorspellen valt hoelang de zusjes haar nodig zullen hebben. Wanneer de meisjes eindelijk op eigen benen staan om ‘elders brokken [te gaan] maken’, is het leed al geschied, haar jeugd is voorbij. Pas dan is het haar beurt. Een dichter die zo goed in beelden kan spreken, heeft geen woordgrapjes nodig.

Uit de afdeling ‘Coupe natuur’ het gelijknamige gedicht:

Coupe natuur

Nu alle tabakswolken
uit het binnenklimaat zijn verdreven,

schuiven wij de aarde opzij,
verharden elke oprit van onze dromen.

Er heerst buitenpijn.
Klimaatacrobaten doven de lichten in Parijs,
maar het echte circus reist de wereld rond.

Bomen moeten steeds vaker naar de kapper.
Op de schrale voorgrond: het kind.

Vanuit een met uitsterven bedreigde hangmat
tel ik condenssporen en trekvogels die blijven.

De klimaatcrisis is hier treffend vertaald. Zoals de zin: ‘verharden elke oprit van onze dromen.’ Arns heeft het over eigenaren van koopwoningen die hun tuinen en opritten verharden met als gevolg dat het grondwater niet meer weg kan zakken, waardoor er met zware regenval wateroverlast ontstaat. Mooi is ook van ‘binnenklimaat’ naar ‘buitenpijn’ en het kind op de voorgrond: De toekomst van onze kinderen staat op het spel.

Uit dezelfde afdeling:

1200 hectare

Ardèche, Vogüé 28 juli 2022

Aan de grondwatertafel
wordt geen glas gevuld.

Er hangt lood in de lucht.
Het bouwland woekert.

Bomen werpen gerimpelde vruchten.
De zomer in menopauze.

Brandweerslangen gedijen goed
in onze nabijheid.

Blusvliegtuigen schrijven in de lucht
wat wij niet vooruit durven lezen.

De bron lekt zwarte koffie.
Ik lig er wakker van.

Een gedicht over de bosbranden in Frankrijk van afgelopen zomer. Voor mij werkt het dat de dichter afstand neemt van de onderliggende emotie en opsomt wat ze ziet. Ik heb het zelf meegemaakt in 2020 met de grote natuurbrand in de Peel. En deze strofe raakt mij:
‘Blusvliegtuigen schrijven in de lucht / wat wij niet vooruit durven lezen.’ Exact zo was het angstige gevoel wanneer je omhoog keek.

Persoonlijk spreekt mij de afdeling ‘Lover’s block’ het meest aan. Die voelt persoonlijker. Ik gun Jana Arns geen ‘lover’s block’, maar de gedichten over relatieproblemen zijn sterk:

Until we meet again

Bij de fietsenmaker
vraag ik een nieuw stuur.
Eén dat de weg naar jou niet kent.

En winterbanden
nu ik met sneeuwwit pigment
het steile pad verkies.

Ik mis het naaldbos rond je mond,
de haarspeldbochten op je kruin,
je verhalen die geen voorrangsregels kennen.

Je stuurt geheugenkaarten vol sluipwegen,
voert me langs geen weg terug.
Zelf rijd je al lang niet meer.

Ik heb het al eerder gezegd: Jana Arns ademt poëzie. Alles klopt aan dit gedicht. De samenhang is goed, het onderweg zijn wordt consequent doorgevoerd. Er blijft genoeg te raden over en de beeldspraak is origineel. Zoals een stuur kopen bij de fietsenmaker dat niet de weg zal kennen naar een oud geliefde. Voorheen stuurde je namelijk automatisch zijn richting uit, nu moet je je niet meer laten verleiden om het te doen. Zo ook de ‘verhalen die geen voorrangsregels kennen’, dat is een originele manier om te zeggen dat hij graag aan het woord was. En wat te denken van het prachtig dubbelzinnige: ‘Je stuurt geheugenkaarten vol sluipwegen’? Ik vind dat ze met iedere bundel beter schrijft. Daarnaast doe je iets goeds als je op vrij jonge leeftijd al vijf bundels op je naam hebt staan, dat is niet iedereen gegeven. Ik hou van poëzie die zich uitsluitend afspeelt tussen taal en beeld.
____

Jana Arns (2022). Ten minste houdbaar tot. Uitgeverij P, 46 blz. € ISBN 9789493138957

Geplaatst in Recensies.