LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Ron Frinks

15 jan 2026

‘Poëzie is een van de dingen die het leven zin geven.’

door Alja Spaan

 

foto © Marjon van der Vegt

 

Ron Frinks is 70 jaar. Na een werkzaam leven als leraar economie en schoolleider is hij vooral bezig met literatuur en filosofie. Hij is directeur van uitgeverij Leeuwenhof en oprichter/bestuurslid van de stichting Poëzie leeft! Ook is hij actief als dichter (Johan Meesters) en lid van de theatergroep de Mondige Mannen.

Hoe ben je bij Meander terechtgekomen? En wat doe je bij Meander?
Ik ben gevraagd door Paul Bezembinder die ging stoppen met zijn deelname aan de redactie binnenkomende gedichten en voor een geschikte opvolger wilde zorgen.

Wat vind je leuk aan deze klus?
Het is fijn om deel uit te maken van de grote club van vrijwilligers die Meander mogelijk maakt. Dat Meander een plek verdient lijkt me duidelijk.
Het redactiewerk geeft mij inzicht in wat er aan poëzie wordt aangeleverd en ik vind het een uitdaging om uit mijn eigen voorkeuren te stappen en uit te gaan van wat de dichter in kwestie wil. Het scherpt mijn visie op poëzie.

Wat was het eerste gedicht dat je las?
Thuis stonden er geen gedichtenbundels. Ik heb het voorrecht gehad dat ik, toen ik 14 was, een half jaar Nederlands kreeg van Joop Leibbrand, later een van de pijlers van Meander. Die behandelde wel eens een gedicht in de les. Ik herinner mij De idioot in het bad van Vasalis. Dat heeft indruk gemaakt.

Wat maakt een gedicht goed?
‘Goed’ in de zin van goedgekeurd? Niets anders dan de integriteit van de dichter.
‘Goed’ in de zin van fijn? Voor mij heeft een fijn gedicht een lyrische kwaliteit en er wordt een beetje met taal getoverd. De inhoud is secundair; de vorm verheft het tot een kunstwerk.
‘Goed’ in de zin van geweldig? Een geweldig gedicht geeft iets door dat de bewoordingen overstijgt. Je krijgt iets mee dat je niet even rationeel kunt verklaren. Het raakt je waar je het niet verwacht.

Wat mis je nog bij Meander?
Wat meer positieve aandacht voor de kleine uitgevers die poëziebundels op de markt brengen terwijl ze daar niet echt geld mee verdienen. Ze vallen ook bij bosjes.

Wat betekent poëzie voor jou?
Als ik zelf een goed gedicht heb geschreven kan ik er weer een paar weken tegen. Het is een van de dingen die het leven zin geven. Als ik aanloop tegen een geweldig gedicht van een ander, zoals laatst Leeg van Eva Gerlach, dan geniet ik wel, maar ik ben ook jaloers dat ik het niet zelf heb geschreven.

Wat valt je op in ons poëtisch klimaat?
Op het klimaat hebben we geen invloed, dus maar even in de categorie zinloos gemopper: ik ben niet heel erg onder de indruk van de vaak makkelijk geschreven anekdotische toevertrouwsels van onze tijd. Anything goes is een beetje Anyone does geworden. Ik vraag mij ook vaak af waarom mensen zo nodig dichter willen zijn. Als je iets te vertellen hebt, vertel het dan gewoon. Schrijf een blog, een essay, een pamflet of wat dan ook, maar schrijf a.u.b. niet een gedicht zonder enige poëtische kwaliteit. Wat ik met dat laatste bedoel valt buiten het kader van dit interview, helaas.
Voor de teneur om steeds meer woorden in gedichten te proppen ben ik een beetje te veel een luie lezer. Als ik zo’n lap tekst zie, denk ik: ja, maar een gedicht is toch een gepolijst juweeltje?
Dit klinkt allemaal een beetje te negatief. Er zijn natuurlijk genoeg goede dichters waar je van kunt genieten, en dat het landschap divers is, dat is niet verkeerd, natuurlijk. Maar een nieuwe trend waar ik de vlag voor uitsteek, ik kijk nog reikhalzend uit.

Heb je tips voor beginnende dichters?
Lees en beluister werk van anderen. Zoek feedback. Wees je eigen criticus. Lees boeken over poëzie, zoals Pfeijffers Het geheim van het vermoorde geneuzel of Gerbrandys De jacht op het sublieme en trek je vervolgens nergens wat van aan, want als het goed is weet jij het beter dan wie ook.
Het kan geen kwaad aan je vaardigheid als voordrager van je poëzie te werken. Ik moest daarvoor naar België.
Als je het ambacht onder de knie hebt en in de gelegenheid bent, sluit je dan aan bij een stadsdichtersgilde en laat je betalen voor je werk. Mijd podia waar de muzikanten een vergoeding krijgen terwijl de dichters voor niets mogen voordragen. Neem jezelf serieus.

 

Drie gedichten van Leeuwenhof-dichters:

IK KAN MIJN GEDICHT NIET VATTEN

ik kan mijn gedicht niet vatten
regels dwarrelen door mijn hand
en als ik buk om ze te pakken
vind ik slechts woorden zonder verband

ik probeer ze toch te ordenen
alfabetisch, op lengte, op klank
maar de regels blijven rommelen
de zinnen lopen krom en mank

ik kan de woorden niets verwijten
ik zit ze zelf in de weg
geen literaire kwaliteiten…
niet voor dichter aangelegd…

probeer nog eenmaal
zonder grijpen
en zie:
het komt perfect terecht

Johan Meesters, Vermakelijkste verzen (2016)
INTERIEUR INFERIEUR

ook de lijst
waarin je foto stond
is leeg

ik denk
dat ik er maar
een spiegel in maak

wit
is geen gezicht

Willem Adelaar, Schikzaal
hangende herinnering

Je jas hangt in de gang
alsof alles nog is zoals het was
je geur, losse haren die bleven haken in je kraag
een gebruikt papieren zakdoekje met snot in jouw zak
en een verkleefd pakje Fisherman’s Friend
Mijn god waar ben je, waar bleef je
beweeg je nog daar in het donker

Jan Bulsink, de ijsheilige

     Andere berichten

Interview Liesbeth D’Hoker

Interview Liesbeth D’Hoker

'Ergens wil iedereen die schrijft voor de ander het verschil maken' door Cora de Vos   foto © Bert Potvliege   Liesbeth D’Hoker...

Interview Jac. M. Janssen

‘Taalspel en -plezier zijn drijfveren.’ door Alja Spaan     foto © Sylvia Jansen   Jac. M. Janssen is tekstschrijver en...

Interview Yasmin Namavar

Interview Yasmin Namavar

‘Als we poëzie als een ruimte zien: kijk dan of er nog een deur of raam in die ruimte zit.’   door Mirthe Smeets     Yasmin...