door Hans Franse
Lang geleden kocht ik op de markt in Bourg-en-Bresse voor weinig geld een cd: PAYS-BAS’ Chansons oubliées. Ik verwachtte middeleeuwse liederen, maar het betrof materiaal uit een programma van de NOS, Onder de groene linde, waarin Ate Doornbosch met zijn opnameapparaat volksliedjes, gezongen door vaak heel oude mensen die in hun dialect met een krakerige stem de liedjes uit hun jeugd, gezongen op feesten, plechtigheden, of gewoon om je ‘s avonds te amuseren, vastlegde. Doornbosch onderzocht de herkomst; teksten op bestaande vaak buitenlandse melodieën, ik luisterde gefascineerd naar al die teksten; het was vaak niet te verstaan, maar je zat heel dichtbij volkskunst. Het was niet mooi, maar ze zongen uit hun hart, zoals ze het vroeger gezongen hadden zonder zich af te vragen of het kunst was of veel kwaliteit had: het was muziek die men leuk vond en waarop woorden waren gemaakt die de werkelijkheid van ‘het volk’ weergaven.
Liedjes uit dat programma werden vaak bewerkt door een groep uit Vlaanderen Het kliekske, vier muzikanten onder leiding van Herman Dewit, die ook middeleeuwse instrumenten na bouwden en gebruikten. Rosita Tahon bouwde, maar zong met verve en bespeelde veel slaginstrumenten, evenals Oswald Tahon, de man met de klarinet en de blokfluit naast vele andere instrumenten en Wilfried Moonen, die ik me voornamelijk als accordeonist herinner. Het was altijd een genot om met Het Kliekske te werken. Je hoorde dan de doedelzak, de draailier, de rommelpot, de klaptand en de meest fraaie trommen. De groep vervreemdde zich niet van het volk al werden de krakende gezangen op een hoger plan getild en waren de instrumenten een hedendaagse toevoeging, maar als theaterdirecteur kon je de groep één dag in de week niet engageren, dan speelden ze in de kroeg om de hoek, voor het eigen publiek. Was dit nu volkskunst of was het een bewerking van muzikale en creatieve geesten die een werkelijkheid probeerden te reconstrueren die er niet meer was?
Er zijn ook geëngageerde en protestzangen, waarvan niemand weet waar de tekst vandaan komt, die ineens een historische betekenis krijgen: Bella Ciao, een liedje over een werkster die vroeg in de ochtend naar naar haar werk gaat, nog half slapend, wordt het lied van van de linkse Italiaanse partizanen, de werkster is vergeten. Een groep supporters voetballegioen zingt hand in hand kameraden om hun betrokkenheid weer te geven en steun te bieden aan hun ‘helden’ en in een concentratiekamp, Bürgermoor in de moerassen bij Oldenburg, ontstaat het indrukwekkende marslied Wir sind die Moorsoldaten und ziehen mit den Spaten ins Moor. Het Solidariteitslied van Hanns Eisler is daarbij establishment, voor welwillende dominees en welzijnswerkers.
Ik moet aan mijn oom Dik denken die op familiefeestjes liedjes zong in een notoir Leidse tongval, zichzelf begeleidend door ritmisch over zijn broek te wrijven en met zijn voet hoorbaar de maat te slaan. Ik vond het fascinerend en herinner me nog een incident dat om een liedje van hem ging. Hij zong over het ‘hele kleine kereltje’, dat tot stand kwam na een vrijpartij van een boerenknecht en een boerenmeid, die in de hooiberg op Bruegeliaanse wijze de liefde bedreven. Toen kwam de baas langs:
‘…En toen de boer kwam voeren
de koeien en de geit
toen vond hij potverdomme
daar die knecht al op die meid.
En heb je hem niet gezien
dat hele kleine kereltje
heb je hem niet gezien, o jee
Het laatste couplet luidde:
‘..En toen na negen maanden
misschien wel na een jaar
toen kwam er een klein kereltje
met havertjes in zijn haar.
En dan weer het refrein ‘En heb je hem niet gezien…’ dat massaal werd meegezongen door de schaterende familieleden.
Ik heb twee kunstenaars ontmoet waarvan één zeker niet uit het volk stamde, terwijl de ander er wel dichtbij stond; beiden poogden zorgen te delen en te verwoorden. Beiden zeer geëngageerd, links, ondersteunend, amuserend en solidariteit tonend. Er is één moment geweest dat hun liefde voor- en mededogen met het onderdrukte volk leidde tot theatervoorstellingen: Mistero Buffo. Ik doel op Dario Fo en Wannes van der Velde die dat moois konden bereiken dankzij een Nobelprijs en de Antwerpse toneelgroep De Internationale Nieuwe scène van Hilde Uyterlinden en Charles Cornette, die speelden in werkplaatsen en fabrieken: kunst aan het volk, zonder populisme, maar alle talent inzettend om aandacht te vestigen op de onderdrukking en fascisme, zoals ook de film Novecento van Bernardo Bertolucci deed. Ook hier betrof het opgetilde protestliederen (Dario) en liederen op volkse teksten in dialect (Wannes).
–

Dario Fo © Wikipedia
–
Dario Fo ontmoette ik toen mijn vrouw in de studio van maskermaker Sartori voor Fo een masker maakte, dat hij met een kus beloonde. Zij heeft die wang dagen niet gewassen. Dario Fo was een scherpzinnige, creatieve man, acteur en beeldend kunstenaar, afkomstig uit de kringen van de communisten in Italië, een partij van intellectuelen en kunstenaars, niet met de CPN te vergelijken. Hij was bezig met een verzameling van de protest- en arbeidsliederen van de door kapitalistische en fascistische herenboeren onderdrukte boerenbevolking van de Povlakte. Het waren liederen van protest, resignatie, maar ook van plezier. Hij schreef er een boek over, Mistero Buffo, bekroond met de Nobelprijs voor de literatuur, een alternatieve literatuurgeschiedenis. Hij begint een oude Italiaanse tekst, volgens de officiële literatuurgeschiedenis ten onrechte als ‘van het volk verklaard’, immers slechts een geschoold aristocratisch schrijver, dit schrijven opnieuw te bekijken. *. Zelfs Dante (in De Vulgari eloquentia – Over de welsprekendheid van het volk) schreef dat ‘het werk, ondanks een zekere ‘onbeschaafdheid’ in de tekst toe te schrijven was aan een ‘…autore, un erudito, un colto’.
Fo ontkracht dit: noemen docenten en geleerden de auteur ‘Cielo (hemel) d’Alcarmo, de echte naam luidde Ciullo, een woord uit het Lombardisch dialect, vulgair (volks)woord voor mannelijk geslachtsdeel.
–

© Amazon
–
Het deed mij denken aan onze Reynaert zonder twijfel een volksepos, waarin de kat Tibeert in een pastorie op zoek naar muizen, belaagd wordt door de naakte pastoor. Uit angst
springt Tibeert tussen diens benen en bijt hem ín die ‘burse zonder nade’, hij bijt hem een bal af (en hem je hem al gezien, dat hele kleine Kereltje!). Jan Frans Willems vertaalt : ’hij beet, ja waar beet hij in…’, terwijl de tekstuitgave van dr. Tinbergen, in 1959 herzien door dr. van Dis, de tekst getrouw volgt, maar in de de uitgave de regels 1251 t/m1304 overslaat. Ze worden omschreven als ‘wreedheden’. **
De verzamelde protestliederen van arbeiders in de Povlakte moeten Wannes van der Velde hebben geïnspireerd, hij bewerkte ze. Wannes was een Antwerpse volksjongen die opgroeide in het afgebroken Schipperskwartier. Als beeldend kunstenaar sneed hij ‘volkse’ primitief aandoende poppen die uit een middeleeuws mysteriespel afkomstig lijken. Als muzikaal mens schreef hij muziek bij zijn door hemzelf gezongen teksten, gebundeld in De klank van de stad. Hij doet mij aan Brederode denken met zijn succeslied:
’Ik wil deze nacht in de straten verdwalen,
de klank van de stad maakt mijn ziel amoureus.
Al heb ik geen geld om plezier te betalen
Ik vind wel een vrouwke heel net en genereus’.
Brederode:
’s Nachts rusten meest de dieren
Ook mensen goed en kwaad,
En mijn lief goedertieren
Is in een stille staat
Maar ik moet eenzaam zwieren
En kruisen hier den straat…’.
Wannes’ teksten zijn ook politiek geëngageerd, fel anti-onderdrukking en pacifistisch. Hij vertaalde die teksten van Dario Fo en bracht de Povlakte over naar Vlaanderen in de productie Mistero Buffo, uitgevoerd door De Internationale Nieuwe scène; de allermooiste politieke theatervoorstelling die ik ooit zag.
Ik heb Wannes één keertje ontmoet toen Mistero Buffo in de Nijmeegse schouwburg werd opgevoerd en de volle zaal met het in die jaren grote jonge zeer linkse volksdeel als toeschouwers. Alle leden van CPN, SP, de Rode Vlag, het Marxistisch-Leninistisch Verbond waren tot tranen toe geroerd. De arbeidende massa was twee keer drie kwartier de baas. Het waren ook de jaren van de anti-oorlog musical Hair, ook zo ontroerend. Wannes’ teksten en cd’s hebben een ereplaats in mijn bibliotheek. De plaat van Mistero Buffo is kapot gedraaid door mij en mijn kinderen. Hilde vertelde dat er nooit een cd van was gemaakt. Ik moet het dus doen met de tekst en de muziek. Maar dat is al geweldig.
*Het betreft de tekst:’Rosa fresca aulentissima’. Tekst Jan Frans Willems uit de vertaling opgenomen bij de Reinaertuitgave van Prof. W. Hellinga
** Uitgave in de serie Van alle tijden, Wolters 1959, zie pag.116
Gebruikt:
Fo, Dario – Mistero Buffo – Giullarate popolare Einaudi/Torino 1997
Brederode Gerbrand A., Groot Lied-boek , A. Donker/Rotterdam 1968
Velde, Wannes van de, De klank van de stad, Houtekiet/Antwerpen-Baarn 1999
–

