LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Sarah de Koning – Tekstielen

23 jan 2026

‘Hoe haalt men een gil uit een woord?’

door Francis Cromphout



Sarah de Koning (° Wilrijk 1992) publiceerde o.a. in het Liegend Konijn en De Lage Landen. nY, de Revisor en DIG. Gedichten van haar haalden drie maal de Turing top-honderd. Zij werd ook geselecteerd voor residenties zoals de Buren in Parijs. Tekstielen is haar debuutbundel. De titel, die een woordspeling is die verwijst naar haar talige betrachtingen, vond zij in het werk van de Vlaamse dichter Claude C. Krijgelmans. Deze titel maar ook het citaat bij de aanvang van de bundel van Patricia de Martelaere wijzen op het taalcreatieve karakter van wat als een intieme evocatie overkomt: ‘dit is alleen een stijloefening’.

De teksten zijn in de breedschrift vorm gesteld, zoals Alain Delmotte dit poëtisch proza heeft benoemd. De bundel wordt gevuld door een barokke woordenvloed die zes afdelingen telt waarvan de vijfde de titel ‘Praagse brievendraagt en elementen van de brieven van de Russische dichteres Marissa Tsvetajeva bevat.

Afdeling vier refereert naar het dagboek en brieven van Sylvia Plath. De gedichten zijn een soort verinnerlijkte brieven van een vrouwelijke ‘ik’ bestemd voor een ‘jij’. Die laatste kan een minnaar zijn, een dichter of ook een moeder en wellicht in zekere zin ook de ‘ik” zelf. De teksten refereren naar dagboekaantekeningen, telefoongesprekken en kattenbelletjes. Het resultaat oogt virtuoos en vertoont gezochte woordcombinaties zoals ‘de neon kamers waarin mijn koppig peroxide boven het bad kuipt als een komma kopje over’.

Het is een niet aflatende talige zoektocht: ‘Hoe spel ik de vorm die zo lang de blies hield, tot de witte blos op het keukenraam de adem nam’. Een woordenvloed die verwijst naar aan de lijve gevoelde beeldspraak en verpersoonlijkte synesthesieën zoals ‘hoog de geur die tegen mij aanpraat’. Het is een luide, soms hortende, flux die eindigt met ‘de verwachtingsvolle stond van een dalende stilte’.

Sterk en ook schrijnend is afdeling drie waar de ik zich tot haar moeder richt: ‘Hardnekkig deze erfelijkheid ter hoogte van beide boezems’. De taalexplosies (‘ik kwebbel blaam’) vermogen niet de onuitspreekbare liefdesgevoelens te verbergen: ‘dus schrijf ik je en klets ik, en vouw tussen het praten mijn beleefde kleine groet die verloochent, laat maar graait’.

Afdeling vier roept de vrouwelijke conditie op en de moeizame relatie met de man: ‘zo slaap ik op een kussen dat ik deel met talloze vrouwen’ en ‘zijn ritselende brieven vielen op de mat als dode vogels’.

De ‘Praagse brievenvan afdeling vijf drukken opnieuw het onvermogen uit in de taal: ‘Ik schrijf, ik heb geen nieuws en deze brief is daar de neerslag van (…) het voortdurend verplaatsen van, geknielde woorden, gekneusd en beurs’.

Afdeling zes is een soort liefdeskamp waarbij een wanhopig zoeken naar talig handelen zich vertoont met opnieuw synesthesieën en verrassende vergelijkingen zoals ‘een groot bord als een porceleinen oog en zout dat klontert als een kat onder ijs’. De dichter besluit die zoektocht treffend met deze onbeantwoorde vraag: ‘hoe haalt men een gezwollen veulen uit een paard, een deur uit een huis, een gil uit een woord’. Zowat een intentieverklaring van deze poëzie.

____

Sarah de Koning (2025). Tekstielen. Querido, 95 blz. € 19,99. ISBN 9789021499048

     Andere berichten

Saskia De Vriese – Vulpasta

Saskia De Vriese – Vulpasta

Gevoel in een paar rake woorden door Taco van Peijpe - - Saskia De Vriese (Aalst, 1978) kwam met de bundel Vulpasta op de shortlist van De...

Roberta Petzoldt – Zeebeving

Roberta Petzoldt – Zeebeving

Op zoek naar onthechting en overgave door Johan Reijmerink - - De performer en dichter Roberta Petzoldt ontdekte op de Rietveldacademie...