door Wim van Til
1975 was in velerlei opzicht een bijzonder jaar voor mij. Niet alleen werd ik er voor tenminste 90 jaar tiener-af en doken er allemaal bundels uit de cijferreeks van De Bezige Bij op op mijn boekenplank, ik verruilde dat jaar de universiteit voor de lerarenopleiding en tussen de medestudenten van de opleiding Nederlands/Frans ontmoette ik mijn huidige partner. En het hele jaar was daar de poëzie in vele gedaanten. Vooral op 24 januari: die dag kocht ik maar liefst acht bundels in de uitverkoop bij boekhandel Bijleveld. Allemaal dichters van wie ik nog geen bundel had. Met recht eerste kennismakingen met dichters van wie ik later meer ging lezen (en kopen): Arie van den Berg, Jozef Eyckmans, Cees de Jong, Dirk Kroon en Saul van Messel.
Dirk Kroon verdient een aparte alinea. Dat zit zo: op de lerarenopleiding ontmoette ik ook Leo. Leo gaf een literair tijdschrift uit, getiteld Zintuig. Hij was daar in 1974 mee gestart, maar mijn eerste nummer was nummer 3 van de tweede jaargang (van 1 september).
In dat nummer presenteerde A. Moerman een dichtertrits met gedichten van Adri Dubbeldam, Leo van den Herik en Dirk Kroon. De grote gemene deler bij die drie was hijzelf. Deze dichters waren zijn oud-leerlingen. Het was mijn hernieuwde kennismaking met Dirk Kroon, met een gedicht uit zijn bundel Materiaal voor morgen uit 1968:
‘en de zee spreekt alle talen
je ogen rusten in het zand
en de zee is onverwoestbaar
levend de hand
die de vloedlijn
niet kan uitvlakken
resten van leven resten van dood
liggen als giften op het strand
in de verte
heeft dit iets weg
van woorden
ik weet dat je luistert’
Eerder al had ik mijn tweede Kroon gekocht, op 24 maart was dat De getekende dag. Die bundel verscheen in de Seismogram-reeks bij Bosch & Keuning onder redactie van Ad den Besten. Van de weeromstuit raakte ik in de ‘heb-stand’; ik wilde meer Seismogrambundels lezen, hebben. Ik had er met deze erbij nu drie, maar daar zou het niet bij blijven! Tot mijn vreugde bleken de bundels gevoelig voor uitverkoop, daarvan kwam ik er dat jaar en vooral latere jaren nog veel tegen. Maar ondertussen was Dirk Kroon als dichter (en bloemlezer en redacteur) een blijvertje. We ontmoetten elkaar en bleven contact houden. Toen hij op 10 december 2016 –eindelijk- te gast was tijdens Ontmoet de dichter …, de serie dichtersgesprekken die ik in 2006 was begonnen in Bredevoort en vanaf 2014 voortzette in Nijmegen, toonde ik het torentje van 20 bundels van zijn hand, die maar moeizaam beschikbaar meer waren in de gewone verkoop. Ik suggereerde dat het toch echt tijd was voor een Verzameld werk, een ‘Dikke Kroon’. Zijn uitgever zat in het publiek en liet er geen gras over groeien. In 2017 verscheen Op de hoogte van vogels, het verzameld werk van Dirk Kroon.
Het was echter nog steeds 1975, ik wilde dat dat jaar veel langer zou duren want ik vond er zoveel moois en bijzonders. Zo was daar mijn eerste Cees Nooteboom, Gemaakte gedichten, die mij de weg wees naar zijn eerste bundels die ik pas veel later zou verwerven. Ook Sybren Polet maakte zijn entree in mijn kast: Persoon/onpersoon. Ik volgde een masterclass over zijn oeuvre met hem als (mede-)begeleider, een geweldige ervaring voor een twintiger die zich zo graag in de poëzie wilde laten onderdompelen. Ook een tegenpool als T. (Tom) van Deel kreeg een plek op mijn plank, bescheiden, dat wel, want maar een smal deeltje: Klein diorama. En ik kocht (op 3 oktober) mijn eerste Neeltje Maria Min. Natuurlijk was dat haar bestseller, Voor wie ik liefheb wil ik heten.
Uiteindelijk kocht ik in 1975 van mijn studiegeld en uitzendwerkopbrengsten 65 bundels, wat het totaal op mijn plank bracht op 111.
Daar zat die honderdste dus ook tussen …




