LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Kinderpoëzie (V)

12 mrt, 2024

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat ze over hoge of diepe onderwerpen gaan, dat je er een heleboel voor moet weten. Omdat alleen zonderlinge mensen gedichten lezen.’
Maar deze gedichten kan een kind lezen!

© Kees Fens in het voorwoord van de verzamelbundel Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is, Querido,1990

 

 

 

Aardrijkskunde

De aardrijkskunde geeft geen antwoord
Op mening interessante vraag.
Waarin bijvoorbeeld schuilt de oorzaak
Dat men moet huilen in Snikzwaag?

Woont er wellicht in Opperburen
Geen burger op begane grond?
Kent Kievitshaar geen kievitsveren?
Is zwijgen zonde in Roermond?

In welke talen converseert men
In ’t Brabants Babyloniënbroek?
Waarmee bedekt men oosterbenen
In ’t vreemde plaatsje Westerbroek?

Wie zit er stil in ’t dorpje Wippert?
En wie is wie in ’t Friese Wie?
Zijn er alleen maar kromme benen
In het Noordhollands Krommenie?

Kent men in Noordeloos geen noorden?
Wie komt in Voorin achteraan?
En moet een man in Plankenwambuis
Zijn hele leven rechtop staan?

Heeft Middenin geen buitenkanten?
Heeft Nummereen geen plaats voor twee?
Kent men in Nigtevecht geen neven?
Zegt niemand ooit n Jabeek ‘Nee’?

Was de geboorteplaats van Nemo
Wellicht het dorpje Nergena?
En zijn er geen sopranen
In ’t schone plaatsje Altena?

Daan Zonderland
uit Redeloze rijmen en alle andere verzen, Baarn, de Prom, 1982
opgenomen in de verzamelbundel Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is, Querido,1990


Daniel Gerhard (Daan) van der Vat (Groningen, 15 augustus 1909 – Leidschendam, 5 augustus 1977) was een Nederlands dichter, schrijver en journalist.
Van der Vat studeerde Engelse taal en letterkunde in Groningen, Kopenhagen en Londen. Hij promoveerde in 1963 op een proefschrift over Edgar Allan Poe. Daarna werkte hij enkele jaren als leraar Engels, werkte later als privaatdocent in de Engelse letterkunde aan de universiteit van Leiden. Van 1945 tot 1967 werkte hij als correspondent voor De Tijd in Londen. Zijn reportages in dat dagblad verschenen onder zijn eigen naam (Daan van der Vat). Tegelijkertijd publiceerde hij als Daan Zonderland zijn gedichten – in het genre light verse – in Elseviers Weekblad. Onder hetzelfde pseudoniem schreef hij een reeks inventieve kinderboeken: vier romans over de jongen Jeroen, geïllustreerd door Piet Worm, drie kleine prentenboekjes over de sterke Lachebek, eveneens geïllustreerd door Piet Worm, de roman Knikkertje Lik over de avonturen van de jonge wees Judocus en Michiel de kater, geïllustreerd door Karl Carvalho. In de jaren vijftig ten slotte schreef hij nog vier jeugdromans over professor Zegellak, de uitvinder, en zijn vrouw Zieltje. Deze verschenen in de Prisma-junior-reeks en werden geïllustreerd door Carol Voges. Ook de boeken over Jeroen werden later als Prisma Juniores uitgegeven met illustraties van Voges.

De tijd van elfjes is voorbij

Mijn vader zei, mijn vader zei:
De tijd van elfjes is voorbij.
Ze dartelen niet meer, net als toen,
tussen de bloemetjes van ’t plantsoen.
Ze spelen niet meer in het perk
tussen de rozen, bij de kerk,
onder de wilgen van de wei.
De tijd van elfjes is voorbij.
Maar toen ik ’s avonds wakker was,
toen scheen de maan zo wit op ’t gras.
Een mannetje onder de pereboom
had een wit paard aan een zilveren toom.
Ran plan, flindere flan,
niemand weet er het fijne van.

Mijn moeder zegt, mijn moeder zegt:
Nee, elfjes die bestaan niet 3echt.
Niet in de vijver en niet in de tuin,
niet op het allerhoogste duin.
Enkel in boeken bestaan ze soms,
maar in de boeken staat zoooooveel doms!
’s Nachts stond het mannetje bij het hek,
onder die boom op dezelfde plek.
Enkel die nacht was het paard te koop
voor achttien cent en een koperen knoop.
Ran plan, flindere flan,
niemand weet er het fijne van.

Mijn vader sliep, mijn moeder sliep,
toen ik het buitenste hek uit liep.
Ik reed op het witte paard z’n rug
over de heggen en over de brug.
Niemand weet dat ik ginder was
met elfenkindertjes op het gras,
en niemand weet hoe hoog ik heb
geschommeld in een spinnenweb,
en niemand weet hoe fijn het is:
spelletjes doen met een hagedis,
en krijgertje spelen met een elf
en hinkelen met de koning zelf.
Ran plan, flindere flan,
niemand weet er het fijne van.

© Annie MG Schmidt
uit De lapjeskat, 1954
opgenomen in de verzamelbundel Ziezo, Amsterdam, Em. Querido’s Uitgeverij BV, 1991


Anna Maria Geertruida (Annie) Schmidt (Kapelle, 20 mei 1911 – Amsterdam, 21 mei 1995) was een Nederlands dichteres en schrijfster van verzen, liedjes, boeken, toneelstukken, musicals en radio- en televisiedrama.
Annie M.G. Schmidt werd in Nederland en Vlaanderen vooral beroemd met kinderboeken als Pluk van de Petteflet (1971) en Abeltje (1953), series kinderverhalen als Jip en Janneke (1952-1957) en kinderversjes als Dikkertje Dap (1950) en Het Beertje Pippeloentje (gebundeld in 1958). Generaties Nederlanders zijn met haar verhalen, gedichten en liedjes opgegroeid, waardoor haar werk tot het collectieve geheugen van naoorlogs Nederland is gaan behoren.
In overleg met de auteur werden 347 kinderversjes verzameld in het boek Ziezo (1987) (samengesteld door Tine van Buul en Reinold Kuipers en uitgegeven door Querido).
In datzelfde jaar ontving ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre.

Een schoolreis door het universum

In het universum kan je alle richtingen op
wie weet waar het noorden stopt?
Of waar het zuiden begint?
Waar ligt het oosten en waar het westen?
Nergens bordjes met namen van hemellichamen
Pas op: zeven zwarte gaten

Misschien bewegen alle sterren naar links
of naar rechts, naar voren of naar achteren
Zijn totale sterrenkaart is nog niet uitgetekend
Waar begint precies de Melkweg en wat is een Orionnevel?
Heb je altijd sterrenverlichting of is het soms pikdonker?
Pas op: drie giftige gaswolken

Niet alles in het universum heeft al een naam
Je kan op avonturenreis met de hele schoolklas
Je hebt alleen een astronautendiploma nodig
een ruimteschip waarin je goed kunt vertoeven
en veel bagage met buitenaardse wezens als knuffels
Pas op: bij één foutje ben je al twee lichtjaren verdwaald

© Ali Şerik
uit Dichter nr28, het heelal, Plint, 2023


Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Onder ander: İlke, Sesimiz, Pandora, Yeni Broy, Berfin Bahar en Güncel Sanat. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik tussen 2001 en 2006 columns. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Voor de Nationaleboekblog heeft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht geschreven. Op dit moment schrijft hij regelmatig in de twee maandelijks blad Schreef van Taalpodium Utrecht / Zeist. Vanaf 2016 t/m/ 2022 gaf hij de Turkstalige literaire blad Kara Zambak uit.
Zijn werk is opgenomen in de verzamelbundel Heimweer naar huiswerk, uitgever: Rainbow; in de verzamelbundel Met Stip, De mooiste gedichten van het Open Podium gekozen door Jos van Hest en in DICHTER van Plint.

foto © Frans Spaan

     Andere berichten

Haliastur

Haliastur (1964) is een recent pseudoniem. Leeft in Gent. Schrijft poëzie. Publiceerde onlangs op De Schaal van Digther, zeer binnenkort...

Kinderpoëzie (VII)

Kinderpoëzie (VII)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...

Kinderpoëzie (VI)

Kinderpoëzie (VI)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...