Tom Driesen is dichter bij uitgeverij De Zeef. Hij debuteerde in 2023 met Inschepen en vertrekken en in mei 2026 verschijnt het vervolg Mythomaan. De gedichten hieronder kunt u als voorpublicatie lezen.
Verder staat Tom vooral bekend als spoken word artiest. Hij won in 2022 het NK poetryslam en was één van de tien titanen van de Vlaamse spoken word.
Hij werkt ook aan een spoken word voorstelling rond de nieuwe bundel. Op Instagram is hij hier te vinden.
foto © Lynn van Hoof
–
De hemel bleek een riant huis in de stad
waar je op een hond moest letten.
God was: je raadt het al, die hond
Hij kwispelde, legde zijn bal bij ons.
–
Hij had ons tenslotte zelf geschapen.
–
Bij de hemelpoort
moesten de kleren uit
om het parket niet te doorweken.
–
De tijd, ach ja, de tijd, de drugs
en de vakantie in ons hoofd
zo tussen twee levens in
zo vlak voor een wedergeboorte.
–
We hadden god al in zijn hok gestopt
toen we vertrokken.
–
Ik heb mezelf geoogst
want ik wil kruisbestuiving.
Ik wil het sap van uitheems fruit
uit de diepten van je lippen.
–
De wind uit de valleien
van je moedertaal.
–
Zolang jij in mij woekert
zal ik hier niet vergaan.
ontstaan slechts mond aan mond.
De verhalen die worden opgeklopt
door het klakken van onze tong.De ruiltocht van verhalen
waaraan elke verteller
zijn eigen kruid toevoegt.
Het verzwijgen van gebrekentot de draden
van onze collectieve verbeelding
een hologram hebben geweven
dat groter is dan elke gemene deler.
De belofte van een zwarte Jezus
zwevend met een basketbal.
Konden we maar even
de man in het witte onderhemd
de extase van de handen in het stadion.
Konden we maar even
boven onszelf en met die stem
de zwaartekracht uit onze voeten springen.
Konden we maar even
In de ogen van een filmgod met een script verdwalen
of dodelijke vuisten die het licht uitdoen.
Konden we maar even.
Maar alles is hier zichtbaar en de helden openbaar
bezit met webshop en een Only Fans.
Ach konden we maar even
onze helden weer de hemel in vertellen.
–
Een van ons is gebeten
de ander likt onophoudelijk aan zijn tanden.
Een van ons ligt wakker
van het getrommel van de vrouwen.
–
De woorden van het lied
liggen onder dit land begraven
onder lagen van moeders.
De vrouwen bewaren de woorden onder hun tong.
–
De nimfen blijven meisjes.
Ze spelen met hun lichaam
zoals een kindsoldaat met een handgranaat.
Ze dansen alsof ze niet ontvlambaar zijn.
–
Een van ons trok ten oorlog.
Een van ons is gebleven.
Onze verwondingen zijn elkaars spiegelbeeld
onze lippen tegenpolen.
Ons vrijen is een tegengif
voor al het godvergeten missen.
–
Een van ons vertelt een grap.
Een van ons lacht de ogen bloot.
Die verraden: wij zijn tieners met ervaring
wij zijn pas tegen de ochtend opgebrand.

