Johan Clarysse (Kortrijk, 1957), actief als beeldend kunstenaar en dichter. Zijn debuutbundel Het geduld van water verscheen bij uitgeverij P (2023). Gedichten van hem werden bekroond in onder meer de VTB Holsbeek Poëzieprijs 2021 (laureaat) , in de Rob De Vos-wedstrijd van Meander in 2023 (3de prijs) en met de Melopee Publieksprijs in 2024. Hij publiceerde in Poëziekrant, Het Gezeefde Gedicht, Meander, Roer, De Schaal van Dighter, Ballustrada en in diverse bloemlezingen, onder meer in De 100 beste gedichten (Gedichtenwedstrijd 2021), Uit de Zeef in 2024 en 10 jaar Poëziepad van A tot Z in 2024.
–
De middag zet zijn ramen open:
een tuin vol weegbree, paardenbloem
en kattenpis. Een kraai verdwijnt
in de schaduw van een haag.
–
Daarachter zwijgzame huizen,
voorbijschuivende silhouetten,
een passant die de dag vervloekt,
het niet begrijpende kind
dat hem vergezelt.
–
In hun voetafdruk hangt randschade.
–
De kamer vult zich met het oog
dat kijkt. Licht valt op het lege doek.
Silhouetten worden cirkels, huizen dijen uit,
de tuin een strook, het kind een kras.
–
Pompejaans rood en nachtzwart
rollen er doorheen. Feest
op de rand van een vulkaan.
–
Hij houdt eraan te kijken
naar schoenpunten als je hem iets vraagt.
Zijn oogkrimp toont wat hij verbergen wil.
Soms praat hij met zijn schaduw.
–
Jongensjaren achtervolgen hem.
Van tijd tot tijd giet hij er salpeter over.
Teveel verleden kruipt in de dagen.
–
Hij kijkt naar wat ontbreekt,
als een zoeklicht waart zijn blik.
Zijn voetzolen luisteren naar straatstenen.
–
Het hevigst leeft hij in het woord.
–
Hij verstopt zijn hart in
het zandkasteel dat hij voor haar bouwt.
–
Zij plaatst emmers op hun kop, tilt ze op
verwijdert zand met een verfroerstokje
alsof ze een schep koffie afstrijkt.
–
Hij maakt muren glad en hoeken strak,
zij bekleedt ze met mantelschelpen
en zwaardschedes.
–
Moeder kijkt verwonderd toe, voelt
de vloedlijn in haar spieren.
–
Vragen wapperen. Wind
verslikt zich in zand.


