LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Het commentaar op Walt Whitman

19 jun 2026

Hij dichtte niet over Amerika, maar hij dichtte Amerika

door Hans Franse



De poëzie van Walt Whitman (1819-1892) las ik voor het eerst toen ik in Grade XII van de Riverview Rural High School in Coxheath de lessen in Engelse literatuur volgde. Hoewel er aarzeling was over zijn zijn openlijke pogingen de lichamelijke liefde te bezingen werd hij toch buitengewoon geprezen om zijn profetische taal. Dat ik die lessen in Canada volgde, droeg er toe bij dat ik niet de essentie van zijn poëzie te horen kreeg: Walt Whitman dichtte niet over Amerika, maar dichtte Amerika, creëerde een ‘democratische taal’ en keerde zich daarbij, al of niet bewust tegen de dichters uit New England, die de taal en vormen van het establishment, dus de voormalige kolonisator, overnamen. Tevens presenteerde hij tweeheid: man, vrouw; vader, moeder.

Bij de boekenkraampjes, toenmaals op de Grote Markt in Den Haag, nu één groot Horeca-emplacement achter het beeld van Haagse Harrie, kocht ik voor een paar centen later een vertaling van werk van Whitman Grashalmen (Leaves of Grass) door Maurits Wasgenvoort uit 1917 die ik knap vond, maar mij niet raakte.

The complete poems of Walt Whitman, een boek, uitgegeven in 1995 verraste mij volledig: bijna 500 bladzijden met zijn poëzie, zijn gedichten over het land, het volk, zijn liefdes, over Lincoln en de eerste versie van ‘The song of myself’ uit 1855, wat door velen als zijn belangrijkste gedicht wordt beschouwd, terwijl ook de gedichten uit zijn laatste – enerzijds tragische anderzijds triomfantelijke jaren toen zijn werk vooral in het buitenland erkend was – een verinnerlijking weergeven. En zijn biografie is groots. Philip Callow schreef: Walt Whitman. From Noon To Starry Night uitgegeven in 1992.

Er was behoefte aan een eigen Amerikaanse stem. Ralph Waldo Emerson (1803-1885) formuleerde in 1844: ’We have yet had no genius with tyrannous eye, which knew the value of our incomparable materials (…) Our logrolling, our stumps and their politics, our fisheries, our negroes and Indians, our boasts and our repudations, the wrath of rogues and the pusillanimity of honest man, Oregon and Texas are yet unsung (…) Bare lists of words are found suggestive to an imaginatif and excited mind (…) Milton is too literary (…) and Homer is too literal andand historical (…) I look in vain for the poet I describe (…). ’Hij moest tot 1855 wachten tot hij kon uitroepen, na het verschijnen van The Leaves of Grass: ‘An american bard at last’.

Hij was niet de enige die over nieuwe literatuur nadenkt. De Franse politicus en grondlegger van het moderne liberalisme, Alexis de Tocqueville, maakte in 1831 een reis van 9 maanden door de jonge Verenigde Staten.In zijn in 1835 verschenen hoofdwerk De la démocratie en Amérique stelt hij dat literatuur in een democratie ongepolijst zal zijn: ‘Met meer vernuft dan eruditie, meer snel en globaal dan gedetailleerd. Meer verbeelding dan verdieping..Het onderwerp van de schrijvers zal eerder verbazen dan behagen. En eerder emoties doen oplaaien dan de smaak behagen.’ Het lijkt alsof hij een profetische verbeelding van de ontvangst van The Leaves of Grass van Whitman in 1855 geeft.

Walter Whitman werd geboren in West-Hills op Long Island, door de Indiaanse bevolking ‘visvormig eiland’ genoemd, Paumanok genaamd in hun taal. Zo begint het openingsgedicht: ‘Starting from fish-shape Paumanok, where I was / born, / Well-begotten, and rais’d by a perfect mother; / After roaming many lands—lover of populous pave- /  ments; / Dweller in Mannahatta, my city— (…)’. Die moeder, waar hij tot op het laatst erg mee verbonden was, was een quaker afkomstig van een Nederlandse familie. Whitman was daar trots op. Het gezin verhuisde naar Brooklyn, waar hij leerling- drukker werd. Hij heeft er zijn hele leven op gestaan zijn eigen werk te zetten. Hij wordt leerling-leraar, maar keert terug naar het drukkersvak en wordt journalist, waarbij hij opvalt door zijn opiniestukken en waarin hij soms openlijk partij kiest voor presidentskandidaten. Hij doet mee aan de campagne van presidentskandidaat van Van Buuren. In New York geeft hij het eerste New Yorkse dagblad uit, Aurora, waarna vele andere periodieken, vooral in Brooklyn, volgen. Hij trekt met de pont heen en weer, pratend met dekknechten, matrozen, vaak gekleed in schamele werkkleren zoals de immigranten die droegen. Hij praat ook veel met die vaak zeer arme werkers die slecht gehuisvest New York doen groeien.

Gedurende zijn journalistieke periode in New York en Brooklyn wordt hij een groot operabezoeker, waarbij hij vooral de lyrische, de direct in het hart treffende aria’s indrinkt, later wijst hij op de muzikaliteit van zijn taal. Hij schrijft veel. Of hij de opmerking van Emerson gelezen heeft, is niet bekend, maar het bruist in hem: ’I was simmering, simmering, simmering – Emerson brought me to a boil’. Hij schrijft zijn hier en daar gepubliceerde eerste gedichtprobeersels, waarbij hij naar een ‘democratische taal’ streeft.

Ik heb over die democratische taal nagedacht. Hij ving de taal op van het volk en verzamelde die, zoals hij ook de Indiaanse woorden verzamelde. Hij bouwde dus in feite op van onder naar boven en wees de taal van het establishment af. Zijn eindeloze gesprekken, de reacties op zijn ‘editorials’ vormen voer voor die nieuwe taal. Dan publiceert hij in 1855 in eigen beheer, maar anoniem, zijn werk The Leaves of Grass waarin het door critici als belangrijkste gedicht uit zijn oeuvre is opgenomen ‘Song of myself’, die titel verschijnt pas in de derde druk. Hij zond aan twee idolen zijn bundels: John Whittier, quaker en ‘abolitionist’ (anti slavernij activist) en Emerson. Whittier keek de bundel in, las wat en wierp deze vervolgens in de open haard. Emerson daarentegen schreef: ‘I give you joy for your free and brave thoughts. I find the courage of treatment that so delights us, and which large deception only can inspire. I greet you at the beginning of a great career’.

Het zijn nu juist die ‘brave thoughts’ over universele lichamelijke liefde die de ontvangst van het werk zo controversieel maken. Zoals hij het over mannelijke lijven heeft, zonder dat het woord ‘homoseksueel’ te benoemen omdat het nog niet bestond. Er werd vaak gevraagd en geëist dat hij zijn gedichten censureert, wat hij niet doet. Hij brengt een nieuwe editie uit, waarin hij ongevraagd de brief van Emmerson opneemt en zijn naam als dichter bekend maakt. Er is een blijvende tweespalt over zijn liefdesvisie, zeker als de derde druk in Boston wordt gepubliceerd met 146 nieuwe gedichten.

Tijdens de wrede burgeroorlog wordt hij een groot bewonderaar van Lincoln. Hij kan zijn ideeën over de brede menselijke liefde vorm geven door dag in dag uit zich bezig te houden met de gewonden die in erbarmelijke situatie verzorgd worden. Hij is dan in Washington. Hij bouwt liefdesrelaties op met gewonden, voor wie hij alles doet. Zijn ouwelijk voorkomen, zijn witte haar en zijn lange baard maken hem tot een soort profetische figuur, bijna een Messias. Het lijden van de soldaten vreet hem op. Hij lijdt eronder. Zijn werk verandert, kortere gedichten, innig gevoeld, maar in de nieuwe taal: hij bundelt ze in Drum -Taps.Een fragment:

Look down fair moon

Look down fair moon and bathe this scene,
Pour softly down night’s nimbus floots on faces ghastly, swollen, purple,
On the deads on their backs with arms toss’d white
Pour down your insinted nimbus sacred moon.

Terwijl zijn bekendheid en waardering stijgt, werkt hij na de oorlog in overheidsdienst, onder andere bij het Bureau of Indian Affairs. Toch wordt hij na een aantal jaren ontslagen bij de overheid: zijn werk wordt als ‘indecent’ gezien. En terwijl het aanzien in het buitenland stijgt, zo zelfs dat dichters als Tennyson hem bewondert en William-Michael Rosetti in Engeland (de broer van Dante Gabriel van de Pre-Raphaelites) een bloemlezing uitgeeft die leidt tot merkwaardige reacties. Een Engelse dichteres vraagt hem min of meer ten huwelijk, Anne Gilchrist, die zelfs naar zijn eerste eigen huis in Camden reist zonder dat hij het wil. Ook Bram Stoker, de auteur van Dracula, wil bij hem zijn. Intussen gaat hij verhoudingen aan met jonge mensen, waaronder de 18 jaar oude spoorwegarbeider Peter Doyle. Als president Lincoln vermoord wordt, zijn grote held, schrijft hij een van zijn allermooiste gedichten. Een fragment uit ‘O captain! My captain’:

When lilacs last in the dooryard bloom’d
And the great star early droop in the western sky in the night.
Imourn’d, and yet and yet shall moum with ever-returning spring

Ever returning spring, trinity sure to me you bring
Lilac blooming perennial and drooping star in the west,
And thought of him I loved (…)

Hij krijgt twee beroertes, zijn gesprekken worden inhoudelijk zwakker. Wel geniet hij nog van het bezoek van Oscar Wilde. Op zijn 70ste verjaardag wordt hem een diner aangeboden. Hij lijkt geaccepteerd te zijn, en ook een beetje ruimte om te leven door een fonds. In 1890 ontkent hij in een briefwisseling met een Engelse criticus zijn homofilie. Hij zegt zes kinderen te hebben en één kleinkind: ze zijn nooit gevonden. In 1891 publiceert hij nog een verzameling van proza en poëzie onder de titel Good bye, my fancy, een titel die mij onweerstaanbaar aan een detective, hoe Amerikaans,van Raymond Chandler doet denken. Hij neemt daar als invalide afscheid van zijn ‘tweeheid’ zijn ‘wij’ en discussieert met zijn ‘fancy’.

Kort voor zijn dood spreekt hij nog met de filosoof Edward Carpenter, die hem veel bezocht en observeerde: De grashalmen blijven een geheim: ‘What lies behind Leaves of Grass is something that few, very few, only one here or there, perhaps oftenest women are at all in a position to seize. It lies behind almost every line, but concealed, studiedly concealed, some passages purposely obscure. There is something in my nature furtive like an old hen! (…) I think there are truths which is necessary to envelop or wrap up.

Walter Whitman stierf in de avond van zaterdag 26 maart 1892. Buiten viel een zachte, malse regen. Horace Traubel, zijn secretaris, hield zijn rechterhand vast. De laatste zin van zijn biografie:’ The long drought was over.’

Critici geven aan dat zijn belangrijkste gedicht ‘The song of myself’ is. Dit soort poëzie was ongebruikelijk. Hij begon er zijn eerste anonieme bundel mee. Hierin dicht hij Amerika, zegt men: men conditioneert de ruimte om zichzelf als sterk individu dat alle kansen krijgt. Het is een lang gedicht, het verdient om eens een aparte behandeling te krijgen. Maar dat laat ik aan een anglicist over.

Maurits Wagenvoort, vriend van Couperus trok in 1892 door de Verenigde Staten en vond de bundel The Leaves of Grass; het is zijn kostbaarste herinnering. Alles wat hem overdonderd had, de weidsheid, de bossen, de positieve smeltkroes, de natuur, de Indianen, vindt hij in dit boek: ‘Deze poëmen, docht mij, geven een kort begrip van wat ik met bewondering en eerbied, soms met verbijstering heb gezien; zij zijn een verkleind beeld der geweldige republiek, het leven van Amerika verpuurd door liefde en denken van een universeel dichter. (…) het Universum aanschouwd door een Amerikaan, wien de Menschheid eens een plaats zal aanwijzen te midden der groot-edelsten van allen tijd.‘

 

Hij besteed anderhalf jaar aan de vertaling van een deel van de tekst. Niet alle gedichten bezielen hem, er zijn veel herhalingen’. Hij verwacht niet veel roem of resultaat van zijn vertaling: ‘Mijn loon was mijn arbeid zelf’. Hij schrijft in zijn inleiding dat hij niet verwachtte dat zijn vertaling pas na vijf jaar gepubliceerd werd. Ook hij zou het werk hebben moeten zuiveren van ongerechtigheden en het ‘fatsoenlijk maken’. Dat deed hij niet: zijn eerbied voor het werk was te groot. Bovendien schonk het werk hem ‘levenswinst’. Hij stelt dat hij het werk van een oerdichter onder handen had, die noch rijm, noch maat kende. ‘Zijn poëmen zijn geen gedichten, maar visioenen, uitspraken, (…) poëzie als erts,  zoals gevonden in de Ilias, het Nibelungenlied (…)’.

Wat ik merkwaardig vind is dat hij van zijn vertaling zegt dat hij het op sommige punten beter vindt dan het oorspronkelijke. Hij ondertekent; Sevilla, ocotber 98, ‘s Hage-’ 17. Het keurige Nederlands van Wagenvoort geeft de tekst weer, maar niet de alles overweldigende taalkundige verbijstering, dat profetische, dat Hoogliedachtige. De vorm is er, de woorden zijn er, maar de geest? Het is een knap werk en interessant te vergelijken met de oertekst. Misschien doe ik het nog wel eens.

Bronnen
Callow, Philip – Walt Whitman, From noon to starry night (biografie)
Rodman, Selman – 100 American poems
Stephen Matterson  – The complete Walt Whitman
Wagenvoort, Maurits  – Grashalmen (met portret van den dichter)

.

     Andere berichten

Het commentaar van Tom Veys

Het commentaar van Tom Veys

Schaken als uitgangspunt voor poëzie door Tom Veys - - Het woord ‘schaken’ kan veel betekenissen dragen, afhankelijk van de context en de...