LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Boris Wanders / Judith Lechner

23 jun 2026

In mei 2025 verbleef Boris Wanders met fotograaf Judith Lechner in Landes. Een groen gebied aan de Golf van Biskaje, dat ze niet kenden. Ze woonden er een maand om samen te werken aan een experiment. Zij probeerden de genius loci van het gebied te vangen, in tekst en beeld. Het werd een zoektocht in de romantische traditie – maar dan eigentijds. Resultaat is Niets hoeft, waaruit hier gedichten en foto’s worden gepubliceerd.

Boris Wanders en Judith Lechner werken sinds 2019 samen, als Studio 174
In 2025 publiceerden ze On/t/schuld. De gelijknamige expositie is nog te zien in het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen.
Op dit moment zitten ze in de afrondende fase van Nu ik mij zie, een publicatie over mensen met long covid. Het boek verschijnt in september 2026

 

 

Niets hoeft




1

Na veertienhonderd kilometer naderen we het dorp
over korzelig asfalt door een groene zee
van varens brem en dennen

plaspauze wanneer ik de tijd neem
zie ik barsten in de rode bast

een zeeden houdt de rug recht
een stugge arbeider die elke dag hetzelfde werk doet

dennen staan in rijen met de armen over elkaar
ze zeggen hier maken we hout vreemdeling
ga toch weg met je zoektocht naar zielsverwantschap




2

De zee deint van ver en ademt zout
met blote voeten in het zand wacht ik op een gebaar
om mee te gaan in het geraas van de branding

van alle tijden mogen golven door me heen rollen
ik laat gaan en blijf achter
met drijfhout wier schelpen

volg ik de ren van een strandloper
haalt ruisen me in
wappert om het hoofd

ijlt verder
ik ben alweer vergeten



3

Terwijl ik denk over wonen aan de overkant
in eenvoud met rode luiken
loopt een zwart paard op me af
of het iets wil zeggen

bij het schrikdraad komt het dier dichtbij
met lippen snorharen en een groot neusgat

ik reik een hand om aan te ruiken
we rekken het moment niets hoeft

een bruin oog mag glanzen
een schaduw lichter worden dan een wolk




4

Voorbij het einde van het pad staat het huis
omringd door bloeiend gras varens en dichte dennen

bij het ontbijt vraagt de wilde tuin
wat ik op deze afgelegen plek zoek

intussen bewonder ik oude eiken om hun macht
ze nodigen uit om geduld te bewaren

in de nacht waken ze over mijn slaap
door aardedonker bewegen gedrongen schimmen

wilde zwijnen met honger naar wormen en wortels
wroeten de geest los uit de grond

     Andere berichten

Noah Put

Noah Put (2005°) is Algerijns-Belgisch. Hij is opinieredacteur bij Veto en studeert Filosofie. In 2026 behaalde hij de tweede plaats in de...

Marijke Hanegraaf

Marijke Hanegraaf (Tilburg, 1946) schrijft over het verlangen jezelf te blijven in een veelheid van indrukken. Observaties via oog en oor...

Manu Gabriels

Manu Gabriels

  'Mijn naam is Manu Gabriels (1982) en ik woon in Brasschaat (België). Ik heb jaren als postbode en chauffeur gewerkt bij bpost,...