Columns
Overal langs de wachttoren
Voor hij het wist stond Rogier de Jong tegen de reling van de Karelsbrug het eerste lied dat hem te binnen schoot te zingen: ‘All Along the Watchtower’ van Bob Dylan. Wat een heerlijke herinnering in deze column, gevolgd door zijn interpretatie van dit beroemde lied. Nattevingerwerk misschien, maar in zijn eigen column mag hij de geest de vrije loop laten.
Paul Snoek op zoek naar de waarheid van poëzie
Waarheid is niet eeuwigdurend en altijd gebonden aan tijdelijkheid en ruimtelijkheid, of zoals Stefaan van den Bremt heeft geschreven: ‘Dichten is het IK en het NU / betrekken in het spanningsveld / van alledag en alleman’. Paul Snoek beriep zich op het goddelijke en ‘bovenmenselijke genade’ als ultieme bron van het woord, waardoor hij zich expliciet op metafysisch terrein waagde.

Leopold en Piggelmee
De schrijver ‘Van het Toovervischje’, naar een sprookje van Grimm, noemde zichzelf Leopold. Koos de vertegenwoordiger van Van Nelle bewust dit pseudoniem, was hij vertrouwd met het werk van zijn stadsgenoot of kende hij hem niet? En was de grote dichter een liefhebber van Van Nelle’s koffie? Het lijkt erop dat de grote dichter op een verzuchting van mevrouw Piggelmee heeft geantwoord…
Kijken, visualisatie in de poëzie
Het beeld in de poëzie is een belangrijk element. Het maakt een gedachte pregnant. Kijken is voor dichters van elementair belang in hun werk. Pieter Sierdsma geeft voorbeelden uit het oeuvre van Roland Jooris, Herman ter Balkt, Hans Andreus en Leo Herberghs. Andere werelden, andere blikken langs de dingen van de dag. Ervaringen die iedereen kan delen in herkenning.
Mens en gevoelens (1)
Uit de oude doos van ‘Reis mee met de dichter G’. Omzwervingen en aardige vrouwen, plaatselijke bevolking en een taalgidsje, grof geschut als: ‘Mag ik een eindje meelopen? Ik houd veel van u. De groeten aan uw man’, niet begrepen worden en denken aan dichtregels, vrouw op de rug en dan van een wankele brandtrap af, en van dat alles poëzie maken.
Lezen in de oorspronkelijke taal.
Hans Franse merkt nu dat zijn leeservaring inconsistent is: hij heeft veel boeken niet gelezen omdat hij de taal niet beheerst. En een vertaling, hoe goed ook, laat je niet de adem van de dichter ervaren. Een boek en poëzie moet je in de oorspronkelijke taal lezen: je komt anders niet in de klank- en betekeniswereld.

Parels in het Poëziecentrum Nederland (2)
In deel 2 van de nieuwe serie van Wim van Til twee “Luceberts” die een bijzonder deel van de parelketting vormen die de collectie van het Poëziecentrum Nederland in wezen is. Een uitstapje naar een prestigieus theaterproject van Scarabee èn een deel van het gedicht 'tijdtafel en geslachtstabel' uit de bundel 'Mooi uitzicht & andere kurioziteiten' (1965) met niet eerder gepubliceerd werk.
Parlando!
Rogier de Jong richt zich in deze column op de parlando dichtvorm: prozagedichten, ook wel verhalende of anekdotische poëzie genoemd. Een vorm van poëzie die de afstand tussen kunst en alledaags leven wil verkleinen. Ondanks de heldere spreekstijl van parlando poëzie, is er ook ruimte voor stijlkenmerken als enjambement, alliteratie, klankassonantie en (soms) rijm. Met voorbeelden van dichters Jan Eijkelboom, Frank Koenegracht en Erik Menkveld.

Het is dadelijk dag
Als kind had Jan Loogman het idee dat zijn engel vlak bij hem was, als een verdubbeling van zijn gestalte vouwde hij zich om hem en bewoog met hem mee. Engelbewaarders, engelen die optreden om individuele mensen te beschermen, zijn vooral een rooms-katholiek fenomeen. Wie op zoek is naar een engel die uitdaagt en inspireert, kan terecht bij Czeslaw Milosz.
