LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Jeannette Coppens – Voetafdrukken

27 nov, 2023

Meekijken vanaf de kantlijn

door Jeanine Hoedemakers




Jeannette Coppens publiceerde gedichten, verhalen, toneelstukken en kinderliedjes. De gedichten in Voetafdrukken gaan over reizen, leven en afscheid.

Niet wekelijks, maar toch met enige regelmaat komt er een naam van een dichter op mijn pad waar ik nog niet eerder van gehoord heb. Dit zegt absoluut niets over de kwaliteit van het werk van de dichter en ook niet over mij. Er zijn nu eenmaal heel veel dichters en er komen steeds weer nieuwe dichters bij. Ook Jeannette Coppens en haar werk kende ik nog niet, tot ik haar prachtig uitgevoerde bundel Voetafdrukken in handen kreeg. Jeannette Coppens is lid van het Alkmaars Dichtersgilde en ik weet nu dat zij al heel wat publicaties op haar naam heeft staan.

Het eerste wat me meteen al erg kan bekoren aan haar bundel is de harde kaft die toch niet hard aanvoelt, maar zacht. Stevig zacht. Coverontwerp en binnenwerk zijn de verdiensten van Sjef de Vries. Het schilderij op de cover is van de dichteres zelf. Kijkend naar de cover zou je bijna denken dat de naam van de dichteres de titel is van de bundel en dat de gedichten werden geschreven door ‘Voetafdrukken’. Tot op zekere hoogte is dit ook zo. Voetafdrukken is als titel niet noemenswaardig uitnodigend om er al te diep over na te denken. Het spreekt voor zich.

Zodra ik de bundel opensla, valt me op dat de gedichten cursief gedrukt staan. Daar deins ik wel een beetje voor terug. De titel staat er recht boven en dan, alsof het alvast wil gaan liggen, het gedicht. Ik heb voor een moment het gevoel dat ik snel zal moeten lezen.

De gedichten zijn verdeeld over vijf series. De eerste serie vangt aan met de titel: ‘ZO STONDEN WE DAAR’. Ik typ de titels in kapitalen omdat zij zo ook in de bundel staan. De gedichten gaan over verdriet, afscheid, verlies. Van een grootmoeder, een kind, elkaar. Bij het gedicht ‘Grootmoeder’ waarmee deze serie wordt geopend, begint de dichteres met de woorden ‘op de fotografie van Susan & Co uit de Regentesselaan’ Het is niet per se een gedicht dat spannend begint, feit is wel dat het verrassend eindigt. Het tweede gedicht heeft als titel ‘ANNA MARIA’. Ofschoon een titel slechts een klein onderdeel is van het geheel kan hij je het gedicht intrekken of je er onmiddellijk buiten plaatsen. Deze titel – ik ken ‘Anna Maria’ niet – plaatst mij in de rol van toeschouwer. De gedichten die een plek vonden in deze serie vonden zijn geen gedichten die de lezer zich gemakkelijk toe zal kunnen eigenen. Bij een verdriet bijvoorbeeld, waar geen woorden voor zijn. Door bepaalde details in de gedichten blijven zij wat ver van me af staan. Erg is dit niet, des te beter kan ik me focussen op het taalgebruik en de beelden die worden opgeroepen. Met enige regelmaat word ik aan het nadenken gezet. De gedichten lezen als respectvolle, secure beschrijvingen. Ze overstijgen niet altijd het persoonlijke, maar dat hoeft niet, meebeleven kan ook heel plezierig zijn. Als lezer word ik niet door elkaar geschud, maar aan de hand meegevoerd en nu en dan denk ik: dit zijn niet mijn ‘voetafdrukken’, maar ik zie ze. Neem dit gedicht bijvoorbeeld, het staat op pagina 9:

GEVANGEN

het kwam niet onverwacht
er waren tekens, iedereen kon het zien
maar zij wandelden met het kind
klapten als het lachte
voerden de kleine pap
met een zilveren lepel

onderwijl gleed onheil nader
als een slang door hoog gras

het keek hen diep in de ogen
en, als gehypnotiseerd, pakten ze
voor elk één koffer. Daarin
rijst voor een maand of twee
wat foto’s, een dekentje, de zilveren
lepel en, bovenal,
medicijn tegen slangengif

dagen later vonden ze zich terug
in een door prikkeldraad
omheinde slangenkuil. Vluchten was
geen optie. Ze stopten de lepel diep weg
legden het kind op de koffer te slapen
leerden buigen. Leerden
gif te verdragen

Als eerste dacht ik aan het Jappenkamp, al dienen er zich meerdere mogelijkheden en visioenen aan. Dat ik aan het Jappenkamp denk, komt waarschijnlijk omdat ik een poos geleden een oude dame heb geïnterviewd. Zij zat als kind in een Jappenkamp en haar herinneringen riepen bij mij hetzelfde gevoel op als nu dit gedicht doet. Hoe dan ook, er is ruimte voor andere interpretaties. De interpunctie die in het begin uitblijft beklemtoont het naderende onheil. Of dit zo bedoeld is weet ik niet, voor mij werkt het zo. De spanning zit vooral in de eerste strofe en de twee laatste regels. De zilveren lepel is onlosmakelijk verbonden met het kind en een twijfelachtige toekomst. Een indringend gedicht. De lepel ligt nog een tijdje voor me.

De tweede serie ‘STAP UIT DE SCHADUW’ bestaat uit gedichten die werden geschreven bij een kunstwerk. Doorgaans ben ik daar geen fan van tenzij het kunstwerk er bij staat en ook dan voel ik me wel eens in verlegenheid gebracht. Omdat ik het niet zie of anders zou verwoorden. Jeannette Coppens doorbreekt die lichte weerstand. Het moet gezegd, haar gedichten houden mijn aandacht goed vast, ze boeien. In deze serie is een gedicht te vinden bij het zelfportret van Rembrandt als jonge man van 23. Het gedicht draagt de titel die deze serie kreeg. Ook de waterlelies van Monet komen aan bod. Op pagina 37 staat een gedicht met als titel ‘MODEL EN HAAR SCHILDER ’, op pagina 41 staat een gedicht met de titel ‘SCHILDERIJLIJST’. Zo tussen de gedichten die bij het werk van een kunstenaar horen, zijn dit twee aangename verrassingen.

Er volgen nog drie series en ik zou uit elke serie een of meer gedichten kunnen kiezen. De titels achtereenvolgend: ‘OP UITGESLETEN TREDEN’, ‘HET ZAL ER NOG ZIJN’ en ‘OP WEG NAAR HET REGENWOUD’.

Uit de serie ‘HET ZAL ER NOG ZIJN’ kies ik het eerste gedicht omdat het simpelweg een pracht is, naar mijn mening. Een prima signatuur van een dichteres die er voor koos om haar betere werk te verzamelen. Zij verwoordt het in haar verantwoording op pagina 124 als volgt: ‘Voor deze bundel heb ik een representatieve keuze gemaakt uit mijn gedichten’.

OPGROEIEN

wij waren geen meisjes,
wij waren dochters, wij waren kleindochters
in oeroude vormen werden wij gekneed
wij vulden leegtes

heimelijk trotseerden wij
rezen de vorm uit, werden wijzer
stelden teleur door mens te worden
werden hun trots door onszelf te zijn

Een gedicht van het kaliber waarvan ik een bundel vol zou willen zien. Sta ik bij veel gedichten als lezer aan de kantlijn, bij dit gedicht zit ik er middenin. In het begin omschreef ik de omslag van Voetafdrukken als stevig zacht. Met deze zelfde woorden kan ik de poëzie van Jeannette Coppens samenvatten: Stevig zacht.
____

Jeannette Coppens (2022). Voetafdrukken. Brave New Books, 130 blz. ISBN 9789464658064

     Andere berichten

Ted van Lieshout – Ommouw me

Ted van Lieshout – Ommouw me

Wat voorbij gaat, blijft door Peter Vermaat - - Het zou wel eens onmogelijk kunnen zijn om in uitsluitend tekst een leesbeleving te geven...