Een relatie die niet kon blijven bestaan
door Yolandi de Beer
Ellen Deckwitz (1982) is een van de meest toonaangevende stemmen in de hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Sinds haar doorbraak als winnaar van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam in 2009 beweegt zij zich overtuigend tussen podium en papier. Met haar debuutbundel De steen vreest mij (2011), bekroond met de C. Buddingh’-prijs, vestigde zij direct haar naam binnen het literaire veld. In haar werk onderzoekt zij thema’s als familie, identiteit en vervreemding, vaak met een subtiele combinatie van humor en ernst. Naast haar dichterschap is Deckwitz actief als columnist en essayist, en sinds 2024 is zij stadsdichter van Amsterdam.
Die veelzijdige achtergrond resoneert ook in de bundel die in deze recensie centraal staat. In Metamorfosen neemt Deckwitz de lezer mee langs de fasen van een relatie die niet kon blijven bestaan: van prille verliefdheid, via hoop, teleurstelling en pijn, naar uiteindelijk acceptatie. Het zijn stappen die niet alleen persoonlijk zijn, maar ook universeel. Liefde is misschien wel de meest gedeelde menselijke ervaring — en tegelijk een van de meest ontwrichtende.
Toen de bundel op de mat viel, stond ik zelf ook aan het einde van een fase. Niet van een liefdesrelatie, gelukkig, maar wel van een periode waarin iets moest veranderen om verder te kunnen. Misschien was het daarom dat de bundel meteen binnenkwam. Soms valt een boek precies op het moment dat je het nodig hebt.
–
Op een dag werd je verliefd. Je vel dwong je
op een strooptocht naar troost.
–
Een ander om als een branddeken
over je heen te trekken.
–
Hormonenroedels raasden door haarvaten,
werden sledehonden in een sneeuwstorm,
–
de ander liet eeuwenoude kuren
in je ontwaken, je eiste blaren
–
op je heupen, wilde een navel
vol laten lopen met jouw zweet.
–
Je zenuwen werden een woud aan toortsen
en inde verte schermde nog ergens een citaat
–
uit het Hooglied, dat hartstocht beklemmend is
als het rijk van de doden
–
maar er was alleen nog maar de ander.
Je botten die nieuwe botten wilden maken,
–
op een dag werd je verliefd. Het was magisch
en fantastisch, en ik bleef achter.
Vooral die laatste regel blijft hangen. Verliefdheid heeft iets heiligs — niet voor niets wordt zij bezongen in het Hooglied — maar ook iets vluchtigs. Van het ene moment op het andere kan de aandacht verschuiven, kan de intensiteit omslaan, kan iemand achterblijven. Verliefdheid is een sneltrein van lichamelijke en emotionele sensaties: overweldigend, meeslepend, maar uiteindelijk ook tijdelijk. Juist daarom is het zo herkenbaar.
In de daaropvolgende ‘metamorfosen’ volgt de lezer de zoektocht naar ‘de ene’: de hardnekkige menselijke hoop dat ergens iemand rondloopt die precies bij ons hoort. Deckwitz weet die zoektocht met scherpe beelden en nuchtere observaties tastbaar te maken. Je leeft mee met de illusie van voorbestemming — en met de langzame ontdekking dat liefde soms ook betekent dat je moet erkennen dat iets niet kan blijven bestaan. De bundel laat zien hoe een relatie zich kan ontwikkelen tot iets waarin je jezelf langzaam kwijtraakt. Dat moment waarop je beseft dat de prijs van blijven te hoog is. Dat je jezelf niet meer herkent in wie je bent geworden. En dat je, met spijt maar ook met een vreemd soort helderheid, moet loslaten om jezelf weer terug te vinden. In de middelste ‘metamorfosen’ beschrijft Deckwitz de complexiteit van een relatie die al barsten vertoont: het besef dat het niet alleen slecht was, maar dat het toch niet genoeg is. Er is het moment van verdrinken wanneer duidelijk wordt dat het voorbij is — en de moeizame poging om toch te blijven ademen. En dan komt een onverwacht eenvoudige waarheid: de wereld draait gewoon door. In ‘metamorfose acht’ werkt Netflix nog steeds en schijnt de zon nog steeds. Als iemand weggaat, blijft hij weg. Het leven gaat verder, soms bijna onverschillig.
Wat deze bundel bijzonder maakt, is dat zij geen aanklacht is. Er wordt niet gewezen, niet beschuldigd. In plaats daarvan kijkt Deckwitz ook naar haar eigen rol in de veranderingen die plaatsvinden. Liefde wordt niet voorgesteld als een strijd tussen twee mensen, maar als een proces waarin beide veranderen. Waar de bundel begint met de duizelingwekkende intensiteit van verliefdheid, eindigt zij met iets onverwachts: het magische en fantastische van niets. Geen dramatische slotscène, geen Hollywoodzonsondergang, maar een gewoon moment op een gewone dag. Het besef dat loslaten ook een vorm van vrijheid kan zijn.
Toen ik de bundel dichtklapte, keerde ik terug naar mijn eigen nieuw gevonden rust. Met misschien iets meer begrip voor de metamorfosen die ieder mens doormaakt. De branddeken van een ander mis ik niet meer — ik ben hem zelf geworden. Voor mezelf.
____
Ellen Deckwitz (2026). Metamorfosen – Poëziegeschenk. PoëzieCentrum, 28 blz. ISBN 9789056554125




