door Wim van Til
Vandaag het vierde deel van een nieuwe serie van Wim van Til, Herman Cornel, Escapade 1942
Eén van de vele kleine werkjes in de collectie van het Poëziecentrum Nederland is het bundeltje Escapade 1942 van Herman Cornel. Het telt inclusief omslag 12 bladzijden waarvan er zeven gebruikt werden om vijf gedichten te drukken: Romance, Regen, Meknès, à Dieu en De Raad der Ouden sterft.
Als je googelt op de naam Herman Cornel vind je o.a. dat dat het pseudoniem is van Herman Jorissen. Daarop zoekend levert dat weinig aanknopingspunten op. De meest prominente die in aanmerking komt, is Herman Cornelis Jorissen (Dordrecht, 19 maart 1874 – Dubbeldam, 19 augustus 1959). De verdere zoektocht levert echter weinig op.
In het exemplaar in het PcN heeft Herman Jorissen dit geschreven:
‘nr. 12
van vijftig exemplaren
Herman Jorissen
aan
Bas Vreede.
14 Juli 1943’
Hierdoor kon ik een andere Herman Jorissen afschrijven; die stierf namelijk in 1942 in Nederlands Indië. Wie Bas Vreede in dit verband is, weet ik niet; ik vind ook geen aanwijzingen. Ik staak verder onderzoek en keer terug naar het kleinood, nummer 12/50. De vijftig exemplaren zijn in ‘London privatly printed’.
Het zijn geen opgewekte gedichten, deze vijf. Er is sprake van een lief dat waarschijnlijk gestorven is, de dichter in grote droefenis achterlatend, wat ik lees in het gedicht à Dieu:
Oh, schoot
die vele malen droeg;
en borst
die van zoo vele moede,
bloei in deez’ droom;
verlaat de schroom,
die lang behoedend
je traag ontbladerde.
(…)
’t Vertrouwen is vergaan;
’t carillon van de dag
zingt over de straten;
waar heb ik haar verlaten
die ’t haar als de bloemen droeg.
En jagend over de vlakte
zingt nu de wind
en door de wolken
breekt de zon
als vlinderjagend kind.
Het gras breekt los
met duizendvoude stemmen,
de eenden vluchten waar het riet,
oplicht uit het diepste zwart
als de vele schachten
uit Absalom’s hart.
Onder het laatste gedicht (De Raad van Ouden sterft) staat de datum: December 1942. Daarmee lijken de gedichten een periode af te sluiten waarin de dichter zich beraadt op zijn nieuwe situatie, de liefde afwegend die hij verloren is. Dat uitzicht is ook niet zo veelbelovend en vrolijk:
Regen
Er is geen lied
meer in my,
dan ’t snel ontvluchtend bouwsel
van ver verschiet.
In ’t klaarder worden
ligt geen vreugde;
in ’t duister worden
geen verdriet;
in ’t gloeien van de vage
lampen zweeft een gezicht.
Er is in ’t ruiven van de regen
een angst van takken,
die ’t glanzend land
doen krimpen
in zware zakken
van wolken, die windeloos verwyden
tot ’t scheuren van de wand.
Ik word nieuwsgierig naar deze dichter, heeft hij meer geschreven, meer gepubliceerd wellicht onder een ander pseudoniem. Of heeft hem de muze alleen in dit verdriet bezocht en hem die vijf verzen geschonken die hij in dit boekje heeft vereeuwigd? Op Boekwinkeltjes.nl wordt de bundel één keer aangeboden; het gaat daar om nummer 13. Zouden er nog meer nummers zwerven?
Misschien vind ik nog eens een bevredigend antwoord op mijn vragen; tot die tijd bewaar ik ook deze parel.
beeldmateriaal © Wim van Til
deel 5 verschijnt op 28 juli
–


