De laatste val
door Sander Ausums
–

–
Ezra de Haan (1957) is docent creatief schrijven en redacteur bij de uitgeverij die ook zijn laatste bundel heeft uitgegeven: Het valmoment. Als je een netwerk gebruikt waarbij je zelf bent aangesloten, moet je kwaliteit kunnen leveren vind ik. Of De Haan dit doet, laat ik nog even in het midden. De bundel is opgedeeld in zeven afdelingen en voelt als een reis door de tijd, waar onder andere odes aan overleden schrijvers aan bod komen, zoals die van Menno Wigman, Candani en Lucebert. Er is ook een hoofdstuk gewijd aan de reizen die De Haan heeft gemaakt. De achterflap heeft het over een bundel ‘die de periode van 2014 tot 2026 beslaat, een periode waarin corona, oorlog en vluchtelingen beslag legden op onze aandacht ten koste van de aandacht voor het overlijden van schrijvers en dichters.’
Dit statement schuurt, enerzijds is het mooi dat iemand geeft om deze overleden dichters, anderzijds vind ik het volstrekt logisch dat grotere wereldproblematiek zich afspeelt op de voorgrond. Er was nu eenmaal een pandemie, er is nu eenmaal een genocide. Niks mis met het eren van deze dichters, maar om te zeggen dat er te weinig aandacht voor was, vind ik te makkelijk, het is misschien hard, maar het was helaas niet het belangrijkst in deze periode. Bovendien hebben de meeste schrijvers binnen de literaire wereld een meer dan mooi afscheid gekregen.
Nu de bundel zelf; ik heb veel gezucht. Het lijkt alsof De Haan is blijven hangen in de tijd. Zijn poëzie voelt ouderwets en onnodig hoogdravend met woorden en regels als ‘geserreerde’, ‘doet determineren oplaaien’ en ‘bereidwilligheid’. Ik ken de betekenis van deze woorden, maar ze maken een gedicht onnodig zwaar. Daarnaast merkte ik dat vrijwel elk gedicht mij achterliet met geen enkele vraag, alles was duidelijk (een zin die ik vaak uitspreek aan het einde van een sollicitatiegesprek als ik geen vragen meer heb). Er was 0.0 ruimte voor verwondering.
–
De merel zeggen we
of onze merel
tegen de vogel
die elke dag fluit, wast
een nest bouwt
of de kleintjes voert.
Niet wetende of
het dezelfde is
of een nazaat, of
daar een kind van.
Waardoor
de merel
inderdaad de merel is.
Veel vogels hebben ook valmomenten, daarom vermoed ik ook dat De Haan hier een afdeling aan wijdt, maar het raakt mij niet, gevoelsmatig blijft het oppervlakkig en zegt het weinig. Je zou kunnen stellen dat het betekenis geven aan één specifieke merel als ‘de merel’ iets te maken heeft met de drang die wij als mensen voelen om betekenis te geven aan het leven, een vorm van controle en grip die we proberen uit te oefenen, maar dat rijmt niet met de achterflaptekst en dan zou ik ook geneigd zijn om te zeggen dat het erg vergezocht is. Terwijl ik dit schrijf, heeft dit gedicht zoals u leest, toch een vraag opgeroepen, maar hiervoor is wel wat mentale gymnastiek nodig en een flinke dosis confirmation bias.
De Haan schrijft ook gedichten die ik eerder zou bestempelen als verhalen. Hetgeen deze teksten in een bundel plaatst, is hoogstens de vormgeving. Hierbij vraag ik me hardop af waarom hij en/of zijn redacteur (ervan uitgaande dat hij een redacteur heeft gehad) hebben besloten om het erin op te nemen. Het zou kunnen dienen als opvulling, maar met een bundel van meer dan 100 pagina’s zou dat niet nodig moeten zijn.
–
Mijn vader leerde mij
dat er zandbanken waren
door erheen te zwemmen
bij vloed.
De moed en vreugde
erop te staan
en het strand dat steeds verder lag
toen we vaste bodem vonden.
–
Mijn vader zwom, en ik,
ik zat op zijn rug
mijn armen om zijn nek.
Helaas bleek de zee sterk,
sterker dan mijn vader
en dankten wij aan een Duitser
die zijn luchtbed leende
dat we veilig land bereikten.
Het principe ‘show don’t tell’ wordt vaak aangehaald bij het schrijven van korte verhalen of romans, maar in de poëzie is dit net zo belangrijk. Het is belangrijk om af te wegen welke dingen je weggeeft aan een lezer en welke niet. Er moet ruimte zijn voor verwondering, maar als er te weinig is om aan vast te houden bevind je jezelf in je eigen valmoment. Bij de meeste poëzie in de bundel had ik te veel grip, alsof je bij een klimmuur veertig verschillende grepen hebt om je aan vast te houden, maar op het moment dat er geen grepen meer waren, viel ik gelijk weer. Er is naar mijn mening een groot tekort aan balans in de bundel.
–
Vanaf het dashboard geschoten
–
pruilt ze op commando
trekt haar tanden bloot:
–
een valse straathond.
–
De ander, meer bedeesd
blikt bewust nonchalant
–
de handen in de zakken.
–
Het volk in de gebloemde jurk
gaapt hen aan vol onbegrip.
–
Al dit gedoe voor een jas?
–
De camera weerspiegelt niets
doods ligt hij klaar
–
als een wapen.
Al dit gedoe heeft me toch best wat tijd gekost. De gedichten vallen weg en blijven niet hangen en dan de kaft, daar begin ik liever niet over. Maar ik wil wel herhalen dat als je toegang hebt tot een netwerk en dus veel makkelijker een bundel de markt op kan brengen, dat je wel moet leveren en dit pakketje is bij mij nooit aangekomen.
____
E. de Haan (2026). Het valmoment. Uitgeverij In de Knipscheer, 106 blz. € 19,50. ISBN 9789493368460



