LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Het commentaar op het Kunstenfestival Watou 2026

23 sep 2026

‘Poëzie resoneert met de ziel van het dorp’

door Tom Veys




Watou is een charmant Belgisch dorp dat aan Frankrijk grenst, het heeft door zijn bijzondere ligging een streepje voor in de poëzie, vermoed ik. Jarenlang was Gwy Mandelinck de initiatiefnemer van verschillende poëziezomers, al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Het dorp dat vaak woord en beeld met elkaar verbindt, heeft dus een lange geschiedenis. Editie 2026 was alvast een sterke opvolger.

Onder de noemer ‘Gemene Wegen’ ging het kunstenfestival, samen met meer dan 60 kunstenaars en 25 dichters, waaronder ook een AI-dichter, op zoek naar wat we delen en onder welke voorwaarden dat kan werken. Van 15 juli tot en met 30 augustus 2026 liep in Watou het kunstenfestival. Curator Danielle van Zuijlen, die deze editie samen met kunstenaar Bart Lodewijks samenstelde op het vlak van beeldende kunst, vatte de essentie van Watou samen in enkele trefwoorden: ‘Een dorp in een uithoek, poëzie, kunst: met zijn drieën maken ze het DNA uit van deze bijzondere plek.’ Michaël Vandebril, die zelf dichter is, was de curator voor de poëzie. Zeven collectieven kregen hierbij de kans om poëzie en kunst met elkaar te verbinden. Het voorstel om rond collectieven te werken, kwam overigens nog van Koen Vanmechelen, de vorige curator.

Hierbij enkele hoogtepunten.

Zo was er het ANT Collectieve. Als een kolonie mieren drongen enkele kunstenaars Watou binnen en nestelden zich in leegstaande dorpsruimtes. Ze gingen hierbij in dialoog met enkele kunstwerken uit het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK, Gent). Vincent Van Meenen schreef voor dit project een vierdelig gedicht, waarvan enkel het gedeelte in het lettertype Wingdings geïntegreerd was in het festivalparcours. Voor alle duidelijkheid: Wingdings zet letters om in symbolen, pictogrammen. Op de ene locatie waren er soms ook meer gedichten te lezen dan op de andere locatie.

Opvallend is dat experiment en beleving een plaats kregen in het parcours. In het bewegingsarchief Motus Mori verzamelde choreograaf Katja Heitmann menselijke bewegingen. Alledaagse bewegingen werden bewaard, doordat dansers die live herhaalden. Katja Heitmann werkte voor dit project samen met componist Sander van der Schaaf. Carmien Michels schreef in dit kader ‘Wat als ik iemand’, een driedelig gedicht. Een fragment: ‘Wat als ik iemand / kan vinden die mij dag en nacht wil spiegelen / zodat ik kan verifiëren of het klopt wat ze zeggen (…)’.

Prachtig waren de uitnodigende banners in zebraontwerp die op een stelling voor kasteel De Lovie hingen. Valentijn Goethals van het Gentse vormgevingscollectief 019 zorgde voor het ontwerp. Ruth Lasters, Dichter van België (2026-2028), schreef het sublieme ‘Graas dan, grijsdier’.


(Klik op de afbeelding om deze te vergroten)

Graas dan, grijsdier

Ach, de zebra’s zullen later, liefste, over deze aarde heersen.
Zij, de meesters van het tussen de lijnen eten, drinken, draven
over alle vooroordelen en misverstanden heen.

En ze zullen oprukken in kuddes van de kust tot
in de steden, alle uitersten verzoenend met hun vacht
van fel contrast.
Zo veel grauw geworden gras van slagvelden zullen ze grazen
dat uiteindelijk een veulen wordt geboren grijs gestreept: nuancering
op benen, waar de wereldvrede eindelijk
op zal willen komen aangereden. Denk je? Denk je? Ja, ja zeker.

Vrees je dan niet dat
juist dictators zebra’s tellen ’s nachts in plaats van schapen,
zwart-witdenkers bij uitstek, iedereen en alles
in voor- en tegenstanders verdelend?

Alsof tirannen zich in slaap tellen, maar suffie-dufkop, nee.
Dat gevoel van vallen in je droom dat iedereen kent,
komt doordat er ergens ver weg een despoot
ondanks zijn gruweldaden
geheel probleemloos indommelt, toch?

Zou het ook niet kunnen dat een zebra wordt geboren
telkens als een godenkind hierboven
zijn huiswerk venndiagrammenleer
vertikt
de doorsnede te arceren van wat alle mensen bindt: nood aan veiligheid,
erkenning, tederheid.

Kunnen kan zoveel. Maar zweer me, zweer me liever, liefste,
dat je mijn kudde van wij/zij-gedachten als die nog eens aanstormt
grijswaarden zal voeren uit je hand, uit je allen-anders-hart,
je kansslagader. En kus me dan, maanloos en ook zonder
suiker, gewoon zwart zonder
angst parce que la nuit, tous les zèbres
sont gris.

Dan even naar de Douviehoeve, vanouds een vaste locatie in het parcours. Bij de sterke geluids- en filminstallatie van Marjolijn Dijkman ‘Between the lines’ kon je een gedicht van Charles Ducal lezen. Marjolijn Dijkman werkte met bomen uit een monumentaal bos uit Verdun in Frankrijk. De bloedige geschiedenis van deze locatie, met name ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, overlapte goed met de boodschap in het gedicht van Charles Ducal. Het gedicht ‘Daarom’ komt uit de bundel Tijd voor vrede (2025).


(Klik op de afbeelding om deze te vergroten)

Daarom

Het is het uur van de wereld, de val
door het scherm. Wij kijken
naar de oorlog die vuil is en ver,
en onze woonkamer heeft ingenomen.

Er is geen ontkomen aan, eenmaal
het geweld onze ogen verovert.
Wij zwijgen, van alles wat ons is
gescheiden terwijl het uur zich voltrekt.

Men zou zijn glas willen grijpen, vragen
hoe laat wij eten, maar wij blijven stom.
Hoe raken wij weer in vrede
met deze kamer, in oorlog met ons?

Wij moeten de straat op. Daarom.

Interessant waren verder de gedichten van de genomineerden voor de Poëziedebuutprijs. In de stallingen van de Douviehouve waren gedichten van Yasmin Namavar, Merlijn Huntjens en Sarah de Koning te lezen. Sarah de Koning won uiteindelijk de Poëziedebuutprijs 2026 met Tekstielen.

Even terug naar het begin, naar het festivalhuis waar je de tickets kon kopen. In het festivalhuis was er eveneens aandacht voor AI-poëzie. Dichter Maud Vanhauwaert, UGent-informaticaprofessor Christophe Scholliers en vormgever Jelle Jespers gingen aan de slag met artificiële intelligentie onder de titel ‘Ai Ai Poëzie’. Een AI-bot, Woutje, werd gevoed met álle gedichten die (sinds 1992!) verschenen waren in de catalogi van het Kunstenfestival Watou. Zo werd via artificiële intelligentie een nieuwe taal of nieuwe poëzie gecreëerd.

In de Poëziekrant gaf Maud Vanhauwaert een interessante duiding: ‘Artificiële intelligentie sluipt alle sectoren binnen, ook de literatuur. Je kunt dat proberen te negeren, of je kunt zeggen: laten we het beest in de bek kijken. Ik heb het gevoel dat we een soort Trojaans paard binnenrijden in Watou. (…)’ Jelle Jespers zegt verder: ‘Wij hebben een AI-dichter in het leven geroepen, Woutje – naar Watou. We gaan kijken hoe we Woutje kunnen trainen, hoe we hem gedichten kunnen laten genereren en hoe we daar als lezers mee omgaan.’ Maud Vanhauwaert wijst verder op het zielloze van AI. ‘Echte poëzie’ resoneert immers met de ziel van het dorp. In feite waren er veel interessante gedichten te ontdekken in het parcours, onder andere was er sterk werk van Myriem El-Kaddouri, Paul Demets, Frederik Lucien De Laere, Lotte Dodion enz.

Origineel was de hommage aan de overleden Leonard Nolens in een kamer van het festivalhuis. We kunnen niet genoeg onderstrepen hoe dit literaire zwaargewicht van belang was voor de lyriek in de Nederlanden.

Kunstenfestival Watou 2026 was tot slot succesvol door de collectieven en door hun krachtige en verfrissende samenwerkingen. Beelden hebben woorden nodig en vice versa. Zo werkt Watou al geruime tijd, in casu al sinds het begin van de poëziezomers. Twee-eenheden zorgen voor poëzie. Een interessante vraag zou kunnen zijn of de individuele gedichten of kunstwerken nog een weg kunnen vinden in andere collecties, tentoonstellingen e.d. Een experiment laat soms vragen na en wellicht is dit goed.

     Andere berichten

Het commentaar van Marc Bruynseraede

Tweede lezing door Marc Bruynseraede - - Alja Spaan heeft met deze laatste dichtbundel gedichten geschreven die voor mij beklijven. En die...

Het commentaar van Tom Veys

Het commentaar van Tom Veys

Schaken als uitgangspunt voor poëzie door Tom Veys - - Het woord ‘schaken’ kan veel betekenissen dragen, afhankelijk van de context en de...