Wie bepaalt de vorm waarin we passen?
door Yolandi de Beer
Annemie Deckmyn is een Vlaamse dichter die met Mal haar derde dichtbundel publiceert. Alles gebeurt onderweg kwam uit in 2018 en Storm in 2022. In haar poëzie onderzoekt ze hoe mensen zich verhouden tot zichzelf, anderen en de wereld waarin ze leven. In deze bundel stelt ze een vraag die op het eerste gezicht eenvoudig lijkt: hoe ontsnap je aan een vorm waarin je niet langer past?
–
Op de binnenzijde van de voorflap wordt de bundel voorgesteld als een zoektocht naar manieren om aan een beklemmende wereld te ontkomen. Verbeelding, kunst, schoonheid en zachte gedachten kunnen daarbij helpen. Net als zorg dragen voor jezelf en de ander, en wat meer mildheid. Dat klinkt bijna als een geruststelling. Maar zo eenvoudig maakt Deckmyn het ons niet.
–
Mal. Drie letters, twee betekenissen. Je kunt mal zijn, een beetje gek, of je kunt in een mal zitten. Een vorm waarin iets wordt gegoten en vervolgens geacht wordt te blijven passen. Maar wat als die vorm begint te knellen? Als je ontdekt dat je al die tijd bezig bent geweest iemand te worden die je eigenlijk helemaal niet wilt zijn?
–
De bundel bestaat uit drie afdelingen met in totaal 39 gedichten: ‘Onzichtbare gasten’, ‘Ontkomen’ en ‘Met zachte gedachten’. De opbouw voelt als een levensverhaal, waarin we verschillende rollen aannemen, proberen te veranderen en gaandeweg ontdekken hoe betrekkelijk onze zekerheden zijn.
–
Ik herken veel in deze gedichten. Ze roepen vertrouwde situaties op, maar houden me ook regelmatig een ongemakkelijke spiegel voor.
–
Onzichtbare gasten
–
De eerste afdeling telt twintig gedichten, elk met een personage als titel. We ontmoeten onder anderen de pretparkbezoeker, de bezwaarde, de barvrouw en de minotaurus. Het is alsof Deckmyn een theater heeft ingericht waarin verschillende aspecten van het mens-zijn het podium betreden. De personages krijgen geen eigennaam: hun rol of eigenschap volstaat. Soms kiezen we die rollen zelf, soms krijgen we ze toegewezen. En soms vergeten we wie we zijn wanneer het kostuum uitgaat.
–
Eén titel wijkt af: ‘Leviatan’. De naam roept het mythologische zeemonster op en, voor wie aan de politieke filosofie denkt, het machtige collectieve lichaam uit Hobbes’ Leviathan. Tussen herkenbare menselijke rollen verschijnt een naam die iets bovenmenselijks en dreigends oproept.
–
In ‘de bezwaarde’ ontmoeten we iemand die gebukt gaat onder het gewicht van het bestaan
de bezwaarde
–
op zoek naar een helder hoofd
staan wachtenden in een lange rij.
ze maken lijstjes, groeten de zon.
horen me niet met hun oordoppen in.
deadlines halen kan je leren zegt de stem.
–
haast zit ons in alle straten op de hielen.
een step zoeft elektrisch voorbij,
verspreidt versnellingskiemen.
–
vergeet het stappentellen.
schakel naar voorsteekpas.
zelfs met rugwind haalt een slak mij in.
–
ik, met een huis op mijn rug.
Het gedicht begint met een herkenbaar tafereel. Mensen maken lijstjes, groeten de zon en dragen oordoppen. Bijna karikaturen van de moderne mens die zijn leven voortdurend optimaliseert. We moeten ontspannen, maar volgens een schema. Gezond leven, maar onze stappen tellen. Productief zijn én mindful blijven. En dan die stem: ‘deadlines halen kan je leren’. Ik moest er even om lachen. Het klinkt als een slogan uit een training timemanagement, alsof tijdsdruk een persoonlijk tekort is dat met de juiste cursus kan worden verholpen.
–
Deckmyn gebruikt vrije verzen zonder vast metrum of eindrijm. Korte mededelingen, opsommingen en werkwoorden bepalen het ritme. In de eerste strofe staan, maken en groeten mensen, maar contact blijft uit. De tweede strofe versnelt: een elektrische step verspreidt ’versnellingskiemen’. Dat neologisme maakt snelheid besmettelijk. De herhaalde v-klank zet de regel in beweging, terwijl het lange woord ons even doet struikelen.
–
In de slotstrofe verschuift het perspectief naar de ik. De gebiedende wijs probeert het tempo nog op te voeren, maar zelfs een slak haalt de spreker in. De laatste regel ‘ik, met een huis op mijn rug’ verbindt de mens aan de slak. Dat huis kan bescherming bieden, maar is ook een last: verantwoordelijkheden, verwachtingen en alles wat we meeslepen. De humor maakt het gedicht toegankelijk, de ondertoon confronteert. Wat als het probleem niet ons tempo is, maar de bagage?
–
Ontkomen
–
De tweede afdeling telt tien gedichten met titels als ‘aanvaarden’, ‘dumpen’, ‘spelen’, ’transformeren’ en ‘vrijpleiten’. Waar de dichter in het eerste deel personages presenteert, krijgen we nu werkwoorden. Er komt beweging.
–
Ik lees dit als pogingen om opnieuw vorm te geven aan het leven. We worden gedumpt, verliezen iets, wisselen van carrière, leren aanvaarden en proberen het opnieuw. De ik-figuur gaat zelfs zover dat ze zichzelf wil dumpen. Soms groeien we door wat ons overkomt. Soms veranderen we alleen van mal.
–
Want ontsnappen aan een vorm betekent niet automatisch dat we vrij zijn. We kunnen onszelf net zo gemakkelijk in een nieuwe vorm dwingen. Je kunt besluiten te veranderen, maar niet bepalen wat er onderweg gebeurt.
–
Met zachte gedachten
–
De laatste afdeling bevat negen gedichten en wijkt ook qua vorm af. De gedichten hebben in de bundel geen eigen titel; in de inhoudsopgave worden ze aangeduid met hun beginregels tussen vierkante haken, zoals ‘[wij waanden ons kwetsbaar,]’ en ‘[je kan de wand van de mal waarin je zit betasten.]’. Die haken zijn in de eerste plaats een herkenningsmiddel voor titelloze gedichten, maar ze roepen ook visueel een begrenzing op. Een nieuwe mal? De komma of punt binnen de haken blijft deel van de beginregel: soms loopt de gedachte door, soms sluit een zin af terwijl het gedicht verdergaat.
–
Het gedicht dat begint met ‘je kan de wand van de mal waarin je zit betasten’ brengt voor mij de bundel samen.
jezelf toestaan je er uit los te werken, neer te ploffen
in het zand. daar je kleutervoeten zien verzinken,
je afvragen wanneer je mag vertrekken
waarheen en met wie. niemand kent elk gevaar.
–
het soort kind willen zijn dat thuiskomt op elke plek
dat in de speeltuin de draaiton doet denderen
er uitspringt en duizelig ronddartelt in de zomerzon.
–
later de jongere die op een landkaart de stad omcirkelt
voor de droomreis en precies weet hoe je er komt.
de opties herbekijkt en als het tegenzit groeit,
krijst als een krolse zwerfkat, smeekt om een aai.
–
vooral niet als een hamster door het gangetje gestuurd
anderen laten wedden dat je als eerste aankomt.
liever degene die wegzinkt in de schaduw op een eiland,
zichzelf net op tijd bij de haren uit het moeras trekt,
op het droge bekomt van het gevecht met de vloed.
–
ooit leek het alles. de heldenstatus te verwerven.
toch herschreef je je eigen verhaal,
een nieuw plot met andere spelers.
ooit leek het alles en eigenlijk is het niets.
Van het kind dat zorgeloos in de speeltuin ronddartelt tot de jongere die met een landkaart zijn toekomst uitstippelt. Later verschijnt de hamster die door een gangetje wordt gestuurd, terwijl anderen wedden wie als eerste aankomt. Een bijna komisch, maar pijnlijk herkenbaar beeld. Hoe vaak laten we ons niet voortjagen door verwachtingen van anderen?
–
Met herkenbare beelden en een vlot ritme neemt Deckmyn ons mee door verschillende levensfasen. We plannen, streven, vallen en krabbelen weer op. Tot we ontdekken dat we ons eigen verhaal kunnen herschrijven.
–
En dan die laatste regel: ‘ooit leek het alles en eigenlijk is het niets.’ Daar bleef ik hangen. Hoe vaak maken we een promotie, een relatie, een prestatie of erkenning niet tot het allerbelangrijkste? We bouwen er een heel verhaal omheen, soms zelfs onze identiteit. Tot er iets gebeurt waardoor dat verhaal niet meer klopt.
–
Tot slot: uit de mal
–
Mal gaat niet alleen over de vormen waarin we terechtkomen, maar vooral over wat er gebeurt wanneer we proberen eruit te breken. Het is een bundel over het leven en de gekte om ons heen. Over de rollen die we spelen, de verwachtingen waaraan we proberen te voldoen en de moeite die het kost om daarvan los te komen.
–
Deckmyn schrijft toegankelijk, met verrassende beelden en een flinke dosis humor. Maar onder die speelsheid schuilt iets ernstigs. De gedichten houden ons een spiegel voor zonder ons te vertellen wat we daarin moeten zien. Dat maakt de bundel vertrouwd en confronterend tegelijk.
–
Wat me vooral bijblijft, is de ruimte die Deckmyn laat voor verandering. We hoeven niet vast te houden aan wie we ooit waren of aan wat we ooit zo belangrijk vonden. Misschien hoeven we niet voortdurend iemand te worden. Misschien hoeven we niet overal de eerste te zijn. Misschien mogen we af en toe uit de draaiton springen en duizelig in de zomerzon blijven staan. Mildheid kan ook betekenen dat je jezelf toestaat dat wat ooit alles was, nu niets meer hoeft te zijn.
–
De mal breekt. De mens blijft over.
–
____
–
Annemie Deckmyn (2026) Mal. Uitgeverij P, 51blz. €19,50. ISBN 9789493534094
–




