LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Lachen en dat wat onuitgesproken blijft

25 jan 2026

door Willem Tjebbe Oostenbrink

 

 


tekening © Ada Oostenbrink

 

Na mijn column over humor en poëzie ben ik een zoektocht begonnen naar de lach in de poëzie en gedichten. Het valt nog niet mee om gedichten te vinden waarin de lach of lachen wordt genoemd, waar een stralende, opgewekte sfeer van uitgaat en waarbij het gedicht een bepaalde diepgang of gelaagdheid kent.

Toch kan lachen een dubbelzinnigheid hebben. Mensen lachen als ze plezier hebben en vrolijk zijn. Maar er zijn meer situaties waarin er gelachen wordt. Mensen schieten in de lach omdat ze een fout gemaakt hebben. Ze weten de situatie niet te redden of de fout te verhullen en schieten onbedaarlijk in de lach. Of ze zijn sprakeloos vanwege schaamte, gêne of onhandigheid. Er valt niets zinnigs meer te zeggen en het onvermogen is niet te verhullen. Zo kan lachen een dubbele lading krijgen.

Gedichten die over lachen gaan, bevatten vaak de hoop of de wens om vooral te kunnen lachen.
Er zijn gedichten die gaan over lachen, maar niet grappig is. Ze zijn niet vrolijk, zelfs het tegenovergestelde. Het titelloze gedicht van Bert Schierbeek (eerste regel “maar we zouden niet vergeten dat” uit: De deur, 1972) is daar een voorbeeld van. Het gedicht bevat een oproep om niet vergeten. Lachen kan in poëzie zo verbonden zijn aan zaken die ongezegd blijven, die kunnen verwijzen naar een vervelend voorval of een verdrietige herinnering.

Er is iets bijzonders met de woorden lachen en vergeten. Ze houden verband met elkaar en ze staan op gespannen voet. Met lachen kun je jezelf en alles vergeten, alsof het moment jou geheel opslokt en er niets anders overblijft dan te lachen, te ontspannen, los van gedachten, troebelen, zorgen, spanning, alles los te laten, alleen maar lachen.

Je kunt je afvragen waarom het meest gelachen wordt: om datgene wat gezegd is, of om datgene wat niet gezegd is of gezegd kan worden. Tot besluit een gedicht over dingen die niet uitgesproken worden. Misschien zit daarin de humor, de tragiek of beide.

De beste grap

Humor ligt op straat, zeggen ze, lachen kost niks.
Natuurlijk, soms vinden mensen het een dure grap
maar dat heeft dan vaak te maken met een aankoop
of een auto die tegen een boom geparkeerd staat.

Het goed vertellen van een grap is belangrijk.
Het vergt concentratie, je moet woorden doseren,
laat het publiek aan je lippen hangen zonder
dat je mond daardoor steeds open blijft staan.

Er zijn miljoenen grappen en toch is het zo
dat de allerbeste grap nooit is verteld.
Ik heb de man ontmoet die de beste grap kent.
Als hij begint, vinden de mensen het prachtig.

Tijdens het vertellen van de grap kan de man
zich niet bedwingen, hij trekt met zijn mond en
schiet in de lach. Eerst zachtjes, dan gaat het over
in een schaterlachen, mensen lachen mee.

De ruimte vult zich met een onbedaarlijk lachen
tot de zaal leegloopt
en de man alleen stil achterblijft.

Weer niet gelukt.

© Willem Tjebbe Oostenbrink

 

 

 

     Andere berichten

Hans Andreus honderd jaar

Hans Andreus honderd jaar

door Jan van der Vegt     Hans Andreus, 1959, foto © Edith Visser, collectie Literatuurmuseum   Het gedenken van een...

Over de dichter

door Hans Franse   Ik werk aan het afmaken van een nieuwe bundel: Luister rijke kijk dagen. In die bundel is een soort cyclus waarin...