LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Recensies

Josse Kok - Schulp
Josse Kok - Schulp
De authenticiteit van dichter Josse Kok komt sterk naar voren in zijn bundel ‘Schulp’, volgens Tom Veys.Het doet hem denken aan een soort van ‘Omdenken’: De gedichten van Kok zijn vaak gedachtewentelingen, bespiegelingen die je regel per regel kan ontdekken. De bundel is een opeenstapeling van inzichten die taal vindt in proza- en poëzieregels.
Lisette Lombé - En onze gedichten blijven oproer
Lisette Lombé - En onze gedichten blijven oproer
Lisette Lombé sluit haar periode als Dichteres van Belgie af met een bundeling van haar gedichten die ze schreef gedurende die tijd. Marc Bruynseraede zegt dat in ‘Et nos poèmes resteront émeutes / En onze gedichten blijven oproer’ de thema’s uit het leven en de actualiteit gegerepen zijn en waarvan de zegging, door de emotionele geladenheid, met grote impact bij de toehoorder overkomt.
Tsafrira Levy – Hier is thuiskomst
Tsafrira Levy – Hier is thuiskomst
De van oorsprong Israëlische Tsafrira Levy woont vijftig jaar in Nederland, ze schrijft in haar tweede taal en heeft een verzamelbundel samengesteld: ‘Hier is thuiskomst’. Paul Roelofsen merkt op dat achtergelaten familieleden en gerechten uit Israël een hardnekkige heimwee oproepen. Hij vindt het een interessante bundel die hij met plezier heeft gelezen.
Dorien De Vylder - Duizend versies klaar water
Dorien De Vylder - Duizend versies klaar water
In de derde bundel van Dorien De Vylder speelt op de achtergrond de coronapandemie terwijl het moederschap een grote plaats inneemt. Peter Vermaat zegt dat niet het onzegbare gesuggereerd wordt, maar dat er staat wat er staat: ‘Veel van de gedichten in deze bundel laten zich lezen als helder water, waarbij echter de bodem nooit in zicht komt. Dat leidt tot schijnbaar bijna oneindige, maar tegelijk zeer beperkte diepgang.’
Antoon Van den Braembussche - Spiegel van de ziel
Antoon Van den Braembussche - Spiegel van de ziel
Johan Reijmerink schreef een longread van ‘Spiegel van de ziel’ van Antoon Van den Braembussche. Hij noemt het een ingetogen en doorleefde bundel: ‘Van den Braembussche benadert al zijn leven lang de werkelijkheid op twee manieren. Naast zijn denkkracht om het leven te doorgronden is er zijn emotioneel aangedreven melancholie, waarmee hij het mysterie van het leven door de verstillende werking van de poëzie gewaar tracht te worden.’
Mijt van Muiden - Opgeruimde beperkingen
Mijt van Muiden - Opgeruimde beperkingen
Yolandi de Beer zegt dat het duidelijk is dat ‘Opgeruimde beperkingen’ van Mijt van Muiden, ‘liefdevol in elkaar gespijkerd is’. In deze debuutbundel spelen de gedichten vrijmoedig met taal, maar verliezen nergens hun vanzelfsprekendheid, volgens De Beer. ‘Er zit precisie in de beelden en ritme in de observaties, zonder dat de bundel zwaar of pretentieus wordt.’
Bo Vanluchene - De transformatiemachine
Bo Vanluchene - De transformatiemachine
‘De transformatiemachine’ is het debuut van Bo Vanluchene. Jac Janssen constateert: ‘Deze bundel is noodzakelijk, vermakelijk, ontroerend, actueel, urgent, soms wat gemakzuchtig en springerig, maar met meer dan genoeg fraaie versregels en vondsten die beklijven. Het overstijgt het individuele en brengt de worsteling van een hele bevolkingsgroep voor het voetlicht.’
Anne Meerbergen - Struikelen voor gevorderden
Anne Meerbergen - Struikelen voor gevorderden
Anne Meerbergen vertelt in ‘Struikelen voor gevorderden’ het verhaal van een vrouwenleven. Taco van Peijpe merkt op: ‘Dankzij de meestal milde, soms licht ironische toon en vooral dankzij het breed uitgemeten geluksgevoel bij de geboorte van een kleindochter is het geen klaagzang geworden, maar een reeks ontroerende gedichten over een invoelbare geschiedenis.’
Jacob Groot - Adoratie
Jacob Groot - Adoratie
Jeroen van Wijk besefte meteen dat Jacob Groot een unieke stijl heeft met een hoge moeilijkheidsgraad toen hij de bundel ‘Adoratie’ ontving, maar hij ging de uitdaging aan: ‘Het is alsof ik tijdens het lezen van deze bundel in de wilde weg met een pikhouweel in een berg aan het hakken ben omdat ik af en toe tussen de scheuren van de rots een schittering zie.’