(Foto Pixabay)
Rob de Vos
Deze wedstrijd is een eerbetoon aan Rob de Vos, de geestelijk vader van Meander (1955–2018). Rob de Vos zette zich met grote toewijding in voor het onder de aandacht brengen van nieuw en onbekend dichterstalent. Via Meander bood hij dichters een podium lang voordat er sprake was van een wedstrijd. De later ingestelde poëziewedstrijd, die inmiddels zijn naam draagt, is een blijk van waardering voor alles wat hij voor lezers en dichters heeft betekend. Met deze wedstrijd houden wij zijn gedachtegoed levend.
Inzendingen
De wedstrijd liep van 1 april t/m 30 september. De winnende gedichten zijn hier terug te lezen. De eervolle vermeldingen hier en hier.
De jury ontving de afgelopen maanden 643 gedichten, dat waren er veel meer dan in de voorgaande jaren. Tien deelnemers werden genomineerd, hieruit koos de jury drie winnaars en zeven eervolle vermeldingen. De winnende gedichten waren van goede kwaliteit en lagen met hun cijfers van de jury heel dicht bij elkaar. De genomineerde gedichten sprongen eruit door het thema op originele wijze toe te passen in mooi taalgebruik en beklijvende beeldspraak.
Thema
Dit jaar was het thema: Dwalen. ‘Not all those who wander are lost.’ – J.R.R. Tolkien. De deelnemers waardeerden het dat ze met het woord/begrip vele kanten op konden. Een vastgesteld thema biedt alsnog voldoende ruimte voor een bredere interpretatie al vond niet iedereen dat even makkelijk om mee om te gaan. Veel inzenders pasten het thema heel letterlijk toe, de verrassing lag bij de inzenders die een niet voor de hand liggende invalshoek gebruikten.
De jury
We hadden ook dit jaar een jury die uit voornamelijk uit poëzierecensenten van Meander bestond. Recensenten zijn gewend om gedichten te analyseren en te interpreteren, het is hun dagelijks werk om gedichten te beoordelen. Zij kijken hierdoor met grote precisie naar een gedicht. De lat lag hierdoor hoog. Deze vakkundige jury heeft zich maandenlang gebogen over alle gedichten die zij anoniem onder ogen kregen:
De juryleden
- Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent)
- Hettie Marzak (recensent)
- Anneruth Wibaut (schrijver, dichter, recensent)
- Annet Zaagsma (dichter)
- Marc Bruynseraede (schrijver, dichter, recensent)
- Tom Veys (schrijver, dichter, recensent)
Juryvoorzitter Peter Vermaat aan het woord over editie 2025
Bij veel poëziewedstrijden blijkt er voornamelijk eenrichtingsverkeer te zijn: de organisatie of uitgever ontvangt, kiest de winnaar en genereert daar publiciteit mee. De inzenders die niet wonnen, blijven achter met de stilte: geen hoe, geen waarom. En zij gaan weer over tot de orde van de dag: schrijven omdat ze het nu eenmaal niet kunnen laten. Bij Meander zijn we van mening dat het zowel voor de lezer, maar zeker ook voor de inzender, van waarde kan zijn om te lezen wat elk van de tien genomineerde gedichten bij de jury zoal oproept.
De jury van de Rob de Vos-prijs bestaat uit ervaren poëzielezers en hoewel zij als mens en dus ook als lezer verschillen, hebben ze in elk geval één eigenschap gemeen: bij het lezen van gedichten willen ze aan zichzelf vertellen wat ze lezen en hoe dat komt. Daar komt nog iets bij: ze vinden het belangrijk dat ook de dichter daarvan iets meekrijgt.
Het schrijven van een gedicht luistert nauw: ‘één vers kan het hele gedicht schragen, maar dan moet het subliem zijn,’ schreef Marc de Smet mij ooit en dat zou best waar kunnen zijn. Het zou poëzie ook uniek kunnen maken, want welk schilderij wordt geschraagd door een subliem fragment en welke opera door een sublieme aria? Wat ik wel voor mijn rekening zou willen nemen is dat je als lezer sommige gedichten eenvoudigweg niet meer kwijt wilt vanwege een bijzondere regel, die zich – meestal onmerkbaar – in je heeft vastgehaakt. Het valt zwaar je daarvan te moeten losmaken (‘kill your darlings’) en van die innerlijke tegenstand lijken veel inzenders last te hebben.
Want er werd veel, heel veel, ingezonden dit jaar. En heel veel bleef daarvan bij de jury niet haken. Hoe dat kwam? Er zijn legio oorzaken, in willekeurige volgorde. Waarnemingen van de werkelijkheid, en die dan verdelen over een tiental regels. Zeker, zonsop- of ondergangen, breed uitwaaierende landschappen, strand, bos en beemd kunnen prachtig zijn, maar het alleen opschrijven daarvan levert geen poëzie op; het aanduiden van bijbehorende geestelijke gewaarwordingen evenmin. Hetzelfde geldt voor veronderstelde antwoorden op levensvragen, filosofische inzichten of ontdekkingen in de flora of fauna. Veel teksten nodigen na het lezen van de laatste punt niet uit tot herlezen en alleen goede gedichten nodigen je niet alleen daartoe uit, ze dwingen je ertoe.
Dat betekent niet dat je met raadselachtigheid meteen een goed gedicht schrijft. Een combinatie van woorden waaraan op syntactisch of semantisch niveau geen touw vast te knopen valt, moet het dan hebben van klank en ritme en ook daaraan ontbreekt het nogal eens.
Wie wil rijmen, moet van goeden huize komen: de combinaties ‘zon-begon’, ‘blauw-jou’, ‘stormen-wormen’ en ‘geëerd-gelieerd’ zijn dodelijk en soms lachwekkend bovendien. En dan die hoogdravendheid. Doe het toch niet, beste mensen, laat die van nectar en ambrozijn gezwollen lettergrepen liggen in de fruitmand, op het nachtkastje of wat mij betreft op tafel in het tuinhuisje-annex-dichterskot, maar laat ze niet slingeren in je gedichten.
Ten slotte het thema: het op een willekeurige plek in een bestaande tekst inritsen van het woord ‘dwalen’ maakt het gedicht geen dwaaltocht en de dichter geen dwaalgast. Vermijd het noemen van je kernwoord gerust: ook in een zorgvuldig en minutieus beschreven reisverslag kan het dwalen evident worden door het te suggereren. Sterker nog: het is onvermijdelijk, wil je tot poëzie komen die bij de lezer haken blijft.
Dat brengt mij uiteindelijk bij de genomineerden, de top-3 en de winnaar: stuk voor stuk gaat het hierbij om gedichten die de lezer – en zeker de leden van de jury – wisten te boeien en ook vast te houden. Zelfs tijdens het juryberaad kwamen nog nieuwe aspecten naar voren, hetgeen in een aantal gevallen ook leidde tot een andere plek in het rijtje.
Het zal, gezien de uitslag, niemand verbazen dat het gedicht “Veldstraat 39” voor de jury de meeste vergezichten en doolwegen ontsloot en ook na meerdere keren lezen ons opnieuw dwong om terug te keren naar die plek in het gedicht waar we ongemerkt – maar ontegenzeggelijk – de weg waren kwijtgeraakt. Dat die plek onvindbaar is en blijft, moge inmiddels afdoende duidelijk zijn.
Enkele juryleden aan het woord
Hettie Marzak
Hoe heb je geprobeerd een balans te vinden tussen persoonlijke smaak en objectieve beoordeling?
Persoonlijke smaak is de eerste kennismaking met een gedicht. Het trekt je aan of het laat je koud. In het laatste geval ga je op andere kenmerken letten: taalbeheersing, originaliteit, beelden, symbolen, stijlfiguren, ritme. En dan kun je een gedicht nog altijd heel goed vinden, omdat je het waardeert om andere kwaliteiten, ook al beantwoordt het niet aan je persoonlijke smaak.
Hoe ging je om met gedichten die technisch minder sterk waren, maar inhoudelijk of emotioneel veel deden (of andersom)? Hoe kijk jij hier tegenaan?
Dat is een moeilijke vraag! Als een gedicht me ontroert of op een andere manier raakt, terwijl het technisch zwak is, dan zal ik het toch als onvoldoende beoordelen. Ik kan ook ontroerd raken door proza, door vergezichten, door schilderijen, maar een gedicht moet voldoen aan regels en conventies om het een gedicht te kunnen noemen. Als het gedicht techisch sterk is, maar me niets doet, kan ik het altijd nog waarderen door het vakmanschap en de taalvaardigheid waarmee het geschreven werd.
Hoe belangrijk vond je dat een gedicht ‘begrijpelijk’ was?
Een gedicht hoeft niet per se begrijpelijk te zijn om gewaardeerd te worden. Het is zelfs niet wenselijk als het al meteen op de eerste aanblik alles prijsgeeft. Een gedicht moet geproefd worden, doorvorst, er moet over nagedacht worden en je moet er nog heel lang op kunnen kauwen. Het moet blijven hangen juist omdat alles niet meteen duidelijk is. Het beste voorbeeld dat ik ken is Vera Janacopoulos van Jan Engelman.
Welke beelden of emoties kwamen vaak terug in relatie tot dwalen?
Het dwalen werd gelukkig niet altijd letterlijk genomen. Er waren veel gedichten bij over mensen die door hun eigen leven dwalen, of door dat van anderen. Ook gingen enkele gedichten over mensen die dwalen door hun eigen brein, of hun herinneringen. Verwardheid en dementie waren daarbij onderwerpen die veelvuldig aan bod kwamen. Vaak betrof dat ook de observatie van een geliefde, een familielid, vanuit wiens perspectief geschreven werd.
Tom Veys
Welke eigenschappen maakten een gedicht voor jou bijzonder of krachtig?
De originaliteit van de beelden, de vaak vlotte taal of alvast taal die op een bijzondere manier aan elkaar wordt gehangen, een gedicht schrijven, is, denk ik, een uitdaging om een passend lyrisch geheel te maken.
Hoe ging je om met gedichten die technisch minder sterk waren, maar inhoudelijk of emotioneel veel deden (of andersom)? Hoe kijk jij hier tegenaan?
Deze balans is moeilijk te maken. Over het algemeen kan een technisch sterk gedicht me ook inhoudelijk of emotioneel raken. De wijze waarop iemand iets formuleert, bepaalt sterk de inhoud of de sfeer van het gedicht.
Annet Zaagsma
Welke thema’s, vormen of stijlen kwamen volgens jou opvallend vaak terug en welke beelden of emoties kwamen vaak terug in relatie tot dwalen?
Veel inzenders hebben het thema Dwalen letterlijk genomen en kwamen (daardoor?) in hun gedicht op voor de hand liggende beelden en metaforen zoals het kwijt zijn van een landkaart of kompas, de vele bochten in het levenspad, de weg zoeken in de mist etc. Hierdoor leken veel gedichten op elkaar, ook qua titel, en vaak was het verloop van het gedicht minder verassend. Dit maakte het beoordelen van de gedichten soms wat uitdagend. Wanneer een thema door de schrijver wat minder direct benaderd wordt levert dat doorgaans interessantere gedichten op.
Welke eigenschappen maakten een gedicht voor jou bijzonder of krachtig?/ Hoe belangrijk vond je dat een gedicht ‘begrijpelijk’ was?
Spelen met taal, gelaagdheid en ruimte voor interpretatie, een structuur en opbouw die aansluiten bij de inhoud van het gedicht, een zekere diepgang qua onderwerp en met name een originele blik dragen voor mij veel bij aan de krachtigheid van een gedicht. Of het gedicht begrijpelijk is of feitelijk ‘klopt’ vind ik niet zo interessant, het gaat mij meer om het effect wat het gedicht op mij heeft.
Hoe heb je geprobeerd een balans te vinden tussen persoonlijke smaak en objectieve beoordeling?
Om ook de teksten goed te kunnen beoordelen die zich niet meteen voor mij openden of (met name) degene die niet per se aansluiten bij het soort gedichten die ik graag lees heb ik alle gedichten meerdere malen en op verschillende momenten gelezen. Daarmee heb ik ook geprobeerd recht te doen aan de moeite die de inzenders hebben gedaan voor het maken van hun gedicht.
Overigens komt het de kwaliteit van een gedicht vaak ten goede als het een tijdje kan ‘rijpen’ of groeien, dat wil zeggen dat er na de eerste versie wat tijd en evt. een aantal correcties/aanvullingen overheen gaan. Dat zagen we ook aan de inzendingen: de betere gedichten leken later ingezonden te worden.
Top 30
Herken jij de titel van je gedicht? Gefeliciteerd, jouw gedicht eindigde uit 643 inzendingen in de top 30!
- Profiel
- Het laatste huis
- Inboedel
- Ergens tussen thuis en gaan
- Wat is gebleven
- Dwaalspoor
- Dag en nacht
- Jij kent de wereld
- Het laatste huis
- Droom waarin het licht niet werkt
- Cetus op Westray (Orkney)
- Een vrouw aan de rand
- Leren ademen
- Daarna wijst het zich vanzelf
- Stappenplan
- Poëzie op reis
- Muzimijmeren
- Verlaten stations
- Cartografie
- Van het pad
Eindconclusie
Onze jury heeft dit jaar genoten van de vele inzendingen. Het was bijzonder om te zien hoe verschillend dichters het thema Dwalen hebben geïnterpreteerd — van lichtvoetig tot diepzinnig, van speels tot ontroerend.
Het was geen gemakkelijke opgave om tot een top tien te komen. Met zes juryleden betekent dat ook zes persoonlijke invalshoeken en belevingen. Sommige gedichten vielen nét buiten de selectie, niet omdat ze niet goed genoeg waren, maar omdat ze in het totaalplaatje iets minder sterk naar voren kwamen.
We hebben geprobeerd een eerlijk en opbouwend juryrapport te schrijven, in de hoop dat onze opmerkingen inspireren en motiveren om nog beter te schrijven. Elke inzending getuigt van liefde voor taal en dat waarderen wij enorm.
Het was een intensieve, maar vooral mooie klus — met veel respect voor ieders inzet en verbeeldingskracht.
Monique Wilmer Leegwater
Organisatie/ jury
Rob de Vos-prijs 2025


