LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Kijken, visualisatie in de poëzie

26 apr 2026

door Pieter Sierdsma

 

Het beeld in de poëzie is een belangrijk element. Het maakt een gedachte pregnant. Beeld kan herkennen en verrassen. Romain John van de Maele sneed in zijn column van 3 januari dit onderwerp aan. Over het verband van beeld en gedachte, of existentie, kan veel worden gezegd. Wat in het leven voorbijgaat wordt vastgehouden in een beeld. Het zijn is niet zichtbaar, maar de herkenning ervan draag je in je. Romain verschafte hiervoor een citaat van de Franse schilder Paul Cézanne (1839-1906): La nature est à l’interieur. In de Nederlandstalige poëzie is het beeld al nadrukkelijk aanwezig bij dichters uit het begin van de twintigste eeuw, zoals Gorter, Slauerhoff en Marsman. Ook in de moderne tijd is kijken voor dichters van elementair belang in hun werk.

De Vlaamse dichter Roland Jooris (1936) kijkt analytisch naar een landschap, dat ons omringt en is ingericht voor gebruik. De titel van de bundel Een consumptief landschap (1969) is daarom een heel treffende. Zijn grote voorkeur voor beeldende kunst, die de omgeving reduceert tot tekens, door schilders als Roger Raveel en Raoul de Keyser, sluit hier impliciet op aan. Hij was lange tijd directeur van het Roger Raveel museum. Het gedicht Wegnemen, schrijven is wegnemen vertolkt die analyse, de opvatting dat minder meer is.

Wegnemen,
schrijven is
wegnemen,

waardoor
ik enkel nog
een baksteenrode
bloempot
op het raamkozijn
laat staan
en valavond
als met een potlood
een hoek
van de kamer
zie vullen

 

Herman ter Balkt (1938-2015) geeft veel meer aan het landschap, en wat zich daarin afspeelt, een visionaire lading, zoals het gedicht De vuilnistrein. Het oude stommelende treintje met schuddende wagons bevat de extremiteiten van het leven, het afval, in een fantastische opstapeling, een woekerende tegenwereld, die verrast. Hier het begin van een sterk gedicht, waarbij de schrijver zich duidelijk in zijn element voelde.

De vuilnistrein

Hij was mooi en stoffig als een refrein
en kwam twee keer per dag langs de tuin
Ontroerend als een moede hond, te veel slaag,
dook zijn grijze tronie op bij de stokroos
Verspreide kadaverlucht opstijgend uit de botten
bloedig bolstaand als ontsnapte dalende zonnen
Een trein was dat donker als de nacht en wat hij
loosde had de sterke geur van geheimen: je sloop
je huis in met een boek vol martelingen, blokken
uit dozen gevallen verbleekt door lang liggen.
Met mutsen op van bossen stof en van zessen
klaar/wakker als de dobbelsteen in de beker
tikte hij over het roestige smalspoor, geweten
tillend zwaar van verdriet; als kleinduimpje
op weg naar kwaadaardige venen, stond bol
van vuil en een dikke machinist fluitend, Hermes!
in t blauw. Hij was een kinderrover die trein
Vliegen hadden hem lief, dienden hem als discipel

 

Heel anders is de wereld bij Hans Andreus (1926-1977). Zijn blik gaat langs de dingen van de dag. Ze vormen een complete reeks. Ontrukt aan de sleur worden ze muziek, zelfs een lichte roes. Een ervaring die iedereen kan delen in herkenning, zoals bij Liggen in de zon, een gedicht dat veel mensen kennen. Andreus wekt het gevoel van buiten jezelf treden en toch blijven op door de woorden op een muzikale cadens te zetten, warm en bezeten, zoals hij zelf zei.

Liggen in de zon

ik hoor het zonlicht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt.

ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

 

Een dichter die zich bij uitstek op het kijken heeft gericht was Leo Herberghs (1924-2019). De titel van een vroege bundel Lessen in landschap(1968) is veelzeggend. We ontlenen de kennis van ons bestaan door het kijken naar de natuur. In tegenstelling tot Roland Jooris legt Herberghs niet de meetlat langs wat je ziet, maar vindt een intuïtieve integratie, een metafysisch verband. In zijn mooie reeks kwatrijnen, Avond, Middag, Avond en Nacht heeft hij het leven teruggebracht tot de tijd, die zich indrukwekkend openbaart in zeeschappen en in de elementen. Het kijken is gelijk aan de existentie.

hoe onheilspellend ligt dit zware lichaam
van water onder zijn ochtendgewaden
die, door waaiende wind meegenomen
omhoog fladderen tussen de nevels

terug deins ik voor dit aanstromend gevaar
zoals ik terugschrik voor een bange waan
want die daar vanuit de diepte komen
willen mij de diepte inslepen

hoor hen roepen: durf de overtocht wagen
leven is het hoofd boven golven dragen
en zijn hart, als een zeil opgestoken
door stormwinden laten bespelen

 

 

 

Bronnen:

Romain John van de Maele, Dichterlijk omgaan met de (on)zichtbare werkelijkheid, Meander poëzie, 3 januari, 2026
Hugo Brems. Schrijven is wegnemen, Ons Erfdeel, 1978, p 67 (DBNL)
Herman ter Balkt, In de waterwingebieden, De Bezige Bij, Amsterdam, 2003, p. 85
Hans Andreus, Muziek voor kijkdieren, Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem, De Windroos, p16
Leo Herberghs, Ochtend, Plantage, Gerards & Schreurs, Leiden, 1990, p.14

Afbeeldingen:

Herman ter Balkt, foto © Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren
Leo Herberghs, foto © Dichter in beeld, 2006

     Andere berichten

Lezen in de oorspronkelijke taal.

door Hans Franse   In de februarimaand van 1882 kwam in Dublin James Joyce ter wereld. Ik heb over deze schrijver niets gehoord op de...

Parlando!

door Rogier de Jong   Parlando? Wat is dat? Een nieuw bedachte taal, de opvolger van Esperanto? Nou nee. Zoals elke kunstvorm...