LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Saskia De Vriese

28 mei 2026

‘Authenticiteit blijft voor mij het belangrijkste.’

door Alja Spaan

 

Saskia De Vriese is begeleidster van personen met een (vermoeden van een) beperking en hun netwerk. Daarnaast is ze poëzieliefhebster en schrijft ze zelf ook regelmatig poëzie. Haar dichtbundel Vulpasta verscheen in november en is te verkrijgen via uitgeverij De Zeef en de betere boekhandels.
In 2023 won zij met het gedicht Jouw muren vormden maar een huis de Poëzieprijs Boontje in Dendermonde. In 2024 kreeg haar gedicht Antarctica ook daar een eervolle vermelding.
Gedichten van haar verschenen o.a. in Het Gezeefde Gedicht en in de Bloemlezing Uit de Zeef. Ze haalde de gelegenheidsbundels van verschillende wedstrijden zoals Poemtata en Hillegom (Nederland). Ook in Dichtregels tegen Eenzaamheid en Dichtregels voor Onzichtbare Ziekten van Woordentij verschenen haar gedichten. Het gedicht Bewaarder was het uitverkoren gedicht van Woordentij in juli 2025.

foto © Hilde De Paepe van Books and Bites. Passie voor de Poëzie en Zinspiratie.

 

Gefeliciteerd met je debuutbundel. Is je leven veranderd na je debuut?
Dank je! Ik ben er zelf heel blij om.
Heeft het mijn leven veranderd? Niet fundamenteel. Poëzie lezen en schrijven maakte al lang deel uit van mijn leven. De bundel heeft dat niet veranderd, maar wel bevestigd. De erkenning die daarmee gepaard gaat, is heel fijn, al is ze niet noodzakelijk om te blijven schrijven.

Genomineerd voor De Zeef Poëzieprijs 2025, in het bezit van de Poëzieprijs Boontje 2023, hoe belangrijk zijn poëziewedstrijden?
Voor mij zijn poëziewedstrijden wel belangrijk: niet omdat ik ze wil winnen, maar omdat ze een concrete aanleiding om te schrijven geven en ze dagen me uit om bijvoorbeeld binnen een bepaald thema of kader te werken. Dat zorgt ervoor dat ik bewuster en gerichter met poëzie bezig ben.

Op de website van de Zeef viel me voor het eerst het zinnetje ‘We zullen alleen samenwerken met dichters die feedback aanvaarden.’ op. Hoe lastig of fijn is het feedback te krijgen? Heb je sowieso proeflezers, een eerste lezer?
Ik sta erg open voor feedback en waardeer die ook echt.
Ik laat mijn ‘eerste versies’ of al meer afgewerkte gedichten regelmatig lezen door mensen die dicht bij me staan, bv. mijn moeder of een vriendin. Ze geven me een eerste richting, maar ik ben er me bewust van dat die niet steeds objectief is.
Ik post ook soms iets op sociale media en ben steeds benieuwd naar de reacties, hoe die ook mogen zijn. Ze helpen me te zien hoe mijn teksten bij anderen binnenkomen.
De reacties laten mij dus op een andere manier naar mijn eigen werk kijken. Ze doen me herwerken en bijschaven.
Ik volgde ook heel graag de lessen ‘De Dichters’ van Roel Richelieu Van Londersele via Wisper en ook de jaarlijkse feedbackdagen door hem georganiseerd.
Daar heb ik zo ontzettend veel geleerd (van zowel de ‘Meester’ als van de andere cursisten).
Feedback vind ik dus heel leerzaam en zinvol. Dat maakt het voor mij zo waardevol.

Wat is het eerste gedicht waarbij je dacht ‘dat wil ik ook’? Heb je dichters als voorbeeld?
Mijn allereerste en grootste voorbeeld is en blijft Herman de Coninck. Zijn poëzie leerde ik tijdens mijn tienerjaren kennen.
Welk gedicht me precies aanstak, is moeilijk te benoemen: de hele verzamelbundel Onbegonnen werk vond ik geweldig en kende ik zo goed als uit het hoofd. Zoveel moois.
Het gedicht Liefde vind ik een van zijn ‘pareltjes’.

Liefde is niet het einde. Is geen eten en drinken.
Is geen dak boven het hoofd tegen de regen,
geen reddingsboei voor wie verdrinken.

Liefde is nergens voor en nergens tegen.
Liefde biedt geen uitkomst tegen de dood.
Vult geen lege longen met lucht. Verricht geen wonder,
tenzij dat je elke dag al een beetje sterft in mijn schoot.
Je hebt er niets aan, maar je kunt niet zonder.

Het kan best zijn dat ik in toekomende tijd,
verslagen van pijn en kreunend om respijt,
gesard door armoe en moe van het huilen
jouw liefde voor rust zou verruilen,
of de herinnering aan vannacht voor een kleiner verdriet.

Het kan best zijn,
maar ik geloof het niet.

De verzamelbundel InVers – Poëzie moet uit haar boeken treden (samengesteld door Ivo van Strijtem, Koen Stassijns en Erik Heyman) was in onze secundaire school verplichte literatuur destijds, en daar was ik zo dankbaar voor.
Ik leerde zoveel andere dichters kennen en bezocht de plaatselijke bibliotheek om er bundels te lenen, zoals van Hans Andreus, Hans Lodeizen, Miriam Van hee, Rutger Kopland, Judith Herzberg, en ga zo maar verder. Volledige bundels pende ik, bij gebrek aan computer of kopieermachine, graag over.

Een ander fenomenaal voorbeeld van onvergetelijke poëzie vind ik het volgende onderdeel van het bekende gedicht Poema 14 van Pablo Neruda:
‘… quiero hacer contigo
lo que la primavera hace
con los cerezos…’

(… ik wil met jou doen wat de lente met de kersenbomen doet…’)

Ik hou van romantiek, maar ook van staalhard realisme en van ‘anti-climaxen’ zoals bijvoorbeeld terug te vinden is in gedichten van Remco Campert, Menno Wigman en Jules Deelder. Geniale woordkunstenaars!

Wat maakt een gedicht goed?
Sterke, treffende beelden en zorgvuldig gekozen woorden, daar hou ik van! Van eenvoud in taal, zolang die raakt.
Een goed gedicht verrast, schuurt soms een beetje en eindigt meestal met een vers dat blijft nazinderen.

BALLONNEN

ik zou ver voor je gaan
naar de zaak aan de andere kant van de stad
de winkel met de ramen in afgebladderde groene verf
en met de mooiste voordeur

de gekochte ballonnen zou ik voor jou vullen
met lachgas
ze aan je schouders vastknopen

de scherpe tanden van je rits aanknijpen
de randen van je nagels knippen
zodat je ze niet stuk kan prikken

ik zou ver voor je gaan
ze voor je laten leeglopen
als je me daarom vroeg

‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen’, zegt de recensent op Meander. Je blijft dicht bij jezelf qua onderwerp.  Is schrijven een poging om geliefden, familieleden, tijd vast te houden?
Ik hou inderdaad vast aan herinneringen, aan mensen en aan momenten. Misschien daarom ook mijn liefde voor foto’s, muziek en schilderijen. Maar schrijven is voor mij eerder een manier of een poging tot begrijpen.
Om te kunnen begrijpen, moet ik vastleggen: een soms comfortabele illusie, dan weer een oncomfortabele realiteit. Dingen op een gepast woordenrijtje zetten om ze daarna te kunnen loslaten. In die zin is schrijven voor mij vooral een oefening in loslaten.

Wanneer wordt een gedicht te particulier?
Voor mij wordt een gedicht te particulier wanneer het volledig op zichzelf blijft staan en geen opening laat voor de lezer. Als het zo sterk verankerd is in persoonlijke details dat niemand anders er nog iets kan in herkennen of voelen.
Tegelijk hoeft poëzie zeker niet alles uit te leggen. Het mag suggestief zijn. Het gaat voor mij om het evenwicht: iets heel persoonlijks dat toch een snaar raakt die voor anderen herkenbaar is.

 

DIE DAG

de dag nadat ik net niet stierf
liet ik een foto van me maken
jij stond achter de lens
met je vingers om het toestel
zoals je mijn polsen vasthield
toen alles nog kantelde

je zei: blijf gewoon zitten, ik wil je zien
en ik bleef omdat jij het vroeg
zonder te eisen

mijn haar hing in strengen
mijn ogen dropen nog van waar ik was geweest

jij zag iets anders
wat ik nog kon worden
de flits kwam als een kus op een litteken

terwijl je naar het beeld op het scherm keek
glimlachte je en zei: je lijkt op jezelf
en ik geloofde het bijna

Bestaat er zoiets als een typisch De Vriese-gedicht, en wat is dat voor gedicht?
Nu u me hierbij even laat stilstaan, denk ik wel dat mijn werk, ondanks de variatie, enigszins herkenbaar is.
Niet zozeer door een vaste vorm, maar door een aantal terugkerende keuzes (in taal en toon): Ik gebruik vaak heldere, eenvoudige en toegankelijke taal. Ik tracht beelden te gebruiken die concreet en precies zijn, zonder overdaad. Ik besteed ook de nodige aandacht aan het einde: Het slotvers probeer ik sterk te maken, zodat bij de lezer een kleine verschuiving veroorzaakt kan worden.
Daarnaast zit er meen ik regelmatig een subtiele vorm van humor in mijn gedichten, soms licht ironisch of met een vleugje sarcasme. Niet om te relativeren of te minimaliseren, maar om een andere blik mogelijk te maken, om iets open te breken of draaglijker te maken.
Ik hou van de combinatie van zachtheid en scherpte, van eenvoud en gelaagdheid, waarbij het persoonlijke telkens wordt opengetrokken naar iets wat voor anderen voelbaar wordt.
Dat is alleszins vaak mijn bedoeling.
Ik merk bij mezelf dat ik iemand ben die zich niet zomaar neerlegt bij hardheid of tegenslagen. In mijn schrijven probeer ik moeilijke of ‘lelijke’ dingen als het ware te verzachten of om te buigen. Ik denk dat menig mens mijn hoofd vaak ‘in de wolken’ waant. Maar ik ben van mening dat mijn voeten stevig op de (soms koude) grond staan. Realistisch en (zo) zacht (mogelijk).

Op de site van Denderleeuw geef je de lezer tips als ‘neem de tijd om te vertragen’. Maak je je zorgen over onze haast, de ontlezing, het gericht zijn op onszelf?
Ik geloof niet dat taal en boeken ooit zullen verdwijnen. Ze nemen alleen soms andere vormen aan. Denk aan slam poetry, muurschilderingen of korte teksten die circuleren.
Wat me meer bezighoudt, is de snelheid waarmee we leven. Dat maakt het soms moeilijker om echt stil te staan bij zaken, bij dingen die we lezen, om dieper te gaan. Maar ik hoop dat die aandacht nooit helemaal verloren gaat.

Heeft een dichter een maatschappelijke verantwoording?
Het klinkt zeer groots, maar in zekere zin wel.
Taal heeft impact, en wat je schrijft kan iets in beweging zetten bij anderen. Tegelijk geloof ik niet dat een dichter persé boodschappen moet overdragen of rollen moet vervullen.
Authenticiteit blijft voor mij het belangrijkste. Vanuit oprechtheid kan poëzie vanzelf raken, verbinden of aanzetten tot denken en eventueel  een enkeling andere perspectieven bieden, en misschien ligt daar haar maatschappelijke kracht.

Op diezelfde site zeg je ook ‘Het zijn vooral de ‘zachte’ daden die onze gemeenschap sterker maken.’ Wat vind je van de literaire wereld?
Ik ben van nature vrij positief en optimistisch, en misschien maakt dat dat ik veel zachtheid ervaar.
Wanneer een passie wordt gedeeld, ontstaan er vaak warme ontmoetingen, gesprekken die kunnen blijven doorgaan en momenten waarop je van elkaar leert. Dat soort verbondenheid voelt voor mij als een zachte kracht binnen de vaak koude en harde wereld.

 

GEBROKEN WIT

wanneer ze dromen
veranderen octopussen van kleur
ik blijf altijd in hetzelfde wit
jij eveneens
als je me ’s nachts bezoekt
al je armen om me heen drapeert
de uren in losse plooien rond ons neerlegt

laatst sliep ik bijna een dag en een nacht aan één stuk door
ik zag toen jouw grafzerk verpletterend hard barsten
mooier in het midden kon het niet

ik weet nog dat ik slapend dacht
hadden we jou maar met de wind meegegeven
dan zochten we je nu vast niet
voelden we niet de drang om je te moeten lijmen

toen ik mijn ogen opende
was het behang verbleekt
de gordijnen onverbeterlijk gescheurd

Had je ook een andere creatieve vorm kunnen kiezen?
Niet echt. Mijn liefde voor poëzie en taal in het algemeen, voelt namelijk niet als een keuze, maar als iets dat er altijd al was. Het is voor mij een vanzelfsprekende manier geworden om met de wereld om te gaan.
Schrijven, de Taal, is tegelijk een gewoonte én een houvast en vooral iets waar ik oprecht van geniet. Tot nu toe heeft ze me nog niet ontgoocheld.

 

     Andere berichten

Interview Lotte Dodion

Interview Lotte Dodion

'Voor mij is poëzie idealiter een combinatie van hoofd, hart en buik' door Monique Wilmer-Leegwater   Lotte Dodion (1987) is dichter,...

Interview Kris De Lameillieure

‘Ik heb geleerd tijdig de spade neer te leggen voor potlood en een stukje papier’ door Cora de Vos   Kris De Lameillieure (Torhout,...

Interview Petra Talsma

Opletten, er komt een liedje langs. door Alja Spaan   Petra Talsma, Epe (GLD) 1954, studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten,...