LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Roberta Petzoldt

15 okt 2026

‘Een natuurmens? Ik zie dat als een pleonasme’

door Cora de Vos

 

Multimediaal kunstenaar Roberta Petzoldt (Rotterdam, 1984) werkt als dichter, actrice en beeldend kunstenares. Ze maakt haar eigen performances waarin ze muziek, poëzie en lichtprojectie tot een geheel weeft. Met haar debuutbundel Vruchtwatervuurlinie won ze in 2019 de C. Buddingh’-prijs. In 2025 verscheen haar tweede bundel Zeebeving (uitgeverij Van Oorschot).

foto © Lieke Romeijn

 

Op de achterflap van Zeebeving lezen we dat je in een omgebouwde bus op pad ging om nieuwe grond te vinden na het overlijden van je vader. Hoe lang duurde die reis? En heb je die ‘nieuwe grond’ gevonden?
Ik ben twee keer op een langere reis met de bus gegaan. Een keer naar Bretagne en een keer naar Italië. Daarvoor heb ik ook op andere plekken geschreven zoals Mexico, Suriname en tijdens mijn residentie op de Jan van Eyck academie in Limburg. Het proces van de bus ombouwen waar ik een jaar over deed, en daarmee op reis gaan was belangrijk in het maken van deze bundel. Ik schrijf het beste als ik weg ben uit mijn dagelijkse omgeving en het liefst ook op plekken waar de natuur in wilde vorm aanwezig is. Ik heb uitzichten nodig, veranderende landschappen en de elementen om al mijn zintuigen wakker te maken. De nieuwe grond die ik vond was innerlijk. Door het externe bewegen begonnen er weer zaailingen te groeien op het kale landschap waar een bosbrand had gewoed. De voeding die de schoonheid van de natuur me bood was helend en het was helend om te voelen dat ik weer mijn eigen omstandigheden kon creëren waarin ik me zowel veilig als vrij voelde.
Toen mijn vader leefde zorgde hij voor een fundament, een bijna onbewuste zekerheid van waaruit ik de wereld in kon gaan en al op mijn twintigste een jaar backpackte en liftte en op een avontuurlijke manier leerde dat de aarde mijn moederland was. Na zijn overlijden, een brand die ik heb gehad en door de lockdown, was een groot deel van die veiligheid in mij verwoest. Het maken van een rijdend huisje op wielen zorgde ervoor dat ik weer die vrijheid kon vinden en de veiligheid in mijzelf helen. Nu is de bus naar de sloop en ben ik dat ook weer kwijt, maar ik heb net weer een maand gereisd met backpack en liftend. En dat geeft me nog meer vreugde omdat het veel avontuurlijker is en meer in contact met de mensen en het landschap. In een busje blijf je geïsoleerd en heb je alles erop en eraan. Je hebt niemand nodig. En nu ben ik weer zo ver dat ik mijn kracht en vertrouwen hervonden heb waardoor ik me weer meer durf over te geven aan het toeval. En wat je toe-valt is vaak precies wat je nodig hebt.

Uit je gedichten spreekt een heel eigen kijk op het soms verdwenen landschap en een grote liefde voor de natuur. Ben jij een natuurmens? En heb je iets met de geur van een landschap? In Trouw, bijlage Tijdgeest, koos Janita Monna jouw gedicht Saamschap, voor Holwerd aan Zee bij een artikel over Friese geuren in gedichten.
Ik heb zeker iets met de geur van een landschap. En hoewel ik in Nederland de wilde natuur kan missen, zeker nu de Noordzee met zoveel windmolens is toegetakeld, voel ik me ook zeer verbonden met de Nederlandse natuur, waar het water zo een grote vormgever en geurdrager van is. De geuren van warme stenen die net beregend worden, de geur van vlak na het onweer, de eerste lenteregen waar alle jonge bloemen in verborgen zitten. Vlagen zeewier die met de dikke vlokken schuim over het strand op je afwaaien, de havens met de lachende meeuwen, de geuren van de populierknoppen, bloeiende ligusterhagen, natte bosgrond. Het zijn liefdesbrieven voor ieder die ze maar wil lezen. Een natuurmens? Ik zie dat als een pleonasme. Je zegt ook geen natuureekhoorn of een natuurboom. Er is geen enkele aanwijzing op deze planeet dat wij niet van dezelfde stof gemaakt zijn als alles om ons heen, we lenen deze moleculen van de aarde. En op het einde geven we ze weer terug. We zijn letterlijk aarde.

In een eerder interview op Meander vertel je dat poëzie voor jou een manier werd om in een parallelle werkelijkheid te stappen en daarin te leven. Denk je daar nog steeds zo over?
Ja, het is een breder bewustzijn wat ik dan aanboor. Ik voel me een stuk intelligenter als ik met poëzie bezig ben dan wanneer ik me met mijn dagelijkse mensen-geest met schijnbare problemen bezighoudt.

Kunnen we jouw performances zien als een tijdelijk leven in een parallelle werkelijkheid, waarin je de toeschouwer probeert mee te krijgen?
Ja, behalve dat ik niet probeer de toeschouwers mee te krijgen. Of ze meegaan is geheel aan hen. Ik schep een tijdelijk veld waar ik bepaalde klanken, woorden en visuele expressie bij elkaar breng met alle aanwezigheid, vakvrouwschap, en overgave die ik op dat moment tot mijn beschikking heb. Voor veel mensen werkt dat. Ik denk dat dat komt omdat ik het echt in het moment doe. Het is geen kapot gerepeteerd kunstje. Het is een performance, dat vraagt een risico en kwetsbaarheid maar ook beheersing van mijn kunst. Het moet niet plaatsvervangende schaamte oproepen maar het moet wel zo zijn dat mensen voelen dat ik ook zou kunnen vallen.

Bij de opening van het festival van de Haarlemse Dichtlijn viel me op hoe vrij en gemakkelijk je beweegt, terwijl je intussen toch aan veel dingen tegelijk moet denken, bijvoorbeeld met je voet de apparatuur bedienen. Je moeder werkte als mimespeelster. Heb je dat vrije van huis uit meegekregen?
Ja, mijn moeder heeft me veel geleerd op dat vlak, voor mijn eerste performances ging ik vaak naar haar om feedback op mijn bewegingen te krijgen. Ook was de fysieke expressie en het speelse in mijn gezin een vanzelfsprekende taal. Maar het helpt ook absoluut dat ik al 15 jaar met de loop-sampler optreed.

Schrijf je bewust gedichten voor performances of bedenk je achteraf dat een gedicht zich leent voor een performance?
Ik maak meestal eerst de tekst en dan ga ik de audio-elementen erin componeren. Maar soms maak ik ook improvisatieloops die me weer leiden naar thema’s waar ik vervolgens verder aan schrijf.

Je speelde in drie films van Eddy Terstall. De laatste film, Land van Johan, kwam in 2025 uit. Hoe werkt dat bij jou, raakt poëzie op de achtergrond tijdens de opnamen of lukt het je om dan ook nog te schrijven?
Ik heb dan geen tijd voor poëzie. Het slokt me totaal op, zo’n proces. Daarom doe ik het ook niet heel vaak. Want ik wil absoluut genoeg ruimte in mijn leven houden voor mijn eigen
scheppingsprocessen.

In november 2025 stond je op het festival Meet me at the Lighthouse met een nieuwe voorstelling uit je theaterserie The land of Pan. Je neemt ontstaansmythen als inspiratie voor het schrijven van nieuwe teksten. Waarom koos je voor Sedna, een figuur uit de Inuit-vertellingen?
Ik leerde over Sedna door mijn interesse in mythologie en astrologie. Er is een dwergplaneet in ons zonnestelsel die er 11.488 jaar over doet om een rondje rond onze zon te maken, deze is vernoemd naar Sedna. Sedna leeft op het diepste punt: de oceaanvloer maar ook reist ze het verst van de zon. Haar mythologie wordt volgens veel astrologen in deze periode geactiveerd omdat ze haar dichtste punt bij de aarde bereikt in de komende veertig jaar. Haar verhaal spreekt me aan omdat het veel over zee gaat, en ik een waterfreak ben, maar ook het hermetische gegeven in zich behelst van ‘zo onder, zo boven’. Daarnaast was het een analogie voor mij van mijn eigen proces van groot verlies en transformatie door de diepste duisternis in te gaan. Ik heb ervaren dat daar de sleutel ligt tot heling en als ik al iets wil met mijn kunst is het door die ervaring in een artistieke vertaling te vertellen, mensen de moed geven om de helende kracht van het afdalen in eigen dieptes te vinden.
Ik ben momenteel bezig om een nieuwe theatertour voor Sedna te plannen. En daar zou ik ook zeker wat hulp bij kunnen gebruiken, dus hier een oproep aan iedereen die het leuk vindt om een kunstenaar te helpen met de productionele kant van een theatertour plannen. Er staat ook een promo-video op YouTube voor wie nieuwsgierig is.

Wat zijn je verdere plannen, wat wil je graag nog maken/schrijven?
Ik heb een tweede beurs ontvangen van het Letterenfonds voor het schrijven van mijn derde boek, en ik ga waarschijnlijk deze winter weer op reis om te schrijven, ergens waar ik veel sterren kan zien ’s nachts. Want deze bundel gaat eveneens verder de kosmos in.

Vier gedichten uit Zeebeving 

DE KIKKER DIE MIJ KIKKER KUSTE
–
Allen die doodgaan omdat ik leef
het insect dat in mijn kookvlam vliegt
de spin die ik in mijn slaap eet
de plant die ik breek als ik loop
het kalf in de kist wanneer ik ijs koop.
–
Maar de kikker met de langste benen
glad
in het bergkristallen beekje
bleef
en keek, verstillend tussen de waterkers
naar het op de kant gehurkte mens.
–
In de hypnose van dat oog en blik
–
.  vluchtende dieren verdwenen in
.  de haarvaatjes van mijn herinnering
–
kon ik
opnieuw
in mijn eigen onschuld geloven.
DE ANGST VAN DE WILDE WOLF
–
Ik sta bij de rivier die alles begraaft.
–
Mijn lippen spelen voor mooi meisje
fossiele brandstof wordt opgestookt
door de oorlog in mijn hoofd.
–
Precisiebombardement in de Bermudadriehoek
eruptie in de venusdelta
vissen verschuilen zich onder de aquariumpomp.
–
Ik reis door de herinnering van mijn beschaving
we dromen dezelfde droom
van smetteloze overgave.
–
Gravende nagels, we eten aarde.
–
Het licht dat ondergaat
de pijn die we kweken
de oren van de buurvrouw.
–
Ik ben het verdriet dat me anders maakt
ik ben het smakken van mijn huiskat
en de angst van de wilde wolf.
–
We verzamelen ons in uitstervende landschappen
vuilnisbakken staan als mijlpalen en verdelen elk rondwaren in uitstapjes.
–
De terugkeer van de morgenster in de herinnering van dit schilderij
prooidier wacht op de verdwenen rover.
ROADKILL
–
Er zullen mensen mij ontleden in de woorden die ik schrijf en in waar-
om ik nu het nu kies. Er zal een boterham in mij verteren die nog niet
gedorst is, waarvan de aren nog niet gegolfd hebben in de zon. Dan zal
een fazant sterven die ik door het weiland zag waden en me hoop gaf,
ik zal hem oppakken en zien dat zijn veren een Europees pauwenkleed
weven en schreeuwen zoals ik krijste toen ik uit de bus stapte en ik
hoorde dat een man met wie ik ooit samen sliep nooit meer was, maar
eigenlijk gilde om mijn vader die niet van de trap viel, maar net als zijn
broer voor de wc inzakte en as werd.
GAT IN DE WEG
–
Art Blakey en The Jazz Messengers vervangen
mijn honger met verlangen naar rook.
Al dagen werk ik aan een menukaart
in ruil voor mijn werk mag ik alles eten wat erop staat.
–
Doof zwarte schimmel met azijn
wrik pallets uit elkaar met een half-gestolen gereedschap
warm me in de giftige damp tegen houtrot
en leng mijn angst met trots aan.
–
‘Vaste klantenkorting’ knipoogde mijn vader me
toen ik nog een pakje kauwgom op de bodem vond
de laatste rib
wit als spook
mijn premature spijt-spook
die wilde dat ik toch niet uit het leven was gestapt.
–
Venstervaasjes tegen de leegte
Medusa staart uit het raam
versteende palingen op hun tocht naar Saragossa.
–
Dichtertje onder je paraplu
zoek je het woord
of dood je een vlo?
–
‘Stop being poor’ op een t-shirt gedrukt
voor de prijs van een kindertijd
en de zon
want die is onbetaalbaar.

 

 

–

     Andere berichten

Interview Annelies Verbeke

‘Ik wilde die vreemde mengeling van tonen in mezelf verkennen’ door Cora de Vos   Annelies Verbeke (Dendermonde, 1976) schrijft...

Interview Bernadette Stom

'We zijn allemaal zoogdieren met een toetsenbord.' door Alja Spaan   Bernadette Stom (1964) schrijft, speelt en simuleert. foto ©...

Interview Mijt van Muiden

‘Poëzie is niet meer, maar ook niet minder dan een serieus spel.’ door Alja Spaan     Mijt van Muiden (Montfoort 1947)...