LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

De Godsdronkene van Todi

15 mrt 2026

door Hans Franse

 

In het levendige stadje Todi in Umbria was de jeunesse dorée een lentefeest aan het vieren. Het was lente 1269. De jonge ridder Jacopo di Benedetti deed mee aan een van die vele activiteiten, die ook nu nog gehouden worden, het waren ridderspelen of optochten waarin de wijken van de stad zich presenteerden en de lentekoningin gekozen werd. Mooie jonge mensen, schitterend gekleed, zaten op een houten tribune. Ook de vrouw van Jacopo, Monna Vanna, zat daar, ze was van grafelijke afkomst, ze schitterde, zij was de mooiste en oogstte bewondering. Toen gebeurde het ondenkbare: de tribune stortte in, Monna Vanna kwam zwaar verminkt onder de ingestorte tribune vandaan. Jacopo kon haar nog even in zijn armen houden, toen stierf zij. Onder haar feestkleding droeg zij een haren kleed. Teken van boete voor overmatig plezier? Jacopo werd gek van verdriet en zag dat hij in zijn feestelijk leven niet op de dood was voorbereid, zijn mooie vrouw wel. Hij trok zich berouwvol drie jaar uit het openbare leven terug, zwierf als een zombie rond door het land, boetepreken houdend, dichtend, hij werd Jacopone da Todi genoemd, grote, gekke Jacob, dronken geworden door een Godservaring. Zijn prachtige Lauden bewijzen zijn grote dichterschap. Hoewel hij wilde intreden bij de orde der Franciscanen, werd hem dat geweigerd, wegens zijn vreemd gedrag. Later werd die weigering ingetrokken en kon hij zijn levensavond doorbrengen bij de minorieten, een groep Franciscanen. Hij groeide uit tot een van de grootste dichters van zijn tijd en volgde de dichterlijke sporen van zijn spirituele meester, Sint Franciscus, al was zijn poëzie beschouwelijker. Franciscus omarmt het leven, het licht, de aarde, de levende mens; Jacopone da Todi is met de dood bezig. Ook in zijn poëzie.

Als je nu met de lift van de Porta di Orvietana bovenkomt in Todi, en naar het mooie centrum wandelt, passeer je een op een heuveltje liggende kerk, een hallenkerk, gewijd aan San Fortunato. Het is een oude Franciscaner kerk. In de crypte bevindt zich het graf van Jacopone da Todi, waarop alleen maar zijn naam vermeld staat met als toevoeging: ‘dichter van het Stabat Mater’. Een van de allermooiste gedichten van Jacopone, tot op de dag van vandaag beroemd, mooi opgebouwd in een zeer zingbaar ritme. Niet voor niets hebben vele componisten deze tekst op muziek gezet; Josquin en Palestrina, Vivaldi, Haydn, Rossini, Dvorak en Alphons Diepenbrock. Het meest bekend is de toonzetting van de in Jesi geboren jonggestorven componist Giovanni Battista (Johannes de Doper) Pergolesi. Hij werd 26 jaar en stierf in Pozzuoli, een deel van Napels.
Waarom is dit gedicht zo populair geworden over de hele wereld? Het Latijn is glashelder, het heeft de eenvoud van het Zonnelied van Franciscus van Assisi, het eerste in het Italiaans geschreven gedicht. De terzinen vragen er bijna om om gezongen te worden, het rijm vergemakkelijkt een simpele toonzetting. Qua inhoud is het heel herkenbaar: het verdriet van de moeder dat ons en zelfs mijn verdriet wordt. Het gedicht biedt identificatie met het universeel verdriet dat gevoeld wordt als een beminde overlijdt.

Toen ik nog koordirigent was in mijn Umbrische woonplaats zongen wij de versie van Zoltan Kodaly, simpel en eenvoudig. We deden dat op Goede Vrijdag, een wonderlijke belevenis omdat we meededen in een processie waarin de gang van Christus tijdens de Kruisweg wordt nagespeeld, inclusief de opgehangen Judas die op een vernuftige manier net buiten de stadsmuur aan een boom was opgehangen. Na afloop deed Judas weer mee met het bijna noodzakelijke gezamenlijke maal.
Uiteraard is zo’n bekend gedicht ook in het Nederlands vertaald, onder andere door Joost van den Vondel en Guido Gezelle. Deze laatste vertaling is mooi en precies, maar mist dat zangerige ritme van het origineel. Ik was buitengewoon verrast op NPO – klassiek de sopraan Klaartje van Veldhoven een mooie Nederlandse vertaling te horen zingen, een vertaling van Willem Wilmink, die boven aan zijn tekst schrijft: ‘…aan de muziek van Pergolesi aangepaste vertaling…’. Overigens noemt hij de dichter ‘anoniem’. Er is inderdaad wat twijfel over het auteurschap, ook Paus Innocentius wordt genoemd en een Franciscaan uit Frankrijk. Maar de schoonheid van de tekst blijft en die wil ik delen. Verder volg ik de traditie als inwoner van Umbrië.. Ik citeer een paar strofen tweetalig.

Stabat mater Dolorosa
Iuxta crucem lacrimosa,
Dum pendebat filius.

Smart had moeders hart bevangen,
tranen stroomden langs haar wangen,
waar haar zoon gekruisigd hing.

Cuius animam gementem
Contristatam et dolentem
Pertransivit gladius.

O afschuwelijk was haar lijden
of een zwaard haar kwam doorsnijden
dat dwars door haar lichaam ging.

Sancta mater, istud agas,
Crucifixi fige plagas
Cordi meo valide.

Moeder, wil mijn hart bezeren
met de wonden die hem deren
laat mijn hart dat waardig zijn.

Fac me tecum pie flere,
Crucifixo condolere,
Donec ego vixero.

Laat mij huilen aan uw zijde
laat het kruis ook mij doen lijden
tot ik zelf eens doodgaan moet.

Iuxta crucem tecum stare
Te libenter sociare
In planctu desidero

‘k Wil mij naar het kruis begeven
om daar met u mee te leven
in wat hem zo lijden doet.

Fac me plagis vulnerari,
Cruce hac inebriari
et cruore Filii.

Laat zijn pijnen mij genaken,
laat het kruis mij dronken maken
van de liefde voor uw zoon.

Quando corpus morietur
Fac ut animae donetur
Paradisi gloria.

Als mijn lichaam straks moet sterven,
laat mijn ziel ‘t geluk verwerven
dat de hemel ons bereidt.

Wilmink vertaalde het zodanig dat je kunt zien dat het een oud lied is. Uitermate goed te begrijpen, met een soms archaïserend woord. Ook heel zingbaar. Toevallig staat deze tekst in zijn Verzamelde Liedjes en gedichten bij wat andere hertaalde oude gedichten, wat het archaïserende versterkt. Willem Wilmink moet heel muzikaal geweest zijn en een begenadigd zo niet een groot gevoelig dichter.

 

foto’s © Hans Franse

 

     Andere berichten

Mens en gevoelens (1)

door Ko van Geemert   In 1988 begonnen Paul Haenen (dominee Gremdaat, Margreet Dolman) en zijn vriend, man, partner, compagnon Dammie...

Lezen in de oorspronkelijke taal.

door Hans Franse   In de februarimaand van 1882 kwam in Dublin James Joyce ter wereld. Ik heb over deze schrijver niets gehoord op de...