LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Johanna Pas, Lies Colman, Koen Broos – Voor mij alleen

8 mrt, 2023

Een totaalbeleving in weinig woorden

door Maurice Broere




Voor mij alleen is een bijzondere uitgave, omdat verschillende kunstdisciplines in dit boekje samenkomen. Het is tot stand gekomen door de samenwerking tussen de dichteres Johanna Pas, de pianiste Lies Colman en de fotograaf Koen Broos. Dit trio is blijkbaar gefascineerd geraakt door de muziek van de vroeg overleden Belgische componist Guillaume Lekeu (1870-1894). De uitgave ziet er zeer verzorgd uit. De uitvoering van de muziek is bereikbaar via QR-codes. In het kader van Meander zal ik me beperken tot het bespreken van de gedichten.

I

Langzaam zag zij de beelden in haar hoofd
bewegen – in vreemde tegenstelling met
het kloppen van haar hart dat razendsnel
het traag bewegen van de beelden begeleidde

Het lijkt op sterven, hadden ze gezegd
en soms doet het een beetje pijn
Maar zij was van de pijn gaan houden
en sterven had ze nooit gedaan

Deze twee kwatrijnen staan op twee afzonderlijke bladzijden afgedrukt. Omdat ze voor mijn gevoel bij elkaar horen, wil ik ze bespreken als één gedicht. De eerste strofe is gebouwd rond de tegenstelling langzame beelden in haar hoofd en een razendsnel kloppend hart. De tweede strofe vergelijkt het met de dood. Ze is van het ritme en de pijn gaan houden, maar of de vergelijking met de dood opgaat, is de vraag, omdat ze nog nooit is doodgegaan. Wat wil de dichter zeggen? Dat je met pijn leert te leven en er zo aan gewend raakt dat het je nauwelijks nog opvalt?
Bij mij blijft het een beetje hangen en misschien is dat de bedoeling.

III

Je voeten zakten in het veenmos
weg maar elke stap leek net op dansen
Je lachte met de stekels die je benen schraapten
Je rustte op de eerste steen en streelde met je vingertoppen
langs het lange gras (waarin ik me verborgen hield) zo
dat de scherpe halmen je niet sneden
zo dat ze je niet-

zelfs uit de halmen haalde je geluid. Je legde
ze tussen je grote duimen
vertrok geen spier bij het gejammer dat hun weerwoord
was. Liet mij
een glimp zien van het kind dat speelde

Veenmos is een plantje dat voor het ontstaan van veen zorgt. Veen biedt weinig houvast aan degene die eroverheen loopt, want als je beweegt, beweegt het veenpakket met je mee en de associatie met dansen ligt voor de hand. In dit gedicht lijkt sprake van een wandeling door verschillende landschappen. Eerst door het veen met de slappe ondergrond, later wordt die wat steviger en stekels schrapen langs benen. Weer later rust de dichter op een steen, dan blijkt de ‘je’ ik te zijn. Of is er sprake van twee personen? Voor mij alleen is gebaseerd op de muziek van Lekeu. Moeten we het zo lezen dat Lekeu de inspiratie voor de muziek uit de natuur haalde en dat de dichter nu in zijn voetsporen van zijn muziek haalt uit de natuur en haar terugbracht naar de fantasiewereld van het kind? Ook dit is weer afgedrukt op verschillende bladzijden.

V

Mijn huis stond in een wildernis
van planten het was geen huis
het was een wildernis van planten
met binnenin

een hol hart van stenen op elkaar
gezet en midden in een van de muren
een gat – geen gat een deur-
opening bedekt met planten

Jij hakte je een weg door de begroeiing
heen. Ik schreeuwde, huilde binnenin
mijn huis – geen huis een hol hart in
een wildernis van planten.

Ik sloeg mijn handen voor mijn ogen,
schreeuwde: Nee niet binnenkomen

Toen was het stil en – ik keek op

Je stond daar voor het gat
in de muur – geen gat een deur-
opening en zei: Ik wil niet binnen
komen in je huis – je holle hart
begroeid met planten – ik heb
mijn eigen huis

Ik kom je halen om het bos te zien
en maanlicht op het stille water

Een huis in de wildernis. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het hier gaat over een ik-persoon die tamelijk gesloten is en zich heeft teruggetrokken in een wildernis en daardoor onvindbaar is. De kern ligt opgeborgen achter stenen, die weer verscholen zijn achter verwilderde planten. Een ander, de minnaar of misschien de muziek, verwijdert alle obstakels. De ik-persoon huilt en wil zich niet blootgeven. Dan is het ineens stil. De indringer zegt dat hij niet wil binnendringen in haar binnenwereld, maar de schoonheid van de natuur met haar wil delen.
Het gedicht staat weer op verschillende bladzijden met de volgende verdeling: twee kwatrijnen, kwartijn/distichon, los vers, sextet/distichon.

Op de omslag van Voor mij alleen staat het woord alleen vager afgedrukt dan de eerste twee woorden van de titel. Die vaagheid komt terug in de foto’s van Koen Broos die in de bundel staan. Wat gefotografeerd is, blijft vaag. Dat geldt ook voor de gedichten. Enerzijds zijn ze helder en begrijpelijk, anderzijds blijft veel vaag. Voor de lezer blijft volop mogelijkheid over zich in te leven. Mij stelt dat toch enigszins teleur, ook het aantal gedichten vind ik teleurstellend, maar de vormgeving vergoedt veel. Niet te vergeten de mogelijkheid de muziek te beluisteren die min of meer zorgt voor een totaalbeleving.

____

Johanna Pas, Lies Colman, Koen Broos (2023). Voor mij alleen. Uitgeverij PoëzieCentrum, 56 blz. € 23,-. ISBN 9789056554507

     Andere berichten

Daan Doesborgh – Moet het zo

Zo moet het door Ivan Sacharov - - Wat verwacht men eigenlijk van een recensent? Daar zijn allerlei opvattingen over. Maar ik denk dat het...

Jan van de Ven – Welbeschouwd

Jan van de Ven – Welbeschouwd

Schouwen vanuit de aardse omgeving door Hans Franse - - Jan van de Ven moet een bescheiden man zijn die zijn verbondenheid met het land...