LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Grûntonger

28 mrt 2026

door Wopke van der Lei

 

 

Op vrijdag 6 februari 2026 – Sami nationale feestdag, maar ook de dag dat de NRC-redactie de complete voorpagina van de krant had vrijgemaakt voor een onleesbare tekst van de nieuwbakken Dichter der Nederlanden Nisrine Mbarki Ben Ayad – vond in Leeuwarden, in de statige Statenzaal van het provinciehuis, de presentatie plaats van werk van de wél toegankelijke Samidichter Nils-Aslak Valkeapää (1943-2001). Dit drietalige project (Noord-Sami, Nederlands en Fries) in boekvorm, dat de omineuze, als waarschuwing bedoelde titel Grûntonger kreeg (onweer in de grond) ontstond dankzij de samenwerking van de vertalers Sofia Krol en Hessel de Walle. De Walle studeerde Fries en Deens en verdiepte zich daarnaast in het Fins, wat hem een gemakkelijker toegang verschafte tot de lastige Samitaal. Krol was ook al vroeg onder de indruk van de Noordse cultuur waaronder de Sami vallen en kwam zo in aanraking met het werk van Nils-Aslak. Een opmerkelijke bloemlezing van 65 gedichten was het resultaat, fraai uitgegeven door de Dokkumer uitgeverij Wijdemeer voor wie Tom Sandijck en Julien Hoekstra tekenden voor omslag en opmaak.

De feestelijke bijeenkomst in Leeuwarden werd bijgewoond door de Finse ambassadeur Ilkka-Pekka Antero Simil, die namens zijn land nog wel wat goed te maken had jegens de Sami, wat trouwens ook geldt voor de Noren en Zweden. Lange tijd was het immers gebruikelijk de rechten van Sami-volkeren te negeren. Zo werd tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw de frenologie, de schedelmeetkunde, er nog toegepast. De meetinstrumenten die deze pseudowetenschap had ontwikkeld, zouden als legitimatie voor het dwarsbomen van de Sami, de superioriteit van het blanke ras moeten aantonen. Traditionele muziekvormen als de joik (zie daarvoor oa Forgotten music Nils- Aslak) werden als gevolg daarvan verboden en weggezet als verleidingspogingen van de duivel. Het Sami, dat toch al weinig werd gesproken, werd verbannen uit het openbare leven, een lot dat inheemse culturen vaker treft. Zo leeft het van oudsher nomadische volk  al duizenden jaren in het hoge noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Momenteel gaat het om niet meer dan honderdduizend mensen wier bestaan steeds meer onder (milieu)druk staat. De rendieren, waarvan zij afhankelijk zijn, nemen in aantal af, een proces waarbij opwarming van de aarde een grote rol speelt. Vele Sami zijn daarom gedwongen de nomadische leefwijze op te geven

Nisls-Aslak (Sami naam Ailu of Aillohaš) mag worden gezien als de belangrijkste voorvechter van zijn generatie voor acceptatie en emancipatie van zijn volk en taal. Hij had ook als een van de eersten oog voor de nadelige invloed van het veranderende milieu op het trekgedrag van dier en mens. Het is ook zijn verdienste geweest dat het nauwelijks ontwikkelde schriftelijk gebruik van de oorspronkelijke taal nieuwe impulsen kreeg.

Door de publicatie van deze van bundel gedichten is deze poëzie nu ook in het Nederlands en het Fries toegankelijk, wat de verdienste is van Krol en De Walle. Zij vertaalden de lyriek uit het Noord-Sami dat deel uitmaakt van de zeer uitgebreide Fins-Oegrische taalfamilie en in de verte verwant is aan het Fins. Hoewel het werk van Nils-Aslak geen hermeneutische puzzelpoëzie bevat, moet de omzetting van zoveel gedichten uit een niet Indo-Europese taal een flinke klus zijn geweest. Maar het resultaat is een prachtige bundel gedichten, extra aantrekkelijk omdat ook de originelen in de bijlage beschikbaar zijn.

In hun interessante inleiding lichten de vertalers een tipje van de vertaalsluier op: rechtstreeks één op één vertalen, was nauwelijks mogelijk. De taal zelf wordt immers weinig gesproken, mogelijkheden om de taal te bestuderen zijn eigenlijk niet voorhanden en taallessen ontbreken. Zo heeft Nils-Aslak zich zijn moedertaal pas schriftelijk eigen kunnen maken toen hij al volwassen was. Voor de vertalers was dat extra lastig. Gebruikmaken van een tussentaal als het Noors, het Zweeds of het Engels bood misschien wel een oplossing maar ontnam hun de mogelijkheid tot controle. De computer bracht uitkomst. Een tweetal websites (fr.wiktionary.org/wiki en sanit.oahpa.no) geeft de gebruiker de mogelijkheid om niet alleen betekenissen maar ook grammaticale en morfologische eigenschappen te herleiden, waardoor de relatie van woorden tot elkaar in zinsverband geplaatst kunnen worden. Via deze route stelden ze een lijst samen van tweeduizend relevante woorden, waarmee ze aan de slag konden. Uiteindelijk slaagden ze erin een volledige woordenlijst aan te leggen van de gedichten die ze hadden uitgekozen. Zo werden met het Noord-Samisch als brontaal, 65 verzen van Nils-Aslak omgezet in het Nederlands en het Fries.

Als voorbeeld gedicht 3:

go ledjen mánná
imaštallen
manin mus eai soajit
dego earánaí lottíín
ja vaikko in leat šat mánná
imaštalan lihkká

toen ik een kind was
verwonderde het me
dat ik geen vleugels had
zoals de andere vogels
en zelfs nu ik geen kind meer ben
verwondert het me nog

doe’t ik in bern wie
fernuvere ik my deroer
dat ik gjin wjukken hie
lykas de oare fûgels
en sels no’t ik gjin bern mear bin
fernuverje ik my der noch oer

Duidelijk is wel dat de dichter zich in dit gedicht de waaromvraag stelt ‘waarom ben ik anders?’ Een voor dichters heel gebruikelijk thema. Ida G.M. Gerhardt worstelde haar hele leven met dezelfde vraag. Het geboren dichterschap dwong haar tot een levenslange opdracht. In bovenstaande twee vertalingen blijft het mysterie van het dichterschap intact. Dat moet ook. Als de brontekst betekenis verbergt, moet de vertaler die niet onthullen. Een vertaler is geen gids. De dichter spiegelt zich aan de vogels: als kind al een vreemde vogel en als volwassene is dit niet anders. Impliciet krijgt de lezer die kern als rode draad van hele bloemlezing en wie zich verdiept in deze gedichten, wordt automatisch geconfronteerd met de metafysische en spirituele context waarbinnen het werk van Nils- Aslak zich afspeelt.

De Friese vertaling van bovenstaand gedicht zal de basisvertaling zijn geweest. Op het gebruikte werkwoord fernuverje heb ik nog wel wat op te merken omdat dit homoniem zowel ‘zich verlustigen’ als ‘zich verwonderen’ betekent, wat in het Nederlandse ‘verwonderen’ niet terugkomt. Het levert in het Fries een mooie ambigue vertaling op. Of die ook geldt voor de brontaal is voor mij moeilijker te reconstrueren maar imaštallen blijkt, als ik het opzoek, inderdaad een zeer ambigue dieptestructuur te hebben.

De overweldigende rol van de natuur is kenmerkend voor Nils-Aslaks poëtica. Dat is in dichterland eerder uitzondering dan regel. Natuurlyriek is ouderwets, natuur is hier te lande meer een metafoor dan een betekenisdoel. Voor natuurvolkeren zal dit anders zijn: Wie leeft in de natuur, praat over de natuur. Een fragment van gedicht 23 (Nils-Aslak doet niet aan titels) is daarvan een voorbeeld.

en de tijden gaan voorbij (…)
dat de mens vergeet dat hij een deel is
slechts een deel
van de natuur
van het leven
alleen maar

en de tiden gean foarby (…)
dat de minske ferjit dat er in part is
inkeld mar in part
fan ’e natuer
fan it libben
inkeld mar

Aanvankelijk waren de vertalers van plan het bij een Friese vertaling (oersetting) te laten. Hun belangstelling voor de Samidichtkunst werd extra gevoed door de speciale positie die beide talen innemen. In Lapland gaat het om een hele cultuur die het veld dreigt te ruimen. In Friesland is het vooral de taal die langzamerhand het dominante Nederlands absorbeert, waardoor het taaleigene van het Fries verdwijnt. De Friese gebruikstaal is meer en meer afhankelijk van Bastaardnederlands. Toch is het een verstandige keuze geweest om een tweetalige vertaling te presenteren. Nils-Aslaks verdwijnende wereld verdient het om in een veel groter taalgebied toegankelijk te zijn.

Het volgende gedicht draait evenals het vorige om ‘anders zijn.’ Het land is anders doordat wij er zijn, en anders omdat de onzen er waren. Nils-Aslak legt vooral associatieve verbanden en het is aan de lezer om daaraan betekenis te geven. Het veranderde land is een gegeven, is anders omdat voorouders er begraven zijn en de lyrische ik er (ooit) gewoond heeft. De vorm van de gedichten (weinig eindrijm, overzichtelijk gestructureerde zinnen en Jan Arendsachtige ‘karige’ taal) geeft de inhoud gemakkelijk prijs.

Het land
is anders
als je er gewoond hebt
rondgelopen

bezweet
bevroren

de zon gezien
opkomend opgaand
verdwijnend weerkerend

het land is anders
als je weet
hier liggen
wortels
voorouders

Vrolijke gedichten zijn het niet, hoewel weemoed wel de ondertoon vormt van het werk, is somberheid niet de overheersende emotie. De (ik schreef het al) prachtig uitgegeven bundel is voor 25 euro verkrijgbaar bij de boekhandel. Ik sluit af met gedicht 33:

en het leven tooit zich, met betoverende tinten
met beelden
van een bestaan
vol vuur

het noorden heeft ons uitgezocht
rendieren
vissen
vogels
heeft ons uitgezocht

en wij
kregen het voorjaar met de magische zon
de verhalen van de blauwe nachten
het noorden
broedde ons uit
hield ons steeds vast

 

Grûntonger, Nils Aslak Valkeapää. Uitgeverij Wijdemeer, Dokkum, 2026.
Voor een interview met Nils-Aslak: zie Youtube.

foto © Iko Zijlstra

 

 

     Andere berichten

Parlando!

door Rogier de Jong   Parlando? Wat is dat? Een nieuw bedachte taal, de opvolger van Esperanto? Nou nee. Zoals elke kunstvorm...

Het is dadelijk dag

Het is dadelijk dag

door Jan Loogman   Kortgeleden bracht mijn vriend Paul Kroes zijn derde roman uit: Vader, Zoon, Engel, een boek waarin een vader en...