LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Richard Foqué – De weg terug

18 dec, 2023

Eb en vloed in de cadans van de woorden

door Tom Veys



Richard Foqué is gewoon hoogleraar emeritus, architect, ingenieur. Bovenal is hij een filosofisch dichter in zijn twaalfde bundel De weg terug. In klassieke verzen schrijft hij prozagedichten die aanvoelen als getijden. In de taal herkennen we veel begrippen die ‘elastisch’ zijn, zoals leven of eeuwigheid. De gedichten tonen daarbij een gevoeligheid, die zowel persoonlijk als maatschappelijk ingekleurd kan worden.

Vormelijk volgen vrije korte versregels elkaar op in langere prozagedichten. Ze sluiten daarbij naadloos bij elkaar aan. Het spel met geheel en delen maakt deze bundel interessant. Ik maak het concreet: je kan spontaan bladeren in deze bundel en verschillende fragmenten na elkaar lezen.

In de eerste afdeling ‘De orde van het gaan’ is de ondertitel ‘Waterlijnen’, een referentie aan de werking van de getijden. Richard Foqué schept hierbij een mysterie en hij werkt verder dit mysterie in de hand, bijvoorbeeld in verzen, zoals ‘Eeuwige metamorfose. / Telkens weer hetzelfde / in andere vormen.’ Uit ‘De tijd ongemeten’. Of zoals Pierre-Jean Brassac, vertaler, over ‘Ici nous sommes’ van Richard Foqué, schreef: ‘Poëzie die rakelings lang het onzegbare scheert.’

Tijdens het lezen van De weg terug voel je eb en vloed in de cadans van de woorden. De klanken wiegen de lezer. In die dynamiek duiken beelden op, die herinneringen kunnen zijn. Soms zijn dit negatieve herinneringen die het gevoel van ‘eb’ weerspiegelen: ‘In die tijd gemeten / de dagen ongevraagd. / Steden branden, / breken, verdwijnen. / Verdeeld en verkruimeld / de wereld bezet. / Hakenkruisen ploegen straten, / dodenakkers tussen huizen. / In de eerste winterkou / stolt bloed op kasseien. (…)’. Uit ‘Eb I’.

In ‘Vloed II’ merken we dan het tegenovergestelde: ‘De lucht zal keren / zodat grijs in blauw verkleurt. / Licht kan groeien / in de huizen in de kamers / voor de kinderen / die komen.’

De gedichten voelen dus aan als getijden. Soms is het leuk en passend als de grote begrippen even plaats maken voor een concreet beeld, zoals in ‘Eb III’: ‘Schipper, zei hij, / kan ik overvaren / maar Charon / kent het antwoord niet. / Zijn boot vastgevroren / in onwetendheid al eeuwen.’ Charon als eigennaam is hier verrassend tussen brede begrippen als onwetendheid en eeuwen.

De beelden die in de bundel voorkomen, doen soms denken de Apocalyps. Ze zijn daarbij allesomvattend en spectaculair met aandacht voor grootse bewegingen. Uit ‘Vloed III’:

(…)

Zo is in die tijd
verdwenen de verjaring
van zijn eenzaamheid.
Het tellen van de uren
in vertwijfeling.
Inwaarts
zullen zij reizen
waar het vuur nog laait
in de as van hoop
voor nieuw begin.

Waar water en lucht versmelten,
de zee in de hemel vloeit.
Een wereld zonder grenzen
zonder horizon, zonder einde,
begin maar tijdelijk is,
de eerste stap naar verder.
Zo vloeien zij samen
tussen zand en water.
Geborgen en gespiegeld
in elkaars gelijke.

In de volgende afdeling ‘De orde van het komen’ komen ‘Landlijnen’ voor, ‘Landlijnen’ is ook de ondertitel van de afdeling. Hier komt het apocalyptische nog sterker tot uitdrukking. Er is misschien wel een referentie te ontdekken aan de huidige klimaatcrisis. Er is alvast een algemene stort- of zondvloed. In ‘De val’ wordt dit concreet: ‘De aarde beeft. / Tien op Richters schaal. / Wie kan het schelen? / Rotsen glijden. Daken kraken. / Muren breken. Kerken vallen. / De aarde brandt.’ De toren, die op het einde van de bundel een belangrijke rol speelt, blijft verweesd staan.

Op ‘Stilstand’ volgt ‘Kering’.

Kering

Mist in de vallei.
Het meer ademt
benevelt de rivier.
De heuvels dampen
de laatste zomerhitte uit,
kronen hun toppen
met een monnikentonsuur.

San Martino is gekomen
getooid en gemanteld
in zijn voorjaarskleed.
Gletsjers versmelten
uit het binnenste water.
Meren stromen samen.
Het leven gewekt.

(…)

Dit fragment is opnieuw sterk door de concrete benaming, er is onder andere het passende beeld van de monnikentonsuur. Ik dacht even aan het algemene natuurbeeld uit ‘Wandrers Nachtlied’ van Johann Wolfgang von Goethe. In De weg terug krijgt de natuur een symbolische rol. Ze is een rode draad in deze bundel.

Daarna volgt ‘Opstanding’ waarbij verschillende thema’s een soort voleinding krijgen. De roos, de tijd, de toren, de tuin van goed en kwaad krijgen een nieuwe invulling die hartstochtelijk aanvoelt. Daarbij zijn er Bijbelse invalshoeken: ‘Ga / het beloofde land binnen. / Klim naar de toren / waar zij wacht. / Verken / de tuin van goed en kwaad. / Oogst zijn vruchten, / de rozen in hun bot.’ Het gedicht ‘Opstanding’ eindigt met ‘Klim naar de toren. / De geliefde wacht.’ De liefde maakt het duidelijk.

In feite omvat het slotgedicht ‘Getijden’ goed de essentie van eb en vloed. Algemene beelden brengen de tijd in beeld, waarbij zowel verleden, heden als toekomst worden verbonden.

Getijden

De weg terug
is de weg voorwaarts.
Waterlijnen wissen.
Landlijnen trekken.

Laat de eeuwigheid versmelten
met het licht van de sterren.
Zo het leven vloeibaar maken,
gegoten in de mallen van de tijd,
in de orde van het komen,
in de orde van het gaan.

Want aan het begin is er weinig
een handvol van om het even wat.
Gebeurtenissen in de tijd.
Oorzaak en gevolg.
Onomkeerbaar.
Beslissingen elke seconde.

Zo draagt het verleden
zijn toekomst
naar het heden.
Eeuwige getijden.

Deze bundel is een filosofische wandeling door tijd en leven, een bespiegeling op een ‘condition humaine’. De spirituele gedachtestroom met impressionistische beelden geeft een nieuwe invulling aan eb en vloed. Wie van poëtische zinnen houdt in een episch gedicht, heeft in De weg terug een goede schuilplaats gevonden voor getijden.
____

Richard Foqué (2023. De weg terug. Uitgeverij P, blz. 48, € 18,00. ISBN 9789464757217

     Andere berichten

Kira Wuck – Koeiendagen

Kira Wuck – Koeiendagen

Luchtige melancholie door Onno-Sven Tromp - - Als ik de titel lees van de nieuwste bundel van Kira Wuck, krijg ik meteen een goed humeur....